Categorie archief: het leven

Zoals het klokje thuis tikt

Mijn grootouders hadden drie regulateurs. Ik geloof dat mijn grootvader ze allemaal had gewonnen met het duiven melken, zijn duiven vlogen regelmatig in de prijzen. En toen bompa en bomma overleden waren, kregen mijn grootouders ook nog hun regulateur erbij. Deze was groter, steviger en sloeg elk kwartier, een Westminster dus.

Omdat niemand van de familie geïnteresseerd was in deze ouderwetse klokken, erfde ik er twee. Wat er met de andere twee is gebeurd, dat weet ik niet, ik vermoed dat ze op het containerpark zijn beland. Ik kon ze niet alle vier nemen, want Ronny had er ook al een geërfd van zijn ouders, maar deze is een tiental jaar geleden finaal stuk gegaan.

Toen we naar ons appartementje verhuisden, was daar geen plaats voor twee regulateurs. Maar van de Westminster kon ik geen afscheid nemen. Integendeel, ik bracht hem naar een klokkenmaker voor volledig nazicht en herstelling.

Door de coronamaatregelen duurde het twee maanden langer vooraleer ik mijn Westminster kon ophalen. Vorige week was het eindelijk zover: de klokkenwinkel in Zomergem mocht weer zijn deuren openen. Wat was de regulateur van mijn overgrootouders mooi geworden! Wijzerplaat, slinger en ruitjes mooi opgeblonken en nog belangrijker: de klok werkt nu perfect en slaat terug elk kwartier.

Het voelde aan als een plechtig moment toen we de Westminster in onze woonkamer aan de muur konden hangen. Ik kreeg er zowaar een krop van in de keel.

We hebben aan onze buren gevraagd of het klokgelui om het kwartier (zowel overdag als ‘s nachts) hen niet stoort. Gelukkig hadden ze het zelfs nog niet gehoord!

Als ik het aan mensen vertel, is hun reactie dat zo’n ding te veel lawaai maakt, maar voor ons is dat niet zo. Het brengt hier zelfs rust in huis. Er zijn er die denken dat ik zo blij ben omdat die klok veel geld waard is, maar ook dat is niet waar, ze heeft enkel nog emotionele waarde. En voor mij is die torenhoog.

Onlangs las ik “Stil de Tijd” van Joke Hermsen. In dit boek pleit de auteur voor onthaasting en voor een langzamere toekomst. Ze maakt het onderscheid tussen de voortrazende kloktijd en onze innerlijke tijdsbeleving. De Grieken noemden deze respectievelijk Kronos en Kairos. De eerste staat voor de kloktijd, de reële tijdsmeting. Kairos staat voor de tijd zoals wij hem ervaren : de tijd die vliegt als je met iets leuks bezig bent, en kruipt als je moet wachten op iets.

Tot net voor corona leefden we in onze maatschappij bijna uitsluitend op het ritme van Kronos: alle uren van de dag mooi ingepland, zelfs de vrije tijd werd volgepropt met activiteiten en het resultaat: iedereen had tijd te kort – druk, druk, druk! We leken wel bang om even niets te doen, elk vrij moment in onze agenda moest optimaal worden benut.

Nochtans is bewezen dat het loont om af en toe verveling of nietsdoen toe te laten. Hermsen zegt hierover: “Vandaar dat een idee of oplossing je vaak pas te binnen schiet als je onder de douche staat, even op de bank gaat liggen of een wandeling maakt, kortom als je niet doelgericht en actief met iets bezig bent en je overgeeft aan de verveling.”

Als corona ons iets geleerd heeft, is het dat we ook anders met tijd kunnen (en moeten) omgaan. Ik hoor veel mensen zeggen dat ze nu hun tijd anders ervaren, dat ze zelfs minder tijdsbesef hebben: ze bedoelen geen besef van de Kronos tijd.

Uiteraard is Kronos tijd belangrijk in onze huidige samenleving. Hoe zouden we anders met elkaar afspraken kunnen maken, school- en werktijden regelen enz. De kunst is een gezonde balans te vinden tussen Kronos en Kairos. En ik hoop dat we daar na corona allemaal in slagen, als mens én als samenleving.

Sedert we in Massemen wonen, heb ik onbewust geprobeerd dit evenwicht te vinden. Loskomen van de kloktijd en open staan voor een andere beleving van tijd. Dat laatste zou een voorwaarde voor creativiteit zijn.

