Categorie archief: het leven

Papillon

Dromen, het is iets eigenaardigs, heel persoonlijk en fascinerend.

Zo ondervind ik bijvoorbeeld dat ik tijdens mijn dromen dezelfde gedragingen, mankementen en eigenaardigheden aan de dag leg als in mijn “wakkere” momenten.

Van dat laatste werd ik me deze nacht op een bijzondere manier bewust.

Ik droomde over een vriendin die ik al langere tijd niet meer heb gezien. In mijn droom ontmoette ik haar en ze zei dat ze met haar man naar een optreden was geweest van een rockband. Ze noemde de naam niet, maar ik wist onmiddellijk over welke groep ze het had, het verwonderde mij zelfs dat zij – en zeker haar man – daar fan van waren.

Nu heb ik dat al langer, dat ik niet op namen kan komen. Maar vannacht had ik dat zelfs in mijn droom. Ik vroeg: je bedoelt toch de groep waarvan Tom Smith de zanger is? Jawel, die was het. En het lied waarmee ze bij ons bekend werden, is “Papillon”? Ja hoor. En ze zingen ook “No sound but the Wind”! Inderdaad.

Hoezeer ik er ook over nadacht, de naam van de groep schoot me niet te binnen. En toen ik wakker werd, bleef ik liggen zoeken.

Het gevolg laat zich raden: ik ben opgestaan en ben op de laptop gaan opzoeken welke groep mijn vriendin had zien optreden. Editors! Zo blij als een kind ging ik terug in bed liggen in de hoop weer in slaap te vallen en in dezelfde droom terecht te komen, om aan mijn vriendin te zeggen dat ik de naam had gevonden: Editors!

De slaap is niet meer gekomen, en de droom kreeg dus geen vervolg. Wel heb ik me de hele ochtend lopen afvragen waarom ik in ‘s hemelsnaam over een Britse rockband droom. Ik had met mijn vriendin wel wat anders te bespreken.

Misschien vond mijn onderbewustzijn dat ik haar toch maar eens moet bellen en zeggen wat ik over haar heb gedroomd. Ik zal eraan denken als op de radio nog eens een song wordt gespeeld van … hoe heten ze alweer?

Winterslaap

Waarom houdt de mens geen winterslaap? Daarom niet letterlijk slapen, maar het rustiger aan doen, leven met het seizoen en meer tijd binnenshuis doorbrengen, lekker warm. Overdag naar buiten om een frisse neus te halen, in de wind te lopen. En dan weer genieten van de nestwarmte.

Warmte, stilte, tot rust komen en onthaasten. Wintersoep eten en wafels bakken. Door het beregende raam naar de kale bomen zitten kijken en naar de kleuren die de herfst heeft achtergelaten, naar de wolken die steeds weer andere tinten trekken in de grauwe lucht, de zon die zich af en toe laat zien als wou ze zeggen: wees gerust, ik ben er nog.

En vooral: eventjes geen gezeur, geen “moeten”, geen klokvaste afspraken, geen rotvaart.

Vertaald naar onze tijdsgeest: even weg van de sociale media, van de ik-weet-het-allemaal-beter mentaliteit, van de drukte en het gejaag, van de nieuwsberichten, van de zorg voor alles en iedereen, van de goede raad en van het eeuwige vragen naar het waarom.

Een winter, een maand, een week of al was het maar één dag lang … enkel rust en stilte. In mijn zetel bij het venster, met een boek in de handen en een spinnende poes op de schoot.

Alsof burn-out geen ziekte zou zijn

“Ik dacht dat ik wist wat burn-out was, tot ik er een kreeg” is een boek dat ik zelf zou kunnen geschreven hebben, het zit barstensvol momenten van herkenning. Ook al zijn geen twee burn-outs hetzelfde en is het voor iedereen anders, iets persoonlijks. Burn-out uit zich bij iedereen op een andere manier. Maar vooral de reacties van de buitenstaanders zijn blijkbaar overal hetzelfde. En net daarom is dit zo’n goed boek.

