De Samariakloof – deel 2: mijn pelgrimstocht

De Samariakloof dus.

Nog voor we de reis boekten, had ik me al voorgenomen deze wandeling te maken. Mijn stevige stapschoenen stonden als eerste te trappelen toen de valiezen werden gepakt. En zoals altijd ging er ook een boek mee op reis: “Camino” van Graeme Simsion en Anne Buist. Een boek dat ik niet zelf had gekozen, maar dat ik zou lezen voor de samenkomst van mijn leesclubje eind juni.

En zie: toeval bestaat niet! “Camino” beschrijft de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela die twee mensen maken nadat ze een moeilijke periode achter de rug hebben, ze gaan op zoek naar een nieuwe (of net oude?) versie van zichzelf en ze willen alles eens op een rijtje zetten, onnodige ballast loslaten …

Wellicht was dat wat ik ook zocht, na de zes zware laatste maanden van mijn zieke vader en zijn overlijden in april, na een echtscheiding in de familiekring, het hervonden evenwicht na Ronny zijn gezondheidsproblemen met verhuis en aangepaste levensstijl als gevolg, het nu “officieel” in pensioen zijn …

Op pinkstermaandag 6 juni werd ik om 8 uur opgehaald aan het hotel. Tot mijn verbazing stonden ook drie kranige tachtigers (2 dames en 1 heer) samen met mij op de bus te wachten en ik dacht al: als zij het kunnen, is dat voor mij zeker geen probleem. Wishful thinking, zo bleek achteraf, want de drie moesten al na 10 minuten rechtsomkeer maken …

De rest van het gezelschap waren twintigers en dertigers, allemaal Franse toeristen. De gids was Christophe, een Griek die vloeiend Frans en Engels sprak – een vat vol wijsheid, een wereldburger die over alles kon meepraten.

Eigenlijk waren we te laat vertrokken, zei Christophe, want het zou tegen 11 uur aanlopen voor we de kloof in zouden stappen, op het heetste van de dag dus. En de temperatuur zou tot 34 graden Celsius oplopen.

In Osmalos hielden we nog even halt voor een sanitaire stop en daar kocht ik nog enkele bananen voor onderweg, als aanvulling voor de energierepen in mijn rugzak.

De afdaling verliep vlot, al kon ik niet echt van de prachtige natuur genieten omdat ik constant moest kijken waar ik op en tussen de keien en rotsen mijn voeten moest plaatsen, ik had schrik voor kwetsuren. Dan maar af en toe halt gehouden om een foto te nemen. Ik liep mee met de eersten van onze groep van 25, zodat ik als eerste bij de bronnen-rustplaatsen aankwam en met de eersten terug verder trok.

Halverwege bereikten we het verlaten dorp Samaria. En daar begon het fout te lopen voor mij. Ik werd overmand door een plotse vermoeidheid en maakte de fout op een bank te gaan zitten en mijn hoofd even te rusten te leggen op tafel. Ik werd wakker toen er een mooie vogel naast mij kwam zitten en nam een foto (één van de laatste die dag). Toen werd ik geroepen door de gids: we moesten voortmaken, zoniet zouden we de boot missen. Pas toen realiseerde ik me dat de groep al lang vertrokken moest zijn … Ik bleef als laatste achter met de gids, die met een stevige pas over de rotsen leek te zweven: stijgen, dalen, over de rivier (via houten vlonders of van de ene kei op de andere springend), terug stijgen, dalen, over de rivier … enz.

Soms liep Christophe een honderdtal meter voor mij en bleef hij staan roepen: “pas par là Linda! Vas-y à gauche!” Tja, ik kon niet altijd zien waar het “pad” lag dat hij had gevolgd, ik viel soms in het water (heerlijk fris!), gleed uit over de rotsen. De moeite liet zich goed voelen, maar we schoten op, want de plaatjes met aanduiding van het aantal kilometer die we nog te gaan hadden, volgenden elkaar (naar mijn gevoel) redelijk snel op.

Tot het bordje met de allerlaatste kilometer … Ineens zag ik rechts parasolletjes met strooien dakjes staan, mijn hart maakte een sprongetje! Maar neen, het waren rotsen. Dan zag ik links een houten chalet met reclamepanelen. Ook dit bleek een rotsformatie te zijn. Ik zag mensen samen staan, dacht dat ik de groep had ingehaald … Allemaal fata morgana.

Ik had niet meer de moed mijn rugzak af te nemen om mijn gsm te nemen voor foto’s of om eten of drinken te nemen. Aan de “ijzeren poort” nam Christophe foto’s van mij, maar die zal ik wellicht nooit te zien krijgen. Misschien maar goed ook!