En tegelijk zit ik hier nu met een Westminster die puur Kronos is en die zich elk kwartier laat horen. Alhoewel net dit me laat beseffen hoe relatief het begrip “tijd” is. Soms denk ik: is er alweer een kwartier verstreken? Op een ander moment schrik ik dat het al zo laat is en heb ik het gevoel dat ik het slagwerk van de laatste paar uur niet eens heb gehoord. Ik ben op zo’n moment zelfs al eens gaan kijken of de klok niet was stilgevallen.

‘s Morgens vroeg hoor ik de vogels door het open raam kwetteren en binnen is er het zachte tikken van onze klok, als de hartslag van het verleden. De herinnering aan mijn (over)grootouders. En dan weet ik dat het goed is. Dit is thuis, waar het klokje tikt als nergens anders.

Afscheid van Rita

De dag van je begrafenis. Op weg er naartoe een heftige wind, even heftig als jij in je reacties kon zijn. Maar ook af en toe een deugddoend zonnestraaltje.

De dag van je begrafenis. Niet volledig zoals jij ze tot in detail had voorbereid. Maar veel intiemer, met enkel je kinderen en kleinkinderen, je broer, schoonzussen en schoonbroer, je nichtje, je beste vriendin-schoondochter, twee trouwe vrienden en ikzelf. Meer mensen liet corona niet toe.

Het was een intieme plechtigheid met veel persoonlijke getuigenissen, waarvan ik er enkele voorlas – voor wie het emotioneel niet aankon dat zelf te doen. Er werden veel traantjes weggepinkt, vooral als de kleinkinderen aan het woord kwamen. De oudste kleinzoon kende je op zijn duimpje, er werd hier en daar instemmend geglimlacht toen hij zei: “en als het u niet aanstond hadden we het allemaal wel geweten.”

Dominique noemde jou de sterkste vrouw die ze ooit heeft gekend, voor de buitenwereld een harde tante, maar achter die ruwe bolster zat een klein hartje. Je was, zoals David je beschreef: een robuuste maar tegelijk een zeer kwetsbare dame.

Jouw broer omschreef treffend hoe jij op de diagnose van ongeneeslijke kanker reageerde: “u hebt dat gelaten aanvaard alsof het iets doodgewoons was. Nooit heb ik u horen klagen en u had zelfs de moed om uw eigen begrafenis tot in de puntjes te regelen. Persoonlijk had ik het daar veel moeilijker mee dan u.”

De getuigenis van Evelyne was voor mij het moeilijkst om voor te lezen, Rita. Jij hebt de laatste twee maanden, tot twee dagen na jouw verjaardag eind april, bij Evelyne en haar gezin ingewoond. In elk woord, in elke zin klonk een eindeloos verdriet en gemis voor haar “moederke”. Jij vertelde mij herhaaldelijk hoe dankbaar je was voor alles wat jouw dochter voor jou gedaan heeft.

De muziek die jij zelf gekozen had, Rita, zal me voortaan altijd aan jou doen denken. Het is de muziek waar jij de laatste maanden herhaaldelijk, bijna constant, naar luisterde.

Ik ben de familie heel dankbaar dat ik mocht aanwezig zijn op jouw afscheid. En wel hierom:

In de kerstperiode nodigde Rita me uit op de koffie. Ze vertelde mij dat ze haar begrafenis aan het voorbereiden was. Ze had brieven geschreven aan de kleinkinderen, de muziek gekozen voor haar afscheid, en met de begrafenisondernemer waren er ook al afspraken gemaakt. Maar er was nog één iets niet in orde en daar kon ik haar mee helpen, zei ze.

Ze zei dat er nog een paar mensen waren die ze tijdens de afscheidsdienst wou bedanken en aangezien zij dat op dat moment zelf niet meer zou kunnen (zo zei ze het letterlijk!), vroeg ze aan mij haar woorden te noteren en ze tijdens de begrafenis voor te lezen.

Toen ik haar een laatste keer ging bezoeken, die laatste zondag dat ze bij Evelyne & David thuis was, fluisterde ze me toe: “Linda, niet vergeten wat ik u gevraagd heb hé.” Ik begreep niet alles wat ze me tijdens dat laatste bezoekje vertelde, maar deze woorden waren klaar en duidelijk, want die bedanking was o zó belangrijk voor haar.

