Een filosofische kijk op de politiek

Intussen komen mensen om by Alicja Gescinska

My rating: 5 of 5 stars


Alicja Gescinska kwam als zevenjarige met haar ouders via ‘t Klein Kasteeltje vanuit het toen onvrije Polen naar het democratische België. Ze is filosofe en schrijfster. Bijna was ze ook politica.

Toen Guy Verhofstadt haar een verkiesbare derde plek aanbood op de liberale Europese lijst, twijfelde ze eerst omdat ze vreesde voor haar integriteit als intellectueel, als bekroond schrijfster en als mens. Ze twijfelde ook omdat ze niet wist of actief politiek bedrijven wel haar ding zou zijn. Maar uiteindelijk ging ze op het voorstel in. Om de medemens te helpen en hem van dienst te zijn.

Met 33.000 stemmen greep ze naast een zitje. Maar dit was meteen ook de aanleiding om een boek te schrijven over haar kandidatuur, de campagne en de naweeën van de verkiezingen: Intussen komen mensen om. Op die manier kon ze de soms ongefundeerde opvattingen van criticasters allerhande weerleggen.

Want van zodra ze zich in de politiek engageerde, vielen collega-denkers, kennissen, vreemden en sommige vrienden haar aan: dat ze geen goed intellectueel meer zou kunnen zijn als politica, want niet meer onafhankelijk, dat ze te slim voor de politiek zou zijn of besmet zou raken met de politiek als leugenachtige stiel enz. Het gevolg was een tumultueuze periode op professioneel, politiek en persoonlijk gebied.

Toch vond ze het als opiniemaker haar plicht om niet alleen langs de zijlijn te staan, maar zich ook te engageren. Volgens Gescinska mag de intellectueel niet louter waarnemer zijn, maar moet hij of zij een concreet maatschappelijk én politiek engagement aangaan.

Uit dit boek blijkt dat haar eigen politiek engagement voor Europa oprecht was. Ze betreurt dat de media veel te weinig aandacht besteden aan de Europese instellingen en veel te weinig berichten over wat er in het Europese Parlement gaande is. Zonder Europa lukt het niet meer. Europa moet derhalve gered worden van de krachten die het willen vernietigen, in het bijzonder van het rechts-nationalistische populisme. En daarvoor is kennis en inzicht nodig: zo zijn filosofie en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dixit Gescinska.

De auteur pleit voor een intelligente, liberale politiek. Kan je als politicus van waarheid en van menselijkheid je professioneel kompas maken? Kan een intellectueel een politiek mandaat opnemen zonder zijn/haar integriteit te verliezen? Hoe gaan liberalen best om met het wild om zich heen grijpende cynisme van een maatschappij waarin voor intellectuele en zelfs menselijke verfijning geen plaats meer lijkt te zijn? En wat met die vaak aangehaalde tegenstelling tussen de elite en het gewone volk?

Er is meer openheid van geest nodig voor mensen met een andere mening. Ook haar pleidooi voor nuance – wat ze de kroon op de beschaving noemt – is veelzeggend.

Vanwaar de titel van dit boek? ’Intussen komen mensen om’ is een regel uit een gedicht van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska waarin deze stelt dat alles een kwestie is van politiek, zowel de belangrijke als de triviale zaken, zowel het persoonlijke als het algemene. Terwijl mensen alsmaar debatteren en discussiëren, zowel over de grootste staatszaken als over de grootste stompzinnigheden, komen mensen om. Zo gaat het altijd.

Intussen komen mensen om is een must read voor iedereen die met idealen en uit liefde voor de publieke zaak overweegt de stap naar voren te doen om het mandaat van kiezers te winnen – of het nu is in gemeente, provincie, land of Europa.

En voor alle anderen is het een boek dat een inkijk geeft op hoe het politieke forum idealiter zou kunnen worden ingericht.



View all my reviews

Review on Gent Leest: https://www.gentleest.be/leestips/intussen-komen-mensen-om-over-politieke-betrokkenheid-een-filosofische-kijk-op-de-politiek

De kapper die geheim agent werd

Het complot van Laken by Johan Op de Beeck

My rating: 4 of 5 stars


In de historische roman ‘Het complot van Laken’ brengt ex-nieuwsanker en journalist Johan Op de Beeck de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog opnieuw tot leven en daarin vooral de controversiële rol van koning Leopold III.

Inspiratie voor dit boek haalde de auteur bij de kapper van zijn moeder, ex-geheim agent Jef van Hooff. Die vertelde hem ruim 45 jaar geleden dat hij een rol had gespeeld in een complot rondom de Belgische koning Leopold III. Meer dan vier decennia later schreef Op de Beeck dit verhaal neer in een historisch epos vol spanning en non-fictie. Ook andere historische weetjes worden in dit werk aangehaald, al dan niet geromantiseerd.