En eindelijk, eindelijk bereikten we het einde van de kloof, een fantastisch gevoel! Tot Christophe zei dat ik de laatste 700 meter moest proberen te lopen, want dat we de boot gingen missen. Ik herinner me dat ik hem nog vroeg of de geiten in de weide links kri-kri-geiten waren (natuurlijk niet). Daarna is het licht uitgegaan bij mij.

Het volgende wat ik me herinner, is dat twee Griekse mannen me in een witte plastieken tuinstoel hesen en ik niet goed op mijn benen kon blijven staan. Blijkbaar was de boot al vertrokken toen we de steiger bereikten, maar had hij rechtsomkeer gemaakt. Zelf was ik nog compleet in de war want ik dacht dat ik op de verkeerde boot zat (ik herkende niemand). Ik zat op een stoel tussen jeeps, auto’s en camionettes. Er werd me eten aangeboden (slaatje met bonen) want iedereen zei dat ik te weinig had gegeten, ik kreeg een zak ijs in mijn nek en er werd meteen geregeld dat ik met een Griek in zijn jeep kon meerijden tot aan onze bus.

Eenmaal op de bus overviel me het gelukzalige gevoel dat ik het had gehaald. Tijdens de stukken die ik helemaal alleen had afgelegd in de kloof, had ik het gevoel dat alle schuldgevoelens waar ik tot dan toe mee worstelde, van me waren afgleden. Ik was fysiek en mentaal helemaal leeg. Het voelde als een nieuwe start.

Ik dacht dat ik geen enkel fysiek letsel had, tot ik in het hotel terugkwam. Daar stelde ik vast dat de nagels van mijn grote tenen er niet zo goed uitzagen, dat mijn knieën geschaafd waren. Kleine ongemakken die vanzelf herstellen dus.

Nog nooit in mijn leven ben ik zo diep gegaan, heb ik me zo leeg gevoeld. Maar tegelijk stroomde ik vol levenslust en energie om er weer tegenaan te gaan.

Merci Samaria!

De Samariakloof – deel 1: de feiten

Drie jaar geleden was ik voor het eerst op vakantie in Kreta en ik verloor daar op slag mijn hart. De combinatie van zee en bergen, de wondermooie natuur, de vriendelijke Kretenzers, het mediterrane klimaat … het maakte allemaal veel indruk op mij. Logisch dat ik naar dit mooie eiland zou terugkeren!

Begin juni was het zover. Vorige keer hadden we heel veel excursies gemaakt en een groot deel van het eiland gezien. Dit jaar stond er maar één uitstap op mijn bucketlist: de Samariakloof.

Er waren vrienden die het mij afraadden of die aandrongen dat ik er toch nog eens goed zou over nadenken (mede gezien mijn leeftijd). Een vriendin zei zelfs dat ze niet begreep dat ik ernaar kon uitkijken om te gaan “afzien”. Maar mijn besluit stond vast, ook al was er niemand van ons gezelschap die me zou vergezellen, ik voelde een onbeschrijflijke innerlijke drang om de tocht te ondernemen. Ook al wist ik dat het lastig zou worden.

Geschiedenis

Tot 25 miljoen jaar geleden lag Kreta onder de zeespiegel in de restanten van de Tethyszee tussen Europa en Afrika. Omdat Afrika richting Europa schoof was het Middellandse Zeegebied onderhevig aan heftige tektonische activiteit, waardoor er eilanden ontstonden. Door de tektonische krachten werd het noordelijke deel van Kreta omhooggestuwd waardoor het hoogteverschil met de zee veel groter werd en de valleien erodeerden tot kloven. Tijdens de ijstijden werd dit proces van kloofvorming nog versneld. Eén van deze kloven werd de Samariakloof, een van de langste en de smalste in Europa.

In 1962 is het gebied van de Samariakloof uitgeroepen tot nationaal park: het National Park Madares wat de Witte Bergen betekent (Lefka Ori in het Grieks) en wat ook wel het Samaria National Park wordt genoemd. Middenin de kloof ligt het dorpje Samaria, dat sinds 1965 niet meer wordt bewoond. De kloof is gekenmerkt door een bijzondere plantengroei en er leven hier zeldzame dieren, onder andere de bedreigde Kri-Kri-geit (of Kretenzische Agrimi geit) die nergens elders ter wereld voorkomt. Omdat hier geen mensen leven, vind je hier ecosystemen die zonder onderbreking kunnen evolueren. 

Toerisme

In de zomermaanden is de kloof open en wordt ze dagelijks door duizenden toeristen bezocht. Die lopen dan letterlijk in de bedding waar in de wintermaanden de (naamloze) rivier stroomt. In de winter is de kloof dan ook niet toegankelijk. Tijdens de zomer wordt ze enkel afgesloten bij bijzondere weersomstandigheden (temperaturen van meer dan 35 graden Celsius bijvoorbeeld).