Zo heb ik mijn laatste belofte aan jou kunnen nakomen, Rita. En het is weer typisch jou hé, dat je het laatste woord moest hebben, zelfs al was je er fysiek niet meer.

Tussen de foto’s die werden geprojecteerd, was er eentje waar wij met ons twee op staan, allebei nippend aan een cocktail. Ik herkende de foto onmiddellijk: twintig jaar geleden, in Turkije. Ik koester duizenden mooie momenten die we samen hebben gedeeld met onze “mannen van de Filliers-club” Herman en Ronny. Herinneringen niet alleen aan de Kouterslag, maar ook aan de bezoekjes bij elkaar thuis en aan onze vakanties samen.

Het onverwachte overlijden van Herman zes jaar geleden kwam voor iedereen hard aan, maar voor jou het meest. Nu zijn jullie weer dicht bij elkaar.

Het afscheid van jou voelt aan als de laatste bladzijde lezen van een prachtig boek. Met veel spijt dat het uit is, maar met dat grote verschil dat je een boek wel kan herlezen.

Het verhaal dat wij samen mochten beleven, dat is ten einde. Maar troost je: het was een prachtig en uniek verhaal, om nooit meer te vergeten.

Dank voor alles, moeke Rita. Ik ben blij dat ik je vriendin mocht zijn.

Terug naar Eden

Als kind had ik heel vaak het gevoel dat ik in een tuin van Eden leefde.

Tot mijn zevende was ik enig kind en mijn ouders werkten allebei in een ploegensysteem. Dus woonde ik een groot deel van de tijd bij mijn grootouders (langs vaders kant). Zij hadden een grote moestuin en een “land”. Dit land was een stuk akker dat ze van een naburige boer mochten gebruiken, of huurden – dat weet ik niet precies. Mijn grootvader nam me regelmatig mee naar het land. We vertrokken – naar gelang het seizoen – met zaad- en plantgoed of met rieten loofmanden, ook harken en spades die pepe over zijn schouders meedroeg. Soms mocht ik in een mand zitten en droeg hij me zo mee. Ik vond het heerlijk daarin mee te deinen op de maat van zijn stappen.

In mijn herinnering is het altijd zomer. We stappen langs een wegeltje tussen het akkerland en de moestuinen van de buren naar de achterkant van de akker. Op deze akker staan afwisselend het ene jaar aardappelen en het andere jaar koren. Het ruikt er heerlijk, de hitte zindert boven de korenaren en ik hou van het blauw van de bloemen, korenbloemblauw. Op terugweg naar huis mag ik een ruikertje plukken. Ik wil er ook rode klaprozen bij en begrijp niet waarom de rode blaadjes altijd loslaten van zodra het steeltje wordt geplukt.

Het ruikertje is voor mijn overgrootmoeder, bij wie we dagelijks langs gaan. Ze is de pleegmoeder van mijn grootvader en zij woont samen met zijn vader, mijn bompa, in een huisje met een prachtige tuin. Eigenlijk zijn het drie tuinen: in deze dicht bij het huis staan twee kerselaars, een met witte kersen en een met donkerrode. Daaronder een houten bank waarop we gaan zitten om koffie of limonade te drinken. Ik krijg bij elk bezoek een snoepje van “Bomma Spek” en zij zet mijn bloemen altijd onmiddellijk in een vaasje, haar tuintje en keuken staan vol bloempotten die ze zelf heeft geschilderd, met bolletjes in verschillende kleuren. De andere tuin is bompa zijn domein: een moestuin waar alles netjes in bedden groeit. Tussen die twee tuinen staat een duivenhok van mijn grootvader. Die duiventil is de reden van de dagelijkse bezoekjes. Helemaal achteraan is het derde gedeelte van de tuin, waar enkel hoge sparren staan, met er middenin een overdekte houten bank. Daar is het ‘s zomers zalig zitten als het zachtjes regent en de natuur bedwelmend geurt.

Enkele maanden geleden zijn we verhuisd naar “de buiten” dicht bij de Watermolen te Massemen. En hier komen alle geuren en kleuren van vroeger, alle herinneringen terug tot leven. Na honderd meter wandelen loop ik tussen de velden en weiden, ik zou er kunnen over grachten springen – zoals vroeger met de buurjongens van mijn grootouders.