Zo krijg je als lezer een inkijkje in het leven van koning Leopold, volg je Van Hooff in achtervolgingen in Mechelen, leef je mee met de Britse oorlogspolitiek en verneem je hoe de Duitsers de geallieerde spionnen soms te vlug af waren. Alles is op waar gebeurde feiten gebaseerd, maar leest toch als een spannend boek.

Hitler heeft België bezet. Leopold III wil in het land blijven en flirt openlijk met de nazi’s (en wat minder openlijk met zijn minnares Lilian Baels). Dat zint de Belgische regering in ballingschap in Londen niet en kapper Van Hooff al evenmin. Deze laatste vlucht via omwegen naar Engeland en wordt daar gevormd tot geheim agent. Na deze opleiding wordt hij samen met een vrouwelijke collega geparachuteerd in België om te proberen Leopold tot inzicht te brengen dat kiezen voor het nazisme niet de juiste keuze is. Maar al vanaf het begin van de missie lopen de dingen anders dan gepland.

Deze spionageroman toont de verdeeldheid tussen de Belgische, Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten. Er wordt een ontluisterend beeld geschetst van Leopold III en zijn entourage, die er blijkbaar toch wel eigenaardige ideeën over het begrip democratie op nahielden.

Het duurt in het begin even voor je mee bent met de toch complexe context en de vele personages. Ik realiseerde me bij het lezen van dit boek ook dat ik vooraf eigenlijk niets afwist van de koningskwestie, in de geschiedenislessen werd dat altijd heel snel afgehandeld. Althans, die indruk heb ik toch!

Jef Van Hooff werd na de oorlog ook doodgezwegen, dit wijst er wellicht op dat hij op de hoogte was van zaken die haaks stonden op de officiële geschiedschrijving.

Op de Beeck hanteert een schitterende schrijfstijl. Hij slaagt erin de lezer door zijn uitgebreide beschrijvingen het verhaal in te trekken. Soms vroeg ik me af of dit alles wel echt gebeurd kon zijn? Maar op het einde verklaart de auteur netjes wat waarheid en verzinsel is in een uitgebreide historische duiding.

Op de Beeck lijkt met het boek vooral een hulde te willen brengen aan de vele moedige mensen die hebben gestreden voor onze vrijheid, waarbij ze vaak hun eigen leven in de waagschaal stelden.

Een ware aanrader voor de liefhebbers van dit genre!


Review op Gent Leest: https://www.gentleest.be/leestips/het-complot-van-laken-historische-thriller-de-kapper-die-spion-werd

View all my reviews

Het leven na corona

Er werd mij gevraagd een tekstje te schrijven over hoe ik het leven zie na corona. Niemand kan voorspellen hoe de toekomst er zal uitzien, al zeker niet na de coronacrisis waarvan de gevolgen zich volgens mij nog heel lang zullen laten voelen. Ik heb me gewaagd aan een hoopvolle én aan een negatieve voorspelling …

De post-coronawereld waar ik van droom:

De lockdown deed vele mensen nadenken over de écht waardevolle dingen in hun leven en … dat waren geen dingen, maar mensen en tijd, al dan niet in combinatie met elkaar. Na corona groeit dit besef verder en neemt iedereen voldoende tijd voor zichzelf, voor familie en vrienden. Ze proppen hun agenda niet meer vol met vrijetijdsactiviteiten, waardoor ze constant van hot naar her moesten rennen en uiteindelijk voor veel dingen (en mensen!) geen tijd meer hadden. Ze wisselen nu de voortrazende kloktijd regelmatig af met periodes van innerlijke tijdsbeleving: ze beseffen dat “niets doen” óók iets doen is en dat dit zelfs de creativiteit aanscherpt.

Velen hebben de natuur herontdekt en gaan nog altijd regelmatig slenteren langs geurige veldwegen, wandelen door stille bossen, fietsen langs slingerende waterlopen. Doordat de industrie quasi stilviel, leefde de natuur een heel klein beetje op. We konden ervaren dat we de auto eigenlijk best wel eens kunnen missen, we kregen er zelfs wat frissere lucht voor in de plaats. Dit besef zette de beleidsmensen ertoe aan om voor de bescherming van het klimaat strenge maatregelen te treffen die vergelijkbaar zijn met die tijdens corona. Uiteraard moeten daarvoor offers worden gebracht, maar iedereen is zich bewust van de noodzaak, niet enkel voor zichzelf, maar ook en vooral voor de volgende generaties.

Bovendien is het beleid nu in niets te vergelijken met dat van voor en tijdens corona. In elk land werden de politieke structuren herbekeken en vereenvoudigd. Niet langer verschillende ministers op verschillende niveaus die allemaal voor hetzelfde bevoegd waren, maar een duidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden. Beleidsmensen zijn nu ervaren vakmensen op het gebied van hun bevoegdheden en ze worden op basis daarvan verkozen. Partijkaarten en politieke kleur zijn van ondergeschikt belang, partijvoorzitters houden niet langer de politieke touwtjes in handen. De nadruk ligt op samenwerking en communicatie, op elk niveau worden op regelmatige basis controles en evaluaties ingepland. De beste stuurlui staan niet langer aan wal!