De tocht

De ingang van de kloof is op de Osmaloshoogvlakte, op ongeveer 1250 meter hoogte. Eerst moet men ongeveer 1200 meter afdalen om te beginnen aan de prachtige wandeling van 16 kilometer. In de eerste drie kilometer van de wandeltocht is in de rotsen een pad gehakt dat vrij steil naar beneden loopt. Het pad heeft vele houten treden en houten balustrades en heet daarom “Houten Trap” (in het Grieks: Xyloskala).

de toegang tot de Samariakloof

In de kloof staan hier en daar enkele kleine Byzantijnse kapelletjes, onder andere gewijd aan de heilige Nicolaas en aan Jezus Christus. Deze kapelletjes bevinden zich meestal in de buurt van een waterbron. Er zijn in totaal negen constant stromende waterbekkens in de kloof, en rondom deze bronnen zijn rustplaatsen gebouwd, die op hun beurt vaak de naam van de kapel of nederzetting dragen.

Het is aangeraden de tocht in groep te maken, begeleid door een gids. In de kloof staan op regelmatige intervallen (meestal bij de bronnen) medewerkers die een oogje in het zeil houden. Ze geven raad en hebben pleisters, medicatie en dergelijke bij voor wie het nodig heeft. Wie wil opgeven en niet op eigen kracht kan terugkeren, kan een beroep doen op een ezeltje met begeleider, maar dit is absoluut niet gratis.

Bij de “IJzeren poort” is de Samariakloof op haar smalst, amper vier meter breed met rotswanden van gemiddeld 500 meter hoog.

de IJzeren Poort

De tocht wordt doorgaans in vier tot zes uur afgelegd en eindigt in het kustplaatsje Agia Roumeli dat enkel te voet (door de kloof) of via het water bereikbaar is, niet via de weg. Er varen van hieruit boten naar Chora Sfakion en naar Paleochora.

Het is ook mogelijk met de boot naar Agia Roumeli te varen en van daaruit de Samariakloof in te lopen en zo dan op het eind het steile pad op te lopen naar de ingang van de kloof op het Osmalosplateau. Misschien is dit laatste beter geschikt voor geoefende klimmers of dwarsliggers, want de gidsen starten doorgaans bovenop de berg en dalen zo af naar de zee.

In Agia Roumeli aangekomen, is er de mogelijkheid om te zwemmen in de (Libische) zee of te verpozen op één van de terrasjes en te genieten van een welverdiende versnapering of verfrissing. Maar verlies de tijd niet uit het oog en mis de laatste boot niet!

Papillon

Dromen, het is iets eigenaardigs, heel persoonlijk en fascinerend.

Zo ondervind ik bijvoorbeeld dat ik tijdens mijn dromen dezelfde gedragingen, mankementen en eigenaardigheden aan de dag leg als in mijn “wakkere” momenten.

Van dat laatste werd ik me deze nacht op een bijzondere manier bewust.

Ik droomde over een vriendin die ik al langere tijd niet meer heb gezien. In mijn droom ontmoette ik haar en ze zei dat ze met haar man naar een optreden was geweest van een rockband. Ze noemde de naam niet, maar ik wist onmiddellijk over welke groep ze het had, het verwonderde mij zelfs dat zij – en zeker haar man – daar fan van waren.

Nu heb ik dat al langer, dat ik niet op namen kan komen. Maar vannacht had ik dat zelfs in mijn droom. Ik vroeg: je bedoelt toch de groep waarvan Tom Smith de zanger is? Jawel, die was het. En het lied waarmee ze bij ons bekend werden, is “Papillon”? Ja hoor. En ze zingen ook “No sound but the Wind”! Inderdaad.

Hoezeer ik er ook over nadacht, de naam van de groep schoot me niet te binnen. En toen ik wakker werd, bleef ik liggen zoeken.

Het gevolg laat zich raden: ik ben opgestaan en ben op de laptop gaan opzoeken welke groep mijn vriendin had zien optreden. Editors! Zo blij als een kind ging ik terug in bed liggen in de hoop weer in slaap te vallen en in dezelfde droom terecht te komen, om aan mijn vriendin te zeggen dat ik de naam had gevonden: Editors!

De slaap is niet meer gekomen, en de droom kreeg dus geen vervolg. Wel heb ik me de hele ochtend lopen afvragen waarom ik in ‘s hemelsnaam over een Britse rockband droom. Ik had met mijn vriendin wel wat anders te bespreken.