Het is een feest de natuur te zien ontwaken na de kale winter, vanuit mijn zetel zie ik door het grote raam veel vogels vliegen, een koppel eksters maakt een nest in een populier. Bij de watermolen zien we af en toe de ijsvogel, de torenvalk cirkelt soms hoog in de staalblauwe lucht. Ik geniet van de romig witte en donkergrijze wolken die prachtig contrasteren. Als het regent, gaan de vensters open om de geur van de natuur binnen te laten. Ik volg ‘s avonds de maan en denk aan mijn grootvader, die pas zaaide of oogstte als de maan “goed zat”.

De lievelingsbloemen uit mijn jeugd bloeien nu in ons kleine tuintje: viooltjes, fuchsia en blauwe druifjes. Ik leef te midden van de geuren en kleuren die me als kind omringden. En ik denk heel vaak aan mijn grootouders, wiens naam we ons hebben aangemeten: nu zijn wij op onze beurt meme en pepe.

De cirkel is rond. Ik waan me weer in Eden.

Een nieuwe start

We zouden ons huis verbouwen, het aanpassen aan de noden van Ronny en aan de blijvende gevolgen van zijn herseninfarcten van enkele jaren geleden. Maar toen we in augustus op reis waren in het fantastisch mooie Kreta, kreeg Ronny daar verlammingsverschijnselen. Bij thuiskomst begaven we ons dus zo goed als rechtstreeks naar de spoeddienst. Daar werd een subduraal hematoom vastgesteld (bloeding tussen schedel en hersenvlies), acht dagen later volgde een schedelboring.

Ronny bleef last ondervinden met trappen, maar er was geen mogelijkheid om onze slaapkamer naar het gelijkvloers te verhuizen. We zagen het ineens ook niet meer zitten om enkele maanden op een bouwwerf te wonen … Het vooruitzicht van een comfortabeler huis werd overschaduwd door het stof van de verbouwingen die maar een halve oplossing zouden brengen. Ook het onderhoud van onze grote tuin begon zware inspanningen te vergen.

Dus namen we samen het besluit het huis waar we meer dan veertig jaar hebben gewoond, te verkopen en naar een appartementje op zoek te gaan. Toen kwam alles in een stroomversnelling … via internet vonden we een nieuwbouw appartement op het gelijkvloers, met een groot terras en een klein tuintje. Jammer genoeg lag dit appartement niet in Melle, waar we graag hadden willen blijven wonen, maar in Massemen. We zagen echter al heel snel de voordelen: een rustige en groene omgeving op de buiten, het gebouw telt slechts vier wooneenheden en we komen hier niet elke keer in een file terecht bij het uitrijden van onze straat.

Ons huis in Melle werd te koop gesteld en ‘s anderendaags was de verkoop ervan al rond.

En toen begon het grote werk: alles klaarmaken voor de verhuis. Elke dag haalde ik een kast leeg en bewaarde daarin enkel wat ons nog kon dienen. In het begin was dit heel moeilijk, ik ben namelijk nogal een verzamelaar. Maar deze vuistregel bracht soelaas: alles wat we het afgelopen jaar niet nodig hadden, zullen we de komende jaren wellicht ook niet gebruiken. Minstens één keer per week reden we met een volgeladen auto naar het containerpark, twee maanden lang. Wat nog bruikbaar was werd naar de kringwinkel gebracht of via de “gift” pagina’s van facebook weggegeven. Wat overbleef, werd in dozen gestoken. Meer dan twintig dozen met boeken werden als eerste naar de nieuwe woning gevoerd, waar ze een plaatsje kregen in de kamer die ik als bureau-leeskamer heb ingericht.

Op 23 december was de verhuis van de kasten, tafel en stoelen, wasmachine en andere grote stukken gepland. Toen woonden we al een week in Massemen, vanaf de dag dat ons bed en de zetels er waren geleverd. Diezelfde middag was alles overgebracht en kon ik beginnen aan het leegmaken van de vele dozen en het vullen van de kasten.

En toen volgde het emotioneel zwaarste moment: de opkuis van ons huis in Melle en het afgeven van de sleutels aan de nieuwe eigenaar.