Er werd een duidelijke internationale wetgeving opgesteld voor verslaggeving en sociale media. Mensen kunnen niet langer anoniem hun zouteloze mening spuien, enkel onderbouwde meningen die met respect worden geuit, worden toegelaten. Deze mogen best negatief zijn of een aanklacht bevatten, maar fake news en respectloze beschuldigingen op basis van vooroordelen worden geweerd. Racisme en racistische uitspraken worden bestraft.

Het nieuwe beleid heeft ook een oplossing uitgewerkt voor de mensen die door corona, hetzij financieel, hetzij sociaal in de problemen zijn geraakt. Er is nu een gelijk basisloon voor iedereen, zonder uitzonderingen. Wie werkt krijgt daar bovenop een bonus die afhankelijk is van enkele factoren zoals opleiding, verantwoordelijkheid, noodzaak om flexibel te zijn enz. Ook het belastingsysteem werd herzien en er bestaan voortaan geen belastingparadijzen meer.

De wereld waar ik voor vrees:

Na de lockdown hernemen de meeste mensen hun leventje van vóór corona, met veel stress, jachtig nastreven van materieel welzijn en weinig oog voor het sociaal welzijn van de medemensen die het met minder moeten doen. Ieder voor zich wordt het motto van de westerse maatschappij.

Iedereen blijft consumeren en vervuilen, het wordt zelfs erger dan ooit. Klimaatactivisten worden beschouwd als onheilsprofeten, zelfs door de beleidsmensen voor wie postjes, macht en financiële belangen meer tellen dan de natuurrampen die ze voor hun nageslacht gaan achterlaten. Egoïsme ten top: après moi le déluge … en neem dit laatste maar gerust letterlijk.

Een deel van de mensheid ligt wakker en maakt zich zorgen om moeder aarde. Ze voelen zich machteloos omdat ze niets fundamenteels kunnen veranderen, ze vinden geen gehoor bij het beleid. Af en toe halen ze het nieuws, maar hun optreden wordt altijd in een slecht daglicht geplaatst. De media hebben het immers nog altijd voor het zeggen, of ze nu de waarheid geweld aandoen of niet.

Op het politieke vlak dreigen er constant oorlogen. Door gebrek aan communicatie en geïnspireerd door subjectieve berichtgeving, liggen staatshoofden voortdurend in de clinch. Bewapening wordt steeds belangrijker. Ze dreigen elkaars grondgebied in te nemen of te vernietigen. En daarbij vergeten ze dat de aarde geen hulp meer nodig heeft om ten onder te gaan. De natuur zal geen genade kennen.

Druk, druk, druk. Geen tijd want we moeten presteren om “er” te komen.

Waar willen we dan komen?

We blijven het antwoord schuldig.

Dit zijn twee extremen. Het onbereikbaar positieve en het te vrezen negatieve. Ik vermoed dat de toekomst ergens tussenin zal liggen, maar als het even kan, wens ik dat die toekomst zal lijken op deze waar ik zo hard mijn hoop op heb gevestigd.

Zoals het klokje thuis tikt

Mijn grootouders hadden drie regulateurs. Ik geloof dat mijn grootvader ze allemaal had gewonnen met het duiven melken, zijn duiven vlogen regelmatig in de prijzen. En toen bompa en bomma overleden waren, kregen mijn grootouders ook nog hun regulateur erbij. Deze was groter, steviger en sloeg elk kwartier, een Westminster dus.

Omdat niemand van de familie geïnteresseerd was in deze ouderwetse klokken, erfde ik er twee. Wat er met de andere twee is gebeurd, dat weet ik niet, ik vermoed dat ze op het containerpark zijn beland. Ik kon ze niet alle vier nemen, want Ronny had er ook al een geërfd van zijn ouders, maar deze is een tiental jaar geleden finaal stuk gegaan.

Toen we naar ons appartementje verhuisden, was daar geen plaats voor twee regulateurs. Maar van de Westminster kon ik geen afscheid nemen. Integendeel, ik bracht hem naar een klokkenmaker voor volledig nazicht en herstelling.

Door de coronamaatregelen duurde het twee maanden langer vooraleer ik mijn Westminster kon ophalen. Vorige week was het eindelijk zover: de klokkenwinkel in Zomergem mocht weer zijn deuren openen. Wat was de regulateur van mijn overgrootouders mooi geworden! Wijzerplaat, slinger en ruitjes mooi opgeblonken en nog belangrijker: de klok werkt nu perfect en slaat terug elk kwartier.

Het voelde aan als een plechtig moment toen we de Westminster in onze woonkamer aan de muur konden hangen. Ik kreeg er zowaar een krop van in de keel.

We hebben aan onze buren gevraagd of het klokgelui om het kwartier (zowel overdag als ‘s nachts) hen niet stoort. Gelukkig hadden ze het zelfs nog niet gehoord!