Op de cover staat vermeld dat het een “anti-zelfhulpboek” is, dat je het niet moet lezen als je net de diagnose hebt gekregen. Alsof dat mogelijk zou zijn. Wie ooit een burn-out kreeg, weet dat lezen in die eerste periode niet lukt: je kan wel lezen, maar je weet niet wat je leest, het dringt niet door. Je brein zit barstensvol, er kan niets meer bij. En dat brein blijft maar doordraaien, dag én nacht, in sneltempo … waardoor je geen moment rust krijgt, zelfs als het uiteindelijk lukt om in slaap te vallen, werkt het brein door in je dromen en nachtmerries.

Marijn Sillis zoekt in het eerste deel van zijn boek naar de definitie van burn-out, daarna beschrijft hij zijn persoonlijke ervaringen. Niet enkel het ziektebeeld, maar ook wat er allemaal komt bij kijken. Een burn-out is niet zomaar thuis blijven en rusten, want rusten is precies datgene wat niét lukt.

Het is naast een gevecht met jezelf ook een strijd met de administratie. Op die administratie zit je trouwens niet te wachten als je hoofd al aan honderd per uur doordraait. Probeer je hoofd maar eens koel te houden als je werkgever of collega aan je ene mouw trekt, het ziekenfonds of de verzekering aan de andere … Of als mensen uit je omgeving (vol goede bedoelingen) erop aandringen om samen iets te doen wat je leuk vindt – je bent te moe om wat dan ook leuk te vinden. Of: doe maar iets wat je graag doet! Je doet niets meer graag, echt niets. Er is geen energie voor, want ook fysiek ben je leeg, helemaal leeg.

Marijn Sillis beschrijft ook de vermoeiende zoektocht naar hulp. Goede therapeuten zijn moeilijk te vinden (en je hebt geen energie genoeg om lang te zoeken), daar moet je echt geluk mee hebben. Want sommige dokters en therapeuten weten niet altijd wat burn-out precies is en hoe je ermee omgaat, er zijn er die denken dat het uitsluitend werkgerelateerd is – ook een mythe! Al is het wel zo dat burn-out meestal mensen treft die graag en hard werken, die van geen opgeven willen weten, die maar blijven doorgaan tot … Mensen die “het“ meestal niet zien aankomen.

Voor mij is “Ik dacht dat ik wist wat burn-out was, tot ik er een kreeg” een boek dat vooral zou moeten gelezen worden door mensen die beroepshalve of in hun eigen omgeving met personen in contact komen die een burn-out hebben. Niet zozeer door de patiënten zelf – het is niet echt een zelfhulpboek, inderdaad.

Sillis schreef een hoopgevend boek: ooit wordt het beter, in uitzonderlijke gevallen na enkele weken, soms pas na enkele maanden of jaren … En de kans om terug tegen die muur aan te lopen blijft groot, maar je leert de tekenen te herkennen en gas terug te nemen. Een aanrader voor wie zich wil inleven in het verhaal van Marijn Sillis en daardoor zijn of haar beeld van mensen met burn-out misschien kan bijstellen.

Rat Race

Ratten vertonen gewelddadig gedrag als hun omgeving overbevolkt geraakt. Dat blijkt uit meerdere experimenten. Daarbij is er ook sprake van een soort ziekelijk (pathologisch) aan elkaar klitten, wat alle andere normale gedragspatronen ontregelt, zoals het paren, nesten bouwen en voor de jongen zorgen. In bepaalde experimenten was er een ‘kindersterfte’ tot 96%.

Overigens is bekend dat niet alleen ratten maatregelen nemen om hun populatie in te dijken, als dat nodig is. Ook andere soorten nemen soms ingrijpende maatregelen. Het meest dramatische voorbeeld is dat van walvissen die collectief zelfmoord plegen.