Enkele vrienden hadden aangeboden te helpen, met mijn zus was afgesproken dat we samen de opkuis zouden doen op de laatste maandag van 2019. Maar dezelfde ochtend ben ik er op mijn eentje aan begonnen, ik wou dit graag zelf doen. Een laatste keer alles poetsen. Terwijl ik eraan bezig was, dacht ik dat het vergelijkbaar was met het afleggen van een overledene, die wordt ook een laatste keer grondig gewassen … Ik waste mijn oud huis met kraantjeswater vermengd met traantjeswater. In elke kamer wiste ik de sporen van mezelf en mijn man, van onze kinderen en kleinkinderen. En alle mooie herinneringen nam ik met me mee naar ons nieuwe nestje.

Drie maand geleden werd de beslissing genomen. Vandaag wonen we er al bijna een maand. Het gevoel zit goed: dit wordt een nieuwe thuis voor ons.

Een nieuw jaar, een nieuw decennium, een nieuwe start.

Het leven is (soms) klote

Dinard1Er zijn zo van die dagen. Het ene droeve bericht na het andere. Bij het eerste slik je even en je moet alweer vooruit, de plicht roept – weet je wel! Maar na drie onheilstijdingen op één voormiddag hield ik het gisteren voor bekeken.

Heeft het met ouder worden te maken of is het een kwestie van pech, ik weet het niet. Maar er gaat geen dag meer voorbij zonder nieuws over ernstige ziektes en overlijdens in onze naaste omgeving. Tantes en nonkels, vrienden, buren, kennissen … En dan heb ik nog het geluk – ik durf het haast niet schrijven – dat mijn ouders nog in leven en in redelijk goede gezondheid zijn, dat mijn kinderen, kleinkinderen en mijn zus het goed stellen. Want o wee als hen iets raakt!

Tot nu toe was ik niet bang voor de dood. Wel voor de dood van andere mensen, maar niet voor mijn eigen dood. Ik kan me zelfs levendig voorstellen dat oude en zieke mensen naar de dood verlangen omdat die bevrijding brengt. Tot ik me gisterenavond realiseerde dat mijn overlijden anderen verdriet gaat doen. Maar dat is dan ook het enige wat mij aan de dood afschrikt.

Ziekte, daar ben ik bang voor. En dan bedoel ik een levensbedreigende of levensbeperkende ziekte, waardoor je afhankelijk wordt van anderen en niet meer voor jezelf kan zorgen, laat staan voor anderen.

Ik wil mijn vrijheid niet verliezen door een ziekte die mij treft, ik wil niemand tot last zijn. Vandaar wellicht de lichte paniek bij de ongemakken waar ik de laatste weken en maanden mee te maken krijg. Ongemakken die in het niets verdwijnen vergeleken bij de ziektes die anderen om me heen treffen. Maar die me toch wel ongerust maken, omdat ze ernstige gevolgen kunnen hebben als ik niet goed voor mezelf zou zorgen.

Zo maalt het in mijn hoofd tijdens slapeloze nachten. Nachten met wolkbreuken en onweersbuien.  Nachten waarin ik me afvraag waar wij mensen mee bezig zijn? We rennen rond als kippen zonder kop, we vergeten te genieten of we hebben geen tijd om er voor elkaar te zijn. We leven in een trieste wereld.

61 jaar heb ik erover gedaan om me dit te realiseren: geluk vult meestal slechts één moment, verdriet het hele leven.

Afscheid van Johan

We wisten het al een hele tijd: dit komt niet meer goed, dit eindigt met de dood. Maar zoals jij bleef vechten tegen jouw ziekte, werd ook bij ons de twijfel groot. Ook al wisten wij beter, elke keer lieten wij ons door jou overtuigen dat het weer in orde komen zou. Maar je hebt je strijd gestreden en eigenlijk nog onverwacht liet jij het leven los. Zacht, stil, eenvoudigweg. Zoals jij was.

Ik dacht: ik heb al veel vrienden verloren, ook dit kan ik wel aan. Maar nu besef ik: er zijn vrienden en vrienden. Er zit gradatie in vriendschap. En daar schrok ik van. Wat een pijn, wat een verdriet, ik kan aan niets anders denken. Het is een rauwe spijt om woorden die niet zijn gezegd, om de laatste belofte die ik niet meer kan waarmaken, om het afscheid dat geen afscheid is geweest. Verdriet om het verdriet van Roseline, Peter en Sarah, om je kleinzoontjes die je nu al moeten missen, veel te vroeg. Verdriet om de vele plannen die wij vieren nog samen hadden. Het is allemaal voorbij.