Als ik het aan mensen vertel, is hun reactie dat zo’n ding te veel lawaai maakt, maar voor ons is dat niet zo. Het brengt hier zelfs rust in huis. Er zijn er die denken dat ik zo blij ben omdat die klok veel geld waard is, maar ook dat is niet waar, ze heeft enkel nog emotionele waarde. En voor mij is die torenhoog.

Onlangs las ik “Stil de Tijd” van Joke Hermsen. In dit boek pleit de auteur voor onthaasting en voor een langzamere toekomst. Ze maakt het onderscheid tussen de voortrazende kloktijd en onze innerlijke tijdsbeleving. De Grieken noemden deze respectievelijk Kronos en Kairos. De eerste staat voor de kloktijd, de reële tijdsmeting. Kairos staat voor de tijd zoals wij hem ervaren : de tijd die vliegt als je met iets leuks bezig bent, en kruipt als je moet wachten op iets.

Tot net voor corona leefden we in onze maatschappij bijna uitsluitend op het ritme van Kronos: alle uren van de dag mooi ingepland, zelfs de vrije tijd werd volgepropt met activiteiten en het resultaat: iedereen had tijd te kort – druk, druk, druk! We leken wel bang om even niets te doen, elk vrij moment in onze agenda moest optimaal worden benut.

Nochtans is bewezen dat het loont om af en toe verveling of nietsdoen toe te laten. Hermsen zegt hierover: “Vandaar dat een idee of oplossing je vaak pas te binnen schiet als je onder de douche staat, even op de bank gaat liggen of een wandeling maakt, kortom als je niet doelgericht en actief met iets bezig bent en je overgeeft aan de verveling.”

Als corona ons iets geleerd heeft, is het dat we ook anders met tijd kunnen (en moeten) omgaan. Ik hoor veel mensen zeggen dat ze nu hun tijd anders ervaren, dat ze zelfs minder tijdsbesef hebben: ze bedoelen geen besef van de Kronos tijd.

Uiteraard is Kronos tijd belangrijk in onze huidige samenleving. Hoe zouden we anders met elkaar afspraken kunnen maken, school- en werktijden regelen enz. De kunst is een gezonde balans te vinden tussen Kronos en Kairos. En ik hoop dat we daar na corona allemaal in slagen, als mens én als samenleving.

Sedert we in Massemen wonen, heb ik onbewust geprobeerd dit evenwicht te vinden. Loskomen van de kloktijd en open staan voor een andere beleving van tijd. Dat laatste zou een voorwaarde voor creativiteit zijn.

En tegelijk zit ik hier nu met een Westminster die puur Kronos is en die zich elk kwartier laat horen. Alhoewel net dit me laat beseffen hoe relatief het begrip “tijd” is. Soms denk ik: is er alweer een kwartier verstreken? Op een ander moment schrik ik dat het al zo laat is en heb ik het gevoel dat ik het slagwerk van de laatste paar uur niet eens heb gehoord. Ik ben op zo’n moment zelfs al eens gaan kijken of de klok niet was stilgevallen.

‘s Morgens vroeg hoor ik de vogels door het open raam kwetteren en binnen is er het zachte tikken van onze klok, als de hartslag van het verleden. De herinnering aan mijn (over)grootouders. En dan weet ik dat het goed is. Dit is thuis, waar het klokje tikt als nergens anders.

Afscheid van Rita

De dag van je begrafenis. Op weg er naartoe een heftige wind, even heftig als jij in je reacties kon zijn. Maar ook af en toe een deugddoend zonnestraaltje.

De dag van je begrafenis. Niet volledig zoals jij ze tot in detail had voorbereid. Maar veel intiemer, met enkel je kinderen en kleinkinderen, je broer, schoonzussen en schoonbroer, je nichtje, je beste vriendin-schoondochter, twee trouwe vrienden en ikzelf. Meer mensen liet corona niet toe.

Het was een intieme plechtigheid met veel persoonlijke getuigenissen, waarvan ik er enkele voorlas – voor wie het emotioneel niet aankon dat zelf te doen. Er werden veel traantjes weggepinkt, vooral als de kleinkinderen aan het woord kwamen. De oudste kleinzoon kende je op zijn duimpje, er werd hier en daar instemmend geglimlacht toen hij zei: “en als het u niet aanstond hadden we het allemaal wel geweten.”

Dominique noemde jou de sterkste vrouw die ze ooit heeft gekend, voor de buitenwereld een harde tante, maar achter die ruwe bolster zat een klein hartje. Je was, zoals David je beschreef: een robuuste maar tegelijk een zeer kwetsbare dame.

Jouw broer omschreef treffend hoe jij op de diagnose van ongeneeslijke kanker reageerde: “u hebt dat gelaten aanvaard alsof het iets doodgewoons was. Nooit heb ik u horen klagen en u had zelfs de moed om uw eigen begrafenis tot in de puntjes te regelen. Persoonlijk had ik het daar veel moeilijker mee dan u.”