Misschien vond mijn onderbewustzijn dat ik haar toch maar eens moet bellen en zeggen wat ik over haar heb gedroomd. Ik zal eraan denken als op de radio nog eens een song wordt gespeeld van … hoe heten ze alweer?

Winterslaap

Waarom houdt de mens geen winterslaap? Daarom niet letterlijk slapen, maar het rustiger aan doen, leven met het seizoen en meer tijd binnenshuis doorbrengen, lekker warm. Overdag naar buiten om een frisse neus te halen, in de wind te lopen. En dan weer genieten van de nestwarmte.

Warmte, stilte, tot rust komen en onthaasten. Wintersoep eten en wafels bakken. Door het beregende raam naar de kale bomen zitten kijken en naar de kleuren die de herfst heeft achtergelaten, naar de wolken die steeds weer andere tinten trekken in de grauwe lucht, de zon die zich af en toe laat zien als wou ze zeggen: wees gerust, ik ben er nog.

En vooral: eventjes geen gezeur, geen “moeten”, geen klokvaste afspraken, geen rotvaart.

Vertaald naar onze tijdsgeest: even weg van de sociale media, van de ik-weet-het-allemaal-beter mentaliteit, van de drukte en het gejaag, van de nieuwsberichten, van de zorg voor alles en iedereen, van de goede raad en van het eeuwige vragen naar het waarom.

Een winter, een maand, een week of al was het maar één dag lang … enkel rust en stilte. In mijn zetel bij het venster, met een boek in de handen en een spinnende poes op de schoot.

Anvasporters fietsen voor Move for Life 2022

Tijdens Roei for Life 2019 was Ronny één van de 350 vrijwilligers die op vier dagen tijd van Oostende naar Aalst roeiden. De opbrengst daarvan ging naar vijf goede doelen, waaronder Anvasport. Dit is een vereniging die zich al 35 jaar inzet voor mensen met een motorische handicap, met de bedoeling hen terug te laten deelnemen aan verschillende sporten om zo terug hun sociale contacten op te bouwen en uit hun isolement te geraken. Belangrijk is daarbij dat ze hun sport kunnen beoefenen zonder dat ze daarvoor meer hoeven te betalen dan een valide persoon.

De stichter van Anvasport is ook de kinesist bij wie Ronny in behandeling is sedert zijn NAH. Via Patrick leerden we de verenging kennen en nemen wij nu al een aantal jaren deel aan (onder andere) de fietstochten die door Anvasport worden georganiseerd.

De opvolger van Roei for Life werd Move for Life 2022 gedoopt en het is opnieuw de bedoeling om vrijwilligers en organisaties samen te brengen en diverse activiteiten op touw te zetten ten voordele van goede doelen. Om de drempel te verlagen werd er bewust voor verschillende sporten gekozen zoals wandelen, lopen, fietsen en roeien.

Er zijn nu ook acht goede doelen geselecteerd, dus drie meer dan editie 2019. De voorkeur gaat hierbij steeds naar organisaties die jongeren op weg helpen naar zelfstandigheid, met wederzijds respect en vertrouwen. Ook verenigingen die mensen met een beperking ondersteunen behoren tot de doelgroep. Het geld dat we inzamelen zal weer voor 100% naar de goede doelen gaan.

Elk goed doel heeft zijn eigen Move for Life button ontworpen. Deze buttons worden verkocht aan € 5 per stuk. Het zal jullie niet verwonderen dat ook Ronny en ik deze buttons te koop aanbieden. Hier zit wel een extraatje aan vast: aan elke button is een unieke code gekoppeld waarmee je kans maakt op het winnen van een gloednieuwe Renault Clio, geschonken door Garage Valckenier. Eén button = één unieke code = één deelname aan de wedstrijd.

Wie niet kan wachten tot nader bericht, kan al een kijkje nemen op onze sponsorpagina’s:

https://crowdselling.eu/ronnyhmovesforlife (Ronny) of https://crowdselling.eu/lindamovesforlife (Linda)

Want ja, ook bij ons is er een uitbreiding ten opzichte van 2019: niet enkel zal Ronny deelnemen, maar ook ik heb me ingeschreven als mover!

Daarom namen we afgelopen zondag vol enthousiasme deel aan De Warmste Rit, de fietstocht als start van de Move For Life Actie, samen met niet minder dan 80 Anvasport leden. Er waren verschillende ritten mogelijk: 30, 50 of 80 km. De laatste 6 km reden we met zijn allen van de sporthal te Lede naar garage Valckenier in Aalst, waar we op hartelijk applaus werden onthaald. Er waren daarnaast ook negen wielrenners die die dag 300 km fietsten voor Move for Life.