Ook bij de mens kan groeiende frustratie vanwege te dicht op elkaar zitten zich uiten in onderlinge agressie. En dit zal alleen maar erger worden, want in de laatste halve eeuw is de wereldbevolking gewoonweg verdubbeld en deze groei is exponentieel … Moeten we ons niet dringend over dit “probleem” gaan buigen en naar oplossingen zoeken? De oppervlakte van onze aarde is begrensd en de energie- en voedselvoorraden zijn niet onbeperkt.

Gelukkig heeft de mens, in tegenstelling tot het dier, het vermogen om over zichzelf na te denken. Doordat de mens kan redeneren, is hij in staat tot planmatig handelen. De mens heeft als soort zijn levenskansen enorm vergroot (voedselvoorziening, geneeskunde enz.) en hij heeft zich ook minder afhankelijk gemaakt van zijn directe omgeving. Waar lokaal onvoldoende of te weinig gevarieerde voedselvoorziening voorhanden is, laten we voedsel uit het buitenland overkomen. In het dierenrijk is zoiets ondenkbaar.

Bij de aanwezigheid van (te) veel mensen is er ook de noodzaak om het onderlinge contact te reguleren, in ons land gebeurt dat door een democratisch bestel. Maar regulering doet per definitie afbreuk aan de beslissingsvrijheid (autonomie) van het individu. Het effect kan positief van aard zijn, maar ook negatief. In het laatste geval treedt er vervreemding op: de mens herkent zijn omgeving niet langer als iets van hemzelf. De behartiging van de belangen van een massa verschillende mensen is ook een complexe zaak. Mensen herkennen zich niet in de besluitvorming van het politieke bestel of voelen zich er niet bij betrokken. Ook dit heeft vervreemding tot gevolg.

Het gevolg: frustratie en stress. Er zijn mensen die zich kunnen ontspannen in de natuur, door meditatie, fitness, sport of lezen. Anderen zijn depressief, angstig, krijgen allerlei lichamelijke klachten of bestrijden hun overgeprikkeld zijn door te grijpen naar alcohol of andere al dan niet verslavende middelen. Er zijn ook mensen die de extra stress nóg negatiever verwerken: zij reageren zich af door verbaal en fysiek geweld of komen in de criminaliteit terecht.

Mensen hebben ruimte nodig om fysiek en psychisch te kunnen overleven. De grenzen van die ruimte zijn moeilijk af te bakenen, vooral als het gaat om de kwaliteit van ons bestaan. Wie zal de kritische hoeveelheid mensen op een beperkt oppervlak bepalen? En vooral: wie zal deze grenzen aanvaarden en/of bewaken? Een heel delicate materie!

Mensen komen immers pas in actie als ze zich bedreigd voelen in de bevrediging van hun basisbehoeftes (piramide van Maslow). Daarom is het wenselijk om niet alleen voor ogen te houden dat het nu en in de toekomst minder goed gaat met de voedselvoorziening en dat de behoefte aan zuivere lucht en water in het gedrang komt. Maar eveneens dat onze veiligheid en de bestaanszekerheid van onze soort op het spel staan.

Waar wij tekortschieten als mens, worden we wel eens door de natuurwetten gecorrigeerd.

Rings a bell?

Als je mentaal kwetsbaar bent

Depressie, burnout, mentale kwetsbaarheid … Het is iets onbegrijpelijks als je het niet zelf of van dichtbij hebt meegemaakt. En mensen in die situatie botsen regelmatig, om niet te zeggen dagelijks, tegen een muur van onbegrip:

“Je ziet er toch goed uit. Het is toch al lang genezen nu? Is het herbegonnen? Hoe lang is dat nu al dat je thuis zit? Neem je wel de juiste medicatie? Je moet je er tegen verzetten! Kom eens meer buiten, ga eens wandelen. Wil je er met mij over praten? Dat zou je goed doen. Zou je niet dit of dat proberen? Ik ken iemand die … “ Allemaal heel goed bedoeld natuurlijk.

Maar mensen lief! Ik heb dit allemaal al geprobeerd, ik doe echt wel mijn best, maar af en toe lukt het niet, of toch: maar het gaat traag en stapje per stapje, met af en toe een terugval. Ik zou het ook liever anders zien, geloof me, ik doe dit niet met opzet.