De getuigenis van Evelyne was voor mij het moeilijkst om voor te lezen, Rita. Jij hebt de laatste twee maanden, tot twee dagen na jouw verjaardag eind april, bij Evelyne en haar gezin ingewoond. In elk woord, in elke zin klonk een eindeloos verdriet en gemis voor haar “moederke”. Jij vertelde mij herhaaldelijk hoe dankbaar je was voor alles wat jouw dochter voor jou gedaan heeft.

De muziek die jij zelf gekozen had, Rita, zal me voortaan altijd aan jou doen denken. Het is de muziek waar jij de laatste maanden herhaaldelijk, bijna constant, naar luisterde.

Ik ben de familie heel dankbaar dat ik mocht aanwezig zijn op jouw afscheid. En wel hierom:

In de kerstperiode nodigde Rita me uit op de koffie. Ze vertelde mij dat ze haar begrafenis aan het voorbereiden was. Ze had brieven geschreven aan de kleinkinderen, de muziek gekozen voor haar afscheid, en met de begrafenisondernemer waren er ook al afspraken gemaakt. Maar er was nog één iets niet in orde en daar kon ik haar mee helpen, zei ze.

Ze zei dat er nog een paar mensen waren die ze tijdens de afscheidsdienst wou bedanken en aangezien zij dat op dat moment zelf niet meer zou kunnen (zo zei ze het letterlijk!), vroeg ze aan mij haar woorden te noteren en ze tijdens de begrafenis voor te lezen.

Toen ik haar een laatste keer ging bezoeken, die laatste zondag dat ze bij Evelyne & David thuis was, fluisterde ze me toe: “Linda, niet vergeten wat ik u gevraagd heb hé.” Ik begreep niet alles wat ze me tijdens dat laatste bezoekje vertelde, maar deze woorden waren klaar en duidelijk, want die bedanking was o zó belangrijk voor haar.

Zo heb ik mijn laatste belofte aan jou kunnen nakomen, Rita. En het is weer typisch jou hé, dat je het laatste woord moest hebben, zelfs al was je er fysiek niet meer.

Tussen de foto’s die werden geprojecteerd, was er eentje waar wij met ons twee op staan, allebei nippend aan een cocktail. Ik herkende de foto onmiddellijk: twintig jaar geleden, in Turkije. Ik koester duizenden mooie momenten die we samen hebben gedeeld met onze “mannen van de Filliers-club” Herman en Ronny. Herinneringen niet alleen aan de Kouterslag, maar ook aan de bezoekjes bij elkaar thuis en aan onze vakanties samen.

Het onverwachte overlijden van Herman zes jaar geleden kwam voor iedereen hard aan, maar voor jou het meest. Nu zijn jullie weer dicht bij elkaar.

Het afscheid van jou voelt aan als de laatste bladzijde lezen van een prachtig boek. Met veel spijt dat het uit is, maar met dat grote verschil dat je een boek wel kan herlezen.

Het verhaal dat wij samen mochten beleven, dat is ten einde. Maar troost je: het was een prachtig en uniek verhaal, om nooit meer te vergeten.

Dank voor alles, moeke Rita. Ik ben blij dat ik je vriendin mocht zijn.

Terug naar Eden

Als kind had ik heel vaak het gevoel dat ik in een tuin van Eden leefde.

Tot mijn zevende was ik enig kind en mijn ouders werkten allebei in een ploegensysteem. Dus woonde ik een groot deel van de tijd bij mijn grootouders (langs vaders kant). Zij hadden een grote moestuin en een “land”. Dit land was een stuk akker dat ze van een naburige boer mochten gebruiken, of huurden – dat weet ik niet precies. Mijn grootvader nam me regelmatig mee naar het land. We vertrokken – naar gelang het seizoen – met zaad- en plantgoed of met rieten loofmanden, ook harken en spades die pepe over zijn schouders meedroeg. Soms mocht ik in een mand zitten en droeg hij me zo mee. Ik vond het heerlijk daarin mee te deinen op de maat van zijn stappen.

In mijn herinnering is het altijd zomer. We stappen langs een wegeltje tussen het akkerland en de moestuinen van de buren naar de achterkant van de akker. Op deze akker staan afwisselend het ene jaar aardappelen en het andere jaar koren. Het ruikt er heerlijk, de hitte zindert boven de korenaren en ik hou van het blauw van de bloemen, korenbloemblauw. Op terugweg naar huis mag ik een ruikertje plukken. Ik wil er ook rode klaprozen bij en begrijp niet waarom de rode blaadjes altijd loslaten van zodra het steeltje wordt geplukt.