Het was een mooie zonnige zondag. De zomerzon was de kers op de taart. Maar wat vooral mooi was: de blijdschap en de warmte van elkaar weerzien na zo’n lange tijd, en het gezellig samenzijn dat de Anvasporters zo typeert. Het was op alle vlakken de “warmste rit”!

Hierbij de link naar een filmpje van Ultrakid Johannes dat werd gemaakt tijdens de laatste kilometers die we allemaal samen fietsten:

https://fb.watch/7TdOPyoDfQ/

Alsof burn-out geen ziekte zou zijn

“Ik dacht dat ik wist wat burn-out was, tot ik er een kreeg” is een boek dat ik zelf zou kunnen geschreven hebben, het zit barstensvol momenten van herkenning. Ook al zijn geen twee burn-outs hetzelfde en is het voor iedereen anders, iets persoonlijks. Burn-out uit zich bij iedereen op een andere manier. Maar vooral de reacties van de buitenstaanders zijn blijkbaar overal hetzelfde. En net daarom is dit zo’n goed boek.

Op de cover staat vermeld dat het een “anti-zelfhulpboek” is, dat je het niet moet lezen als je net de diagnose hebt gekregen. Alsof dat mogelijk zou zijn. Wie ooit een burn-out kreeg, weet dat lezen in die eerste periode niet lukt: je kan wel lezen, maar je weet niet wat je leest, het dringt niet door. Je brein zit barstensvol, er kan niets meer bij. En dat brein blijft maar doordraaien, dag én nacht, in sneltempo … waardoor je geen moment rust krijgt, zelfs als het uiteindelijk lukt om in slaap te vallen, werkt het brein door in je dromen en nachtmerries.

Marijn Sillis zoekt in het eerste deel van zijn boek naar de definitie van burn-out, daarna beschrijft hij zijn persoonlijke ervaringen. Niet enkel het ziektebeeld, maar ook wat er allemaal komt bij kijken. Een burn-out is niet zomaar thuis blijven en rusten, want rusten is precies datgene wat niét lukt.

Het is naast een gevecht met jezelf ook een strijd met de administratie. Op die administratie zit je trouwens niet te wachten als je hoofd al aan honderd per uur doordraait. Probeer je hoofd maar eens koel te houden als je werkgever of collega aan je ene mouw trekt, het ziekenfonds of de verzekering aan de andere … Of als mensen uit je omgeving (vol goede bedoelingen) erop aandringen om samen iets te doen wat je leuk vindt – je bent te moe om wat dan ook leuk te vinden. Of: doe maar iets wat je graag doet! Je doet niets meer graag, echt niets. Er is geen energie voor, want ook fysiek ben je leeg, helemaal leeg.

Marijn Sillis beschrijft ook de vermoeiende zoektocht naar hulp. Goede therapeuten zijn moeilijk te vinden (en je hebt geen energie genoeg om lang te zoeken), daar moet je echt geluk mee hebben. Want sommige dokters en therapeuten weten niet altijd wat burn-out precies is en hoe je ermee omgaat, er zijn er die denken dat het uitsluitend werkgerelateerd is – ook een mythe! Al is het wel zo dat burn-out meestal mensen treft die graag en hard werken, die van geen opgeven willen weten, die maar blijven doorgaan tot … Mensen die “het“ meestal niet zien aankomen.

Voor mij is “Ik dacht dat ik wist wat burn-out was, tot ik er een kreeg” een boek dat vooral zou moeten gelezen worden door mensen die beroepshalve of in hun eigen omgeving met personen in contact komen die een burn-out hebben. Niet zozeer door de patiënten zelf – het is niet echt een zelfhulpboek, inderdaad.

Sillis schreef een hoopgevend boek: ooit wordt het beter, in uitzonderlijke gevallen na enkele weken, soms pas na enkele maanden of jaren … En de kans om terug tegen die muur aan te lopen blijft groot, maar je leert de tekenen te herkennen en gas terug te nemen. Een aanrader voor wie zich wil inleven in het verhaal van Marijn Sillis en daardoor zijn of haar beeld van mensen met burn-out misschien kan bijstellen.

Rat Race

Ratten vertonen gewelddadig gedrag als hun omgeving overbevolkt geraakt. Dat blijkt uit meerdere experimenten. Daarbij is er ook sprake van een soort ziekelijk (pathologisch) aan elkaar klitten, wat alle andere normale gedragspatronen ontregelt, zoals het paren, nesten bouwen en voor de jongen zorgen. In bepaalde experimenten was er een ‘kindersterfte’ tot 96%.

Overigens is bekend dat niet alleen ratten maatregelen nemen om hun populatie in te dijken, als dat nodig is. Ook andere soorten nemen soms ingrijpende maatregelen. Het meest dramatische voorbeeld is dat van walvissen die collectief zelfmoord plegen.