Anderhalf jaar geleden ging bij mij het licht uit, van de ene dag op de andere. Eigenlijk ging het al een hele tijd niet goed, maar daar was altijd wel een grondige reden voor – vond ik. Ik hield me sterk en deed wat er van mij verwacht werd. Ik vond dat ik geen andere keuze had. Maar steeds vaker kon ik niet alles doen zoals (ik vond dat) het hoorde, was ik niet tevreden over mezelf, vond ik dat ik tekortschoot. Dan maar een tandje bijgestoken, het zou allemaal wel los lopen.

Maar dat deed het niet, wel integendeel: het liep vast tot het op die ene dag plots blokkeerde. “Het”: mijn lichaam blokkeerde, ik kon letterlijk geen stap meer verzetten, voelde me ziek en ellendig. Maar toch moest ik verder, want die dag werd Ronny ontslagen uit het ziekenhuis en ik moest hem ophalen. Ik herinner me hoe ik hem in de rolstoel van zijn kamer naar de parking duwde en dat die weg eindeloos lang leek, het zweet barstte me langs alle kanten uit en het leek of elke stap mijn laatste kon zijn. Ik herinner me verder niet veel meer van die dagen, wel dat alles me ongelooflijk veel moeite koste en dat ik wilde slapen, maar dat lukte enkel overdag. ‘s Nachts lag ik wakker en kwamen de tranen van onmacht.

Toen mijn griep (want dat dacht ik dat het was) na tien dagen nog niet genezen was, ging ik naar de huisdokter. Daar kreeg ik te horen dat ik geen griep had, maar een inzinking, of depressie, of burn-out … Iets dergelijks dus. Wat ik eerst niet kon en niet wou geloven.

Twintig maanden én een verhuis later … ben ik heel blij dat we uiteindelijk hier beland zijn. In ons nieuw huisje in een landelijke omgeving, met een klein tuintje vol bloemen en planten. Tijd om tot rust te komen, om te lezen en te schrijven, tijd om te wandelen en te fietsen, een project waar ik met veel plezier aan werk in het museum te Melle, veel leuke online contacten in het bestuur van enkele verenigingen, goede vrienden … Alles om gelukkig te zijn, want ook onze kinderen en kleinkinderen stellen het goed en dat is de allergrootste voorwaarde voor ons eigen geluk.

En toch, er is maar één vonkje, één woord of één kleine tegenslag nodig om me uit mijn lood te slaan. Dan wordt alles weer door een sombere bril bekeken en heb ik het gevoel dat ik taken krijg toebedeeld die ik niet aankan. Maar ik herken en erken die gevoelens nu vlugger en weet me er meestal tegen te wapenen. Al blijft de kwetsbaarheid wel altijd om het hoekje loeren.

Voilà, dit moest me even van het hart. Want ik moest weer eens iets vervelends loslaten.

En nu: weer verder stappen met een rugzakje dat iets minder zwaar weegt!

Samenleven met de mens

Filosofen noemen het tijdperk waarin we leven het Antropoceen: de mens heeft overal op, in en rond de aarde zijn sporen nagelaten. Meer nog, de mens waant zich heer en meester van de aardbol waarop we leven.

Het is misschien vergezocht de mens te vergelijken met een woekerplant. Wie ooit woekerplanten in zijn tuin had, weet dat je deze op tijd en stond moet inperken, er paal en perk aan stellen: tot hier en niet verder. Dit om te vermijden dat alle andere planten worden bedreigd of uitgeroeid.

Het zal even vergezocht zijn de mens te vergelijken met een koekoek: deze deponeert zijn ei in het nest van een ander en schuift zo zijn eigen verantwoordelijkheid door. Als er wat misloopt, is het altijd de schuld van een ander.