Het ruikertje is voor mijn overgrootmoeder, bij wie we dagelijks langs gaan. Ze is de pleegmoeder van mijn grootvader en zij woont samen met zijn vader, mijn bompa, in een huisje met een prachtige tuin. Eigenlijk zijn het drie tuinen: in deze dicht bij het huis staan twee kerselaars, een met witte kersen en een met donkerrode. Daaronder een houten bank waarop we gaan zitten om koffie of limonade te drinken. Ik krijg bij elk bezoek een snoepje van “Bomma Spek” en zij zet mijn bloemen altijd onmiddellijk in een vaasje, haar tuintje en keuken staan vol bloempotten die ze zelf heeft geschilderd, met bolletjes in verschillende kleuren. De andere tuin is bompa zijn domein: een moestuin waar alles netjes in bedden groeit. Tussen die twee tuinen staat een duivenhok van mijn grootvader. Die duiventil is de reden van de dagelijkse bezoekjes. Helemaal achteraan is het derde gedeelte van de tuin, waar enkel hoge sparren staan, met er middenin een overdekte houten bank. Daar is het ‘s zomers zalig zitten als het zachtjes regent en de natuur bedwelmend geurt.

Enkele maanden geleden zijn we verhuisd naar “de buiten” dicht bij de Watermolen te Massemen. En hier komen alle geuren en kleuren van vroeger, alle herinneringen terug tot leven. Na honderd meter wandelen loop ik tussen de velden en weiden, ik zou er kunnen over grachten springen – zoals vroeger met de buurjongens van mijn grootouders.

Het is een feest de natuur te zien ontwaken na de kale winter, vanuit mijn zetel zie ik door het grote raam veel vogels vliegen, een koppel eksters maakt een nest in een populier. Bij de watermolen zien we af en toe de ijsvogel, de torenvalk cirkelt soms hoog in de staalblauwe lucht. Ik geniet van de romig witte en donkergrijze wolken die prachtig contrasteren. Als het regent, gaan de vensters open om de geur van de natuur binnen te laten. Ik volg ‘s avonds de maan en denk aan mijn grootvader, die pas zaaide of oogstte als de maan “goed zat”.

De lievelingsbloemen uit mijn jeugd bloeien nu in ons kleine tuintje: viooltjes, fuchsia en blauwe druifjes. Ik leef te midden van de geuren en kleuren die me als kind omringden. En ik denk heel vaak aan mijn grootouders, wiens naam we ons hebben aangemeten: nu zijn wij op onze beurt meme en pepe.

De cirkel is rond. Ik waan me weer in Eden.

Een nieuwe start

We zouden ons huis verbouwen, het aanpassen aan de noden van Ronny en aan de blijvende gevolgen van zijn herseninfarcten van enkele jaren geleden. Maar toen we in augustus op reis waren in het fantastisch mooie Kreta, kreeg Ronny daar verlammingsverschijnselen. Bij thuiskomst begaven we ons dus zo goed als rechtstreeks naar de spoeddienst. Daar werd een subduraal hematoom vastgesteld (bloeding tussen schedel en hersenvlies), acht dagen later volgde een schedelboring.

Ronny bleef last ondervinden met trappen, maar er was geen mogelijkheid om onze slaapkamer naar het gelijkvloers te verhuizen. We zagen het ineens ook niet meer zitten om enkele maanden op een bouwwerf te wonen … Het vooruitzicht van een comfortabeler huis werd overschaduwd door het stof van de verbouwingen die maar een halve oplossing zouden brengen. Ook het onderhoud van onze grote tuin begon zware inspanningen te vergen.

Dus namen we samen het besluit het huis waar we meer dan veertig jaar hebben gewoond, te verkopen en naar een appartementje op zoek te gaan. Toen kwam alles in een stroomversnelling … via internet vonden we een nieuwbouw appartement op het gelijkvloers, met een groot terras en een klein tuintje. Jammer genoeg lag dit appartement niet in Melle, waar we graag hadden willen blijven wonen, maar in Massemen. We zagen echter al heel snel de voordelen: een rustige en groene omgeving op de buiten, het gebouw telt slechts vier wooneenheden en we komen hier niet elke keer in een file terecht bij het uitrijden van onze straat.

Ons huis in Melle werd te koop gesteld en ‘s anderendaags was de verkoop ervan al rond.

En toen begon het grote werk: alles klaarmaken voor de verhuis. Elke dag haalde ik een kast leeg en bewaarde daarin enkel wat ons nog kon dienen. In het begin was dit heel moeilijk, ik ben namelijk nogal een verzamelaar. Maar deze vuistregel bracht soelaas: alles wat we het afgelopen jaar niet nodig hadden, zullen we de komende jaren wellicht ook niet gebruiken. Minstens één keer per week reden we met een volgeladen auto naar het containerpark, twee maanden lang. Wat nog bruikbaar was werd naar de kringwinkel gebracht of via de “gift” pagina’s van facebook weggegeven. Wat overbleef, werd in dozen gestoken. Meer dan twintig dozen met boeken werden als eerste naar de nieuwe woning gevoerd, waar ze een plaatsje kregen in de kamer die ik als bureau-leeskamer heb ingericht.

Op 23 december was de verhuis van de kasten, tafel en stoelen, wasmachine en andere grote stukken gepland. Toen woonden we al een week in Massemen, vanaf de dag dat ons bed en de zetels er waren geleverd. Diezelfde middag was alles overgebracht en kon ik beginnen aan het leegmaken van de vele dozen en het vullen van de kasten.