Ook bij de mens kan groeiende frustratie vanwege te dicht op elkaar zitten zich uiten in onderlinge agressie. En dit zal alleen maar erger worden, want in de laatste halve eeuw is de wereldbevolking gewoonweg verdubbeld en deze groei is exponentieel … Moeten we ons niet dringend over dit “probleem” gaan buigen en naar oplossingen zoeken? De oppervlakte van onze aarde is begrensd en de energie- en voedselvoorraden zijn niet onbeperkt.

Gelukkig heeft de mens, in tegenstelling tot het dier, het vermogen om over zichzelf na te denken. Doordat de mens kan redeneren, is hij in staat tot planmatig handelen. De mens heeft als soort zijn levenskansen enorm vergroot (voedselvoorziening, geneeskunde enz.) en hij heeft zich ook minder afhankelijk gemaakt van zijn directe omgeving. Waar lokaal onvoldoende of te weinig gevarieerde voedselvoorziening voorhanden is, laten we voedsel uit het buitenland overkomen. In het dierenrijk is zoiets ondenkbaar.

Bij de aanwezigheid van (te) veel mensen is er ook de noodzaak om het onderlinge contact te reguleren, in ons land gebeurt dat door een democratisch bestel. Maar regulering doet per definitie afbreuk aan de beslissingsvrijheid (autonomie) van het individu. Het effect kan positief van aard zijn, maar ook negatief. In het laatste geval treedt er vervreemding op: de mens herkent zijn omgeving niet langer als iets van hemzelf. De behartiging van de belangen van een massa verschillende mensen is ook een complexe zaak. Mensen herkennen zich niet in de besluitvorming van het politieke bestel of voelen zich er niet bij betrokken. Ook dit heeft vervreemding tot gevolg.

Het gevolg: frustratie en stress. Er zijn mensen die zich kunnen ontspannen in de natuur, door meditatie, fitness, sport of lezen. Anderen zijn depressief, angstig, krijgen allerlei lichamelijke klachten of bestrijden hun overgeprikkeld zijn door te grijpen naar alcohol of andere al dan niet verslavende middelen. Er zijn ook mensen die de extra stress nóg negatiever verwerken: zij reageren zich af door verbaal en fysiek geweld of komen in de criminaliteit terecht.

Mensen hebben ruimte nodig om fysiek en psychisch te kunnen overleven. De grenzen van die ruimte zijn moeilijk af te bakenen, vooral als het gaat om de kwaliteit van ons bestaan. Wie zal de kritische hoeveelheid mensen op een beperkt oppervlak bepalen? En vooral: wie zal deze grenzen aanvaarden en/of bewaken? Een heel delicate materie!

Mensen komen immers pas in actie als ze zich bedreigd voelen in de bevrediging van hun basisbehoeftes (piramide van Maslow). Daarom is het wenselijk om niet alleen voor ogen te houden dat het nu en in de toekomst minder goed gaat met de voedselvoorziening en dat de behoefte aan zuivere lucht en water in het gedrang komt. Maar eveneens dat onze veiligheid en de bestaanszekerheid van onze soort op het spel staan.

Waar wij tekortschieten als mens, worden we wel eens door de natuurwetten gecorrigeerd.

Rings a bell?

Als je mentaal kwetsbaar bent

Depressie, burnout, mentale kwetsbaarheid … Het is iets onbegrijpelijks als je het niet zelf of van dichtbij hebt meegemaakt. En mensen in die situatie botsen regelmatig, om niet te zeggen dagelijks, tegen een muur van onbegrip:

“Je ziet er toch goed uit. Het is toch al lang genezen nu? Is het herbegonnen? Hoe lang is dat nu al dat je thuis zit? Neem je wel de juiste medicatie? Je moet je er tegen verzetten! Kom eens meer buiten, ga eens wandelen. Wil je er met mij over praten? Dat zou je goed doen. Zou je niet dit of dat proberen? Ik ken iemand die … “ Allemaal heel goed bedoeld natuurlijk.

Maar mensen lief! Ik heb dit allemaal al geprobeerd, ik doe echt wel mijn best, maar af en toe lukt het niet, of toch: maar het gaat traag en stapje per stapje, met af en toe een terugval. Ik zou het ook liever anders zien, geloof me, ik doe dit niet met opzet.

Anderhalf jaar geleden ging bij mij het licht uit, van de ene dag op de andere. Eigenlijk ging het al een hele tijd niet goed, maar daar was altijd wel een grondige reden voor – vond ik. Ik hield me sterk en deed wat er van mij verwacht werd. Ik vond dat ik geen andere keuze had. Maar steeds vaker kon ik niet alles doen zoals (ik vond dat) het hoorde, was ik niet tevreden over mezelf, vond ik dat ik tekortschoot. Dan maar een tandje bijgestoken, het zou allemaal wel los lopen.