Je koos een mooie dag om te gaan, een koude wintermiddag met volop zon. Een blauwe hemel. Ook terwijl ik dit in tranen schrijf, schijnt de zon door mijn raam. Ik heb foto’s zitten kijken, van de vele uitstappen en reisjes die wij vieren hebben gemaakt, van de leuke momenten bij elkaar thuis, van de feestjes die we al die jaren samen vierden.

Nu kan ik al weer een beetje glimlachen als ik aan jou denk. Uit dankbaarheid om die vele jaren vriendschap, om het besef dat wij ons gelukkig mogen prijzen dat we jou als vriend mochten hebben. Niet iedereen heeft het geluk in zijn leven iemand als jij te ontmoeten.

Ik koester de vele herinneringen. De korte sms’jes die zo veelzeggend waren, zoals: apero? Onze gemeenschappelijke interesses wat muziek en cultuur betreft, onze babbels over wat er in de wereld gebeurt, onze belangstelling voor de herdenking van de oorlogen, onze etentjes en kroegentochten, het vertellen over de kinderen en kleinkinderen die ons zo nauw aan het hart liggen, onze jaarlijkse uitstap naar de Gentse Feesten, … Ik schrijf het op zoals het me te binnen schiet. We moeten dankbaar zijn voor zoveel mooie momenten. Maar net daarom doet het ook zoveel pijn.

Je hebt mijn vriendin veel gelukkige jaren gegeven en ook daar zijn we jou dankbaar voor. Het is een cliché dat de beste koppels vroegtijdig door ziekte en overlijden uit elkaar worden gehaald, maar een cliché is al te dikwijls de pijnlijke waarheid.

Ik weet dat je niet gelooft in god en in de hemel. Maar als iemand hier op aarde zijn hemel heeft verdiend, dan ben jij het wel. Je leeft in elk geval verder in ons hart en in onze gedachten. Wij zullen hier zorg dragen voor jouw Roseline en we zullen Emiel en Guust heel veel over jou vertellen.

Dag Johan, wij houden nog altijd zielsveel van jou!

Ik mis je – Herman Van Veen Een liedje ten afscheid, voor jou.

De magie van Kerst

kindjes-op-kerstavond-2015

Katholiek of diepgelovig zijn heeft er nog maar weinig meer mee te maken. Ik zag het evolueren van een christelijk feest naar een commercieel feest. Maar als ik er nu op terugkijk, was kerstavond enkele keren een mijlpaal in mijn leven.

Mijn eerste herinnering gaat terug tot een kerstavond bij mijn grootmoeder. Ik kan toen hoogstens vijf of zes jaar oud zijn geweest, want mijn zus was nog niet geboren. Ik vermoed dat het in 1962 was. Terwijl meetje aan de kookpot stond, viel de elektriciteit uit. In die tijd gebeurde dat met de regelmaat van de klok. Meestal werd dat nogal vlug hersteld, maar die kerstavond duurde het een paar uren. Alle buren kwamen op straat, er werd doorgegeven tot waar de panne reikte en dat bleek een groot deel van het dorp te zijn, misschien wel het hele dorp of tot ver daarbuiten. Ik herinner me nog haarfijn de sfeer van die avond. Eerst de complete duisternis, daarna gingen we de straat op om bij de buren kaarsen te gaan lenen. Nooit is er in Heusden zoveel volk op straat gekomen op een kerstavond. Later die avond zaten we met zijn allen aan tafel bij het licht van één kaars. Die magische sfeer blijft me mijn hele leven bij.

Ronny en ik waren nog niet zo heel lang samen, maar hij stond erop dat ik kerstavond met zijn familie zou vieren. Hij vroeg dat één week op voorhand … dus moest alles in recordtempo “officieel” worden gemaakt, want ik moest mijn ouders uitleggen waarom ik niet met hen zou vieren. Nog nooit voelde ik me zo bekeken en gekeurd als die avond. Als grap hadden ze mij een vork en mes gegeven die plooiden als je ze wou gebruiken. Ik had niet door dat het een grap was en