En toen volgde het emotioneel zwaarste moment: de opkuis van ons huis in Melle en het afgeven van de sleutels aan de nieuwe eigenaar.

Enkele vrienden hadden aangeboden te helpen, met mijn zus was afgesproken dat we samen de opkuis zouden doen op de laatste maandag van 2019. Maar dezelfde ochtend ben ik er op mijn eentje aan begonnen, ik wou dit graag zelf doen. Een laatste keer alles poetsen. Terwijl ik eraan bezig was, dacht ik dat het vergelijkbaar was met het afleggen van een overledene, die wordt ook een laatste keer grondig gewassen … Ik waste mijn oud huis met kraantjeswater vermengd met traantjeswater. In elke kamer wiste ik de sporen van mezelf en mijn man, van onze kinderen en kleinkinderen. En alle mooie herinneringen nam ik met me mee naar ons nieuwe nestje.

Drie maand geleden werd de beslissing genomen. Vandaag wonen we er al bijna een maand. Het gevoel zit goed: dit wordt een nieuwe thuis voor ons.

Een nieuw jaar, een nieuw decennium, een nieuwe start.

Gedicht: kind

Mijn kind

Jouw geluk

Raakt me

Jouw verdriet

Kraakt me

 

Lang geleden liet ik je los

maar ‘k zit voor altijd aan jou vast

Ik ben niet meer de leeuwin

die jou constant behoedt

maar de leeuwin waakt

met gesloten ogen

en o wee wie jou belaagt

 

Ik ben niet meer jouw enige veilige haven

maar mijn vuurtoren waakt

en volgt jouw stoere schip

dat nu deint op wereldzeeën

 

Ik brand al mijn kaarsen

om jou een schipbreuk te besparen

en denk met heimwee aan de tijd

toen wij nog één bootje waren

 

(voor mijn zonen Koen en David)

De garnaalvisser

Als je me ziet trekken, mag je altijd afkomen!

Even situeren: het strand tussen Nieuwpoort en Oostduinkerke, op een zonnige avond in juni, bij laagtij. Ik loop blootsvoets en met de zoom van mijn lange zomerrok in de handen langs het strand, met de golven tot aan mijn kuiten. Ik zie een visser langsheen de kustlijn stappen, dieper de zee in, hij sleept een net achter zich aan. Een garnaalvisser, zonder paard.

Het strand is enorm breed en er lopen hier en daar wel mensen, maar ze lijken ver weg. De golven die op het strand komen aanrollen zijn warm. Ik denk eraan hoe heerlijk het zou zijn in die golven te gaan liggen, me te laten meevoeren … terug het strand op, of misschien de andere richting uit, net dieper de zee in. Zou ik het erg vinden niet terug te keren? Eigenlijk niet. De laatste drie dagen waren zo mooi en intens, dat ze een moeilijke periode een beetje verzachten. Zo mooi mogen ook mijn laatste dagen ooit zijn. Maar er zijn mensen die het wellicht heel erg zouden vinden als ik nu niet zou terugkeren, dus zet ik die gedachte maar weer snel van me af. En ik keer op mijn stappen terug.

Ik zie de garnaalvisser uit de zee komen, het strand op met zijn net achter zich aan. Iets gevangen, vraag ik? Ach een paar sliptongen, maar ze zijn te klein en moeten terug het water in, zegt hij. Wil je ze zien? Ja uiteraard.

Het krioelt in het net: krabben, steurgarnalen en inderdaad ook twee kleine sliptongen, té kleine sliptongen. De visser gooit ze in de golven terug en meteen komen er een aantal meeuwen aanvliegen, die hij wegjaagt, al roepend: sloebers! Laat die visjes nog maar eventjes groeien! Ik vraag wat hij met zijn vangst doet: aan viswinkels verkopen? Neen hoor, zegt hij, ik verkoop ze aan mensen zoals jij! Oei, ik heb geen geld bij, geen gsm, enkel maar mijn sleutel.

Een sleutel, zegt hij, dat is iets heel belangrijks! Er zijn mensen die geen sleutel hebben en ook geen thuis. Zolang je een sleutel hebt, kan je meestal wel ergens terecht.

Een mooie gedachte om mee naar huis te nemen.

Ik ga terug de zee in, zegt hij, mijn netten zijn nog niet vol genoeg. Maar als je me ziet trekken, mag je altijd afkomen, je kan niets bestellen want ik weet op voorhand niet wat ik zal vangen. Maar als ik iets vang, verkoop ik het, levende vers!

Hij stapt terug de zee in en wuift nog even. Achter hem zie ik hoe de zon net het water raakt aan de einder. Soms is een ondergang een nieuw begin.

Op het scherp van de snee: Antoine Van Loocke

Zijn roots liggen in Melle en hij kan sappig Gents praten. Hij is een artiest, een kunstenaar pur sang. En bovendien autodidact.