Maar dat deed het niet, wel integendeel: het liep vast tot het op die ene dag plots blokkeerde. “Het”: mijn lichaam blokkeerde, ik kon letterlijk geen stap meer verzetten, voelde me ziek en ellendig. Maar toch moest ik verder, want die dag werd Ronny ontslagen uit het ziekenhuis en ik moest hem ophalen. Ik herinner me hoe ik hem in de rolstoel van zijn kamer naar de parking duwde en dat die weg eindeloos lang leek, het zweet barstte me langs alle kanten uit en het leek of elke stap mijn laatste kon zijn. Ik herinner me verder niet veel meer van die dagen, wel dat alles me ongelooflijk veel moeite koste en dat ik wilde slapen, maar dat lukte enkel overdag. ‘s Nachts lag ik wakker en kwamen de tranen van onmacht.

Toen mijn griep (want dat dacht ik dat het was) na tien dagen nog niet genezen was, ging ik naar de huisdokter. Daar kreeg ik te horen dat ik geen griep had, maar een inzinking, of depressie, of burn-out … Iets dergelijks dus. Wat ik eerst niet kon en niet wou geloven.

Twintig maanden én een verhuis later … ben ik heel blij dat we uiteindelijk hier beland zijn. In ons nieuw huisje in een landelijke omgeving, met een klein tuintje vol bloemen en planten. Tijd om tot rust te komen, om te lezen en te schrijven, tijd om te wandelen en te fietsen, een project waar ik met veel plezier aan werk in het museum te Melle, veel leuke online contacten in het bestuur van enkele verenigingen, goede vrienden … Alles om gelukkig te zijn, want ook onze kinderen en kleinkinderen stellen het goed en dat is de allergrootste voorwaarde voor ons eigen geluk.

En toch, er is maar één vonkje, één woord of één kleine tegenslag nodig om me uit mijn lood te slaan. Dan wordt alles weer door een sombere bril bekeken en heb ik het gevoel dat ik taken krijg toebedeeld die ik niet aankan. Maar ik herken en erken die gevoelens nu vlugger en weet me er meestal tegen te wapenen. Al blijft de kwetsbaarheid wel altijd om het hoekje loeren.

Voilà, dit moest me even van het hart. Want ik moest weer eens iets vervelends loslaten.

En nu: weer verder stappen met een rugzakje dat iets minder zwaar weegt!

Samenleven met de mens

Filosofen noemen het tijdperk waarin we leven het Antropoceen: de mens heeft overal op, in en rond de aarde zijn sporen nagelaten. Meer nog, de mens waant zich heer en meester van de aardbol waarop we leven.

Het is misschien vergezocht de mens te vergelijken met een woekerplant. Wie ooit woekerplanten in zijn tuin had, weet dat je deze op tijd en stond moet inperken, er paal en perk aan stellen: tot hier en niet verder. Dit om te vermijden dat alle andere planten worden bedreigd of uitgeroeid.

Het zal even vergezocht zijn de mens te vergelijken met een koekoek: deze deponeert zijn ei in het nest van een ander en schuift zo zijn eigen verantwoordelijkheid door. Als er wat misloopt, is het altijd de schuld van een ander.

Op een lezing ter gelegenheid van de Dag van de Filosofie, hoorde ik professor Jean Paul Van Bendegem deze week het volgende zeggen:

Laten we even het begrip homo sapiens vergeten en spreken over de homo cohabitans: de mens die samenleeft met de andere levende wezens op deze planeet. Beschouw de aarde als een groot huis met veel kamers en de mens woont in één van deze kamers. De andere zijn bewoond door alle levensvormen hier op aarde. Niemand heeft de mens aangesteld als syndicus van het huis, hij heeft dus geen zeggenschap over het huis of over de andere bewoners. Op de maandelijkse bewonersvergaderingen heeft hij één stem, net als alle andere bewoners van het huis.

Dan stelt zich de vraag: hoe aangenaam is het om met ons, de mens, samen te leven?

Een wijs man, die professor. Homo sapiens sapiens.

(© foto: http://www.geekets.com)

EQUUS

Wat me vorige week (onder andere) bijzonder raakte bij de rellen na het nepfestival in het Ter Kamerenbos, was wat er met de paarden gebeurde. Een agent te paard liep een feestvierder omver en er werden zeven paarden gewond. ‘s Anderendaags op 2 april waren er opnieuw rellen en werd een jongere opgepakt omdat hij een paard “sloeg”.