Op een lezing ter gelegenheid van de Dag van de Filosofie, hoorde ik professor Jean Paul Van Bendegem deze week het volgende zeggen:

Laten we even het begrip homo sapiens vergeten en spreken over de homo cohabitans: de mens die samenleeft met de andere levende wezens op deze planeet. Beschouw de aarde als een groot huis met veel kamers en de mens woont in één van deze kamers. De andere zijn bewoond door alle levensvormen hier op aarde. Niemand heeft de mens aangesteld als syndicus van het huis, hij heeft dus geen zeggenschap over het huis of over de andere bewoners. Op de maandelijkse bewonersvergaderingen heeft hij één stem, net als alle andere bewoners van het huis.

Dan stelt zich de vraag: hoe aangenaam is het om met ons, de mens, samen te leven?

Een wijs man, die professor. Homo sapiens sapiens.

(© foto: http://www.geekets.com)

De meeste dromen zijn bedrog

Regelmatig heb ik de vreselijkste dromen, nachtmerries. Ik word dan meestal angstig of huilend wakker, soms tot drie keer per nacht. Er zijn gelukkig ook rustige periodes zonder dromen. Maar de laatste weken …

Vroeger wist ik: dit is een nachtmerrie, dit heeft niets te betekenen. Soms was dit al duidelijk tijdens de droom zelf. Ik stond ‘s ochtends op en stapte gezwind terug het leven van alledag in.

De laatste tijd lijken mijn dromen steeds meer op de realiteit, het zijn hele verhalen, samenhangend en helemaal niet zo onmogelijk. Daardoor lijken nu ook sommige dagen op een nachtmerrie.

Een paar nachten geleden moest ik de vijf kleinkinderen van school halen, op vijf verschillende scholen. Ik was met de fiets vertrokken en realiseerde me pas laat dat ik hen daarmee niet kon vervoeren, dus fietste ik terug om de auto te halen. Er waren files en omleidingen, waardoor ik overal te laat kwam en toen ik dacht dat ik iedereen had opgehaald, was ik er weer eentje kwijt. De zenuwen gierden door mijn keel. Het zal in realiteit maar een paar seconden geduurd hebben, maar in mijn droom leek het vele lange (en bange) uren. Tijd is relatief.

Toen begon in die (of in de volgende?) droom de zoektocht naar hun huis. In Gent leek alles plat gebombardeerd en in Wetteren leek de hele wijk nog niet gebouwd te zijn, daar stonden koeien te grazen waar hun huis moest staan. Nergens vond ik mijn kinderen, mijn zonen en schoondochters. Op dat ogenblik moet ik wakker zijn geworden, met een verhoogde hartslag.

Over dode mensen droom ik ook veel, meestal zijn het vrouwen uit de familie- en vriendenkring die inderdaad overleden zijn. In mijn droom kunnen ze nog praten, maar niet meer bewegen, meestal vragen ze mij ze ergens naartoe te dragen, naar hun huis of naar ons vroeger huis in Melle. Ze willen weten wat er aan de hand is, waarom ik al zo lang niet meer op bezoek ben gekomen. Ze zijn verontwaardigd als ik antwoord dat ik dacht dat ze dood waren. Eentje zei hierop dat dat er wel aan te zien is, dat ik dacht dat ze niet zou terugkeren, want wat een zootje had ik ervan gemaakt. De wereld is zot geworden, zei ze, en: wat ga je daaraan doen?

Deze nacht droomde ik dat Hitler een kleinzoon had die hier de wetten kwam stellen. Het klinkt om te lachen, maar dat was het zeker niet. Hij ging alle coronazieken en risicopatiënten in een kamp onderbrengen om de pandemie te stoppen. Niemand durfde zijn huis uit. Telefoon en internet werkten niet meer, enkel nog televisie om zijn speechen uit te zenden. Buren verklikten elkaar en er reden zwarte auto’s door de straten om controles uit te voeren. Ik werd wakker in het angstzweet.

Wellicht heb ik te veel films gezien, te veel boeken gelezen? Want als ik de vergelijking maak tussen onze maatschappij en die van de jaren 1930, ontdek ik te veel gelijkenissen naar mijn zin.

Je zou van minder nachtmerries krijgen.

Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay 

Reflecties deel 2: waarheid en sociale media

Het laatste jaar zaten we het overgrote deel van de tijd noodgedwongen thuis, helemaal alleen of met onze huisgenoten, af en toe met het knuffelcontact erbij. En in deze tijden van fysieke afzondering gingen veel mensen op zoek naar ruimere contactmogelijkheden via digitale weg. Videobellen met familie en vrienden, het is niet hetzelfde als ze in levende lijve te ontmoeten, maar het is beter dan niets. Er werd ook steeds vlotter ingelogd op het almaar groeiend aanbod evenementen op internet.

Bij mij begon het met podcasts die ik toevallig op de sociale media zag passeren. Eerst liet ik de aangeboden informatie op mij afkomen, maar al snel ging ik gericht op zoek naar onderwerpen en thema’s die me echt interesseerden. En het zal jullie niet verwonderen dat deze vooral te maken hadden met literatuur en filosofie. Filosofie op een laag pitje hoor, laat ons liever zeggen: op zoek naar waarheid in ons leven, de betekenis van waarheid in de literatuur ook.

Hebben jullie gezien dat ik het over “waarheid” heb en niet over “de waarheid”? Want “de waarheid” bestaat niet of is heel relatief, altijd subjectief gekleurd ook. Of wat als ze gebaseerd is op feiten of gegevens die zelf maar half onderbouwd zijn? Waarheid maakt bang als ze verandering van ons vraagt. Waarheid wordt overtuiging als ze in ons kraam past.

En daar loopt het vaak mis op de sociale media. Deze kunnen absoluut een meerwaarde bieden, als ze maar correct worden gebruikt, als communicatiemiddel en niet als instrument om elkaar met de vinger te wijzen, als forum om met elkaar in gesprek te gaan en niet om elke gelegenheid te zien als middel om mensen met een andere mening af te blaffen, te beledigen en te beschimpen.

Ieder zijn waarheid, het is een oud gezegde. Wat ik als overtuiging zie, is niet per se waar voor de ander. Ieder heeft zijn eigen unieke verzameling overtuigingen, zijn eigen unieke persoonlijke beleving van de wereld die “zijn of haar waarheid” uitmaakt. Het is jammer dat niet iedereen nieuwsgierig is naar de overtuiging van de ander, maar dat we maar al te dikwijls geneigd zijn de eigen overtuiging aan anderen op te dringen.

Er zijn gelukkig ook leuke en mooie dingen te zien op sociale media. En de scheldtirades lees ik niet meer. Ik laat ze aan wal staan, die scheldende schippers.

Maar laat ons vooral positief ingesteld blijven.

Vorige week zag ik een prachtige muziektheatervoorstelling ‘Rosa’ van TG Vagevuur & Brussels Experimental, opgevoerd in de Minard en via livestream te volgen. Het is ook niet hetzelfde als een voorstelling live meemaken, maar het is een tof alternatief. De goesting van de acteurs om te acteren spatte van het scherm. Op het einde van het stuk begon ik spontaan te applaudisseren en nadien las ik in vele commentaren dat ik zeker niet de enige was die dit deed. Eventjes leek ik zelfs vergeten dat ik alleen in mijn bureau zat en niet in een zaal. De mens zoekt alternatieven en verzoent zich ermee.

Maar toch hoop ik vurig dat het niet al te lang meer zal duren eer we terug allen samen mogen applaudisseren, samen in dezelfde zaal, om live cultuur te beleven en niet via mijn scherm, niet uitsluitend online. En dat is een waarheid als een koe.

Laat ons lachen!

Lachen is gezond. Maar we doen het veel te weinig. Dat realiseerde ik me deze morgen nog, bij de bakker.

Stel je voor: de bakkerin, een man die gebakjes aan het kiezen is en ik die op mijn beurt sta te wachten om besteld te worden. We zijn alle drie ongeveer van dezelfde leeftijd, schat ik. Of toch zeker van dezelfde generatie.