Antoine Van Loocke is een ambachtelijk messenmaker. Het is te zeggen: hij geeft oude messen een nieuw leven. Hij maakt er artistieke juweeltjes van en gebruikt hiervoor enkel natuurlijke materialen: rot hout, slagtanden van een olifant, leer van schoenzolen, ivoren mariabeeldjes, koraal, parels, een kippenpoot … allemaal recuperatiemateriaal.

Vandaar ook de naam van de tentoonstelling die momenteel loopt in de bibliotheek te Melle: “èw ijzer”. Het is alvast de moeite waard om eens langs te gaan en te kijken hoe een creatieve ziel als Antoine Van Loocke “èw ijzer” en “vurt ijt” nieuw leven inblaast.

©Jan Cornelis, 2017

©Jan Cornelis, 2017

Hoe is dat allemaal begonnen Antoine?

“Messen zijn altijd al mijn passie geweest, messen én natuurlijke materialen. Ik was nog heel jong toen ik al oog had voor mooie materialen: een steen, een stuk hout, een stukje ivoor. Ik had een hele verzameling aangelegd, maar het is pas na mijn veertigste dat al die stukken als een puzzel in elkaar gingen passen en dat ik begonnen ben met messen te maken.”

©https://www.knifeforging.com

©https://www.knifeforging.com

Mogen we stellen dat ‘de patattenscheller’ jouw handelsmerk is?

“Eigenlijk ben ik begonnen met kunstmessen, het is pas in 2006 dat ik daarnaast messen ging maken voor de horeca. Ook het ecologisch aspect kreeg meer en meer belang. Ik wou werken op een manier die zo weinig mogelijk belastend is voor het milieu. Ik probeer bij de bewerking van mijn messen een thermische behandeling te vermijden en ga meestal meteen over tot polijsten. Dit betekent dan dat de krassen die op het oorspronkelijke mes zaten, behouden blijven. Maar dat vind ik net zo mooi: een signatuur van het verleden.

©https://www.knifeforging.com

©https://www.knifeforging.com

Daarnaast vind ik ook ruilen heel belangrijk. Aangezien ik mijn ambacht uitvoer in zelfstandig bijberoep, moest alles altijd zo goedkoop mogelijk worden aangeschaft, liefst via ruilhandel. Vandaar dat netwerken zo belangrijk is en dat ik het contact met veel verschillende mensen koester.”

Je bent de eerste kunstenaar die exposeert in de tentoonstellingsruimte van de vernieuwde bibliotheek. Ben je vereerd?

“Ja hoor, voor mij is dit een thuismatch! Ik drijf nogal graag mijn zin door en hier is dit perfect mogelijk, ik ben mijn eigen curator. Ik kan ook afstand nemen en zo mijn eigen tentoonstelling als het ware als bezoeker bekijken, ik ben anders gefocust. Het is mijn eerste (en naar mijn aanvoelen ook mijn laatste) solotentoonstelling.”

Er is ook een samenwerking met het Designmuseum in Gent?

“Mijn messen zijn hedendaags functioneel design en maken deel uit van de vaste tentoonstelling van het Designmuseum (2 collecties Maarten Van Severen en Co), andere werken en 50 ontwerptekeningen van mij maken ook deel uit van het museumarchief en bovendien worden in de museumshop mijn werken verkocht.”

De tentoonstelling in Melle

Wat is er te zien op de tentoonstelling “èw ijzer”?

Antoine: “In 2004 kreeg ik erkenning door het toenmalige VIZO als ontwerper van interieurobjecten en juwelen, uit de periode 1985 – 2018 zijn enkele stukken te zien die onder deze noemer vallen.

De originele vitrine gemaakt voor Horeca Expo – Chef’s Place (enkel toegankelijk op uitnodiging) kan ik hier in de opstelling 2018 exclusief als ‘sneaky preview’ aan de bezoekers tonen.

Doorlopende projectie van 50 ontwerptekeningen, opgenomen in het Design Vlaanderen Archief (Designmuseum Gent). Alsook mijn laatste originele ontwerptekening.

De stoefkast die normaliter in onze living hangt, maar voor deze gelegenheid in situ te bewonderen is.

Er is een ‘Aanraken mag’ opstelling waar je materialen kan voelen, herkennen en terugvinden in de tentoonstelling enz…

Mijn ‘Prentjesboek’, mee te nemen tot einde voorraad …

En centraal staan zes vitrinetafels die zijn gevuld met handgemaakte unicaten, messen gemaakt uit afval en recuperatie, collateral works, prototypes gemaakt in samenwerking en niet te vergeten het werk van de stagiaires … enz.”

Antoine is elk weekend persoonlijk aanwezig tijdens de tentoonstelling. En hij verwacht jullie. Wedden dat velen meer dan één keer zullen terugkeren om al dat moois te gaan bewonderen?

Praktisch

 Nog tot 22 juli:

Iedere vrijdag, zaterdag en zondag van 9 tot 18 uur

Rondleiding na telefonisch contact: +32 474 28 68 50

Openbare Bibliotheek Melle – Kruisstraat 2A – 9090 Melle

Toegang gratis