Het viel op dat er in de eerste dagen van april in diverse media aandacht werd besteed aan het inzetten van paarden bij politieoptredens.

Ik spreek me hier niet uit over coronamoeheid, ook niet over frustraties en of “La Boum” een goede aprilvisgrap was of niet, of het nodig was de cavalerie in te zetten … maar de beelden en berichten deden me terugdenken aan de Groote Oorlog waarin ongeveer acht miljoen paarden en (muil)ezels het leven lieten.

De mens gebruikt als vanouds dieren niet enkel als voedsel, maar sleept ze ook mee in zijn gevechten en oorlogen.

De Eerste Wereldoorlog kostte in totaal aan 37 miljoen mensen het leven, 6,8 miljoen daarvan is geregistreerd als gevecht-gerelateerd. Waar minder mensen bij stilstaan, is dat er tegelijk ook miljoenen dieren werden verwond en gedood. Paarden waren cruciaal voor het vervoer van voorraden, honden waren handig voor het vervoer van boodschappen op slagvelden, om mijnen op te sporen en als patrouillehond.

Toen in 1914 de oorlog begon, had het Britse leger “slechts” 25.000 paarden. De legerleiding diende er nog een half miljoen meer te verzamelen (lees: in beslag nemen of kopen), bij particulieren dus. In een jaar tijd was er op het hele Engelse platteland bijna geen paard meer te vinden. Dit is trouwens ook het thema van “War Horse” een film uit 2011 van Steven Spielberg, gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1982 van de Britse auteur Michael Morpurgo.

De Britse overheid liet onder andere ook een half miljoen paarden overkomen uit de Verenigde Staten. Tussen 1914 en 1917 gingen duizend paarden per dag de oceaan over, waar ze een constant doelwit waren voor Duitse zeeaanvallen. De paarden waren zo belangrijk voor de voortzetting van de oorlog, dat de Duitsers vaak probeerden ze te doden of vergiftigen, nog voor ze het slagveld bereikten. Zelfs uit Nieuw Zeeland bracht het leger, naast soldaten, ook paarden naar het front.

Driekwart van deze dieren kreeg de stempel trekpaard en werd ingezet voor het vervoer en de bevoorrading van de troepen. Het andere deel was bestemd voor de soldaten.

De paarden die naar het front werden gestuurd stierven meestal na 5 tot 6 weken. Ze werden getroffen door machinegeweren en granaten, leden aan schurft of koliek, stierven van de kou, honger, uitputting of door het eten van door mosterdgas vergiftigd gras. In het begin van de oorlog werden overleden paarden nog begraven, later dienden de gestorven dieren al snel om de honger van soldaten en officieren te stillen.

AGONIE

Op 9 mei 2013 werd het kunstwerk “Agonie” van de Ieperse kunstenaar Luc Coomans (1931-2014) onthuld op het kruispunt van de Noorderring en de Bellestraat, op de rotonde ter hoogte van Vlamertinge. Deze plaats werd bewust gekozen en is symbolisch: daar waar de Canadese luitenant Cyril Henry Barraud in augustus 1917 de Evening on the Ypres-Poperinghe Road tekende, daar kreeg het kunstwerk van Luc Coomans zijn plaats.

Evening on the Ypres-Poperinghe Road – Cyril Henry Barraud

Vlamertinge ligt tussen Poperinge en Ieper, een afstand van nauwelijks 12 kilometer bracht de soldaten van de “hemel” naar de ”hel”. Rond Vlamertinge stopte de beschaving en begon de oorlogszone. Hier werden de paarden klaargemaakt om zwaarbeladen karren naar het slagveld te trekken. Paarden die overal opgeëist waren.

Vlamertinghe – ets uit 1914 van Cyril Henry Barraud

“Agonie” is een beeldengroep die het leed van de paarden tijdens de Groote Oorlog uitbeeldt. De internationale naam van het kunstwerk verwijst naar doodsangst, naar lijden, pijn, verschrikking, de laatste ogenblikken van leven. Een doodskreet.

Het draagt een universele boodschap uit: de mens sleept in het oorlogsgeweld de hele natuur mee. Het werk is een aanklacht tegen oorlog en tegen elke vorm van geweld. De paarden zijn gekwetst en richten zich in hun doodsstrijd op. Ze torenen uit boven de ruïne van een woning. De twee paarden staan symbool voor de (vaak vergeten) plaats van de dieren in oorlogsomstandigheden.

In de enkele seconden dat hij de rotonde oprijdt, ziet de gehaaste 21-eeuwse mens de stervende paarden. Als je in de buurt bent, is het zeker de moeite om eens halt te houden bij het kunstwerk – en bij de problematiek.

Lest we forget.