Op de radio speelt Dancing Queen van ABBA. De bakkerin maakt een klein dansje terwijl ze een doos haalt om de taartjes in te steken.

Terwijl ze de doos vult, zegt ze: dit is toch het schoonste liedje van ABBA hé, Dancing Queen?

Ja, antwoord ik, uit onze jonge tijd.

De bakkerin: toen we nog jong en mooi waren!

Ola, zegt de man van de gebakjes: we zijn nog altijd jong en mooi hoor! Maar we mogen dan wel ons mondmaskertje niet afdoen!

We lachen, eerst stilletjes onzichtbaar achter onze mondmaskers, maar daarna luid en van harte, met pretoogjes boven onze maskers. De winkelhulp komt kijken wat er scheelt. Hilariteit alom. Elke keer als we elkaar aankijken, begint het opnieuw, het werkt enorm aanstekelijk. En het doet deugd.

Ik stap nog lachend de winkel uit, nagekeken door twee voorbijgangers die het niet begrijpen en me nastaren.

Dankjewel dansende bakkerin, dankjewel “jonge” man met de gebakjes! Jullie maakten mijn dag goed.

Reflecties op een vroege zondagmorgen

Zondagmorgen, vroeg. Net voor dageraad, een oorverdovende stilte, het moment dat je je alleen op de wereld waant.

Al ik de overgordijnen open schuif, maakt mijn hart een sprongetje: er ligt een laagje sneeuw! Vandaar dat het vroeger klaar leek deze morgen. Het eerste licht komt vandaag van de sneeuwkristallen en niet van de zon.

Ik ga in de relax zitten, bij het venster. Een eerste vroege vogel in de donkergrijze lucht. Een laatste ster. Ik warm mijn handen aan de hete mok zwarte koffie. En ik geniet. Van de stilte, van de heerlijke geur, van het prachtige uitzicht, een stukje natuur. Ik voel me gekoesterd door de klank van de klok uit mijn kindertijd. Geuren en geluiden uit mijn verleden, geborgenheid.

Ik denk aan wat ik de laatste weken allemaal heb gelezen en opgezocht, in boeken en op internet. Aan de wijze woorden en ideeën die ik in webinars en podcasts heb vernomen. Over dat alles wil ik iets schrijven, delen wat ik als kleine levensles heb ervaren. Maar hoe hou ik dat blogbericht kort genoeg om de aandacht van mijn lezers vast te houden? Schrijf ik afzonderlijke berichten? Wil ik meer? Ik laat het los en heb er vertrouwen in dat ik de woorden ooit wel vind.

Mijn gedachten en gevoelens laat ik los, laat ik toe, laat ik zijn. Het is goed zoals het nu is. Ik ben blij dat ik uit de ratrace ben gestapt, dat ik nu geniet van de kleine en grote gelukjes. Af en toe de kinderen en kleinkinderen horen of zien en weten dat ook zij gelukkig zijn. Dankbaar dat mijn ouders nog gezond zijn en nog zelfstandig wonen. Dankbaar voor mijn zus die mijn beste vriendin is, mijn soulmate. Dankbaar voor de woning waar ik met Ronny een nieuwe thuis heb gevonden. Dankbaar dat we deze stap hebben durven zetten. Dankbaar voor familie en vrienden die ik momenteel weinig zie, weinig hoor, maar die ik in mijn hart en op mijn handen draag.

En neen, het gaat niet goed in onze wereld. Er staat van alles te gebeuren, er is ook al veel gebeurd dat niet ongedaan kan worden gemaakt. Maar ik heb er vertrouwen in dat alles goed komt, al zij het niet vanzelf. Er komt een nieuwe wereldorde, waaraan wij mee mogen bouwen, als we willen. De mens is vrij. Vrij om te aanvaarden wat komt, vrij om halsstarrig aan het verleden vast te houden.

Dit alles komt in me op terwijl ik zit te mijmeren, te mediteren … Ondertussen komt de eerste zonnestraal in ons tuintje vallen, ze laat de sneeuw glinsteren. Alles wordt anders, maar alles komt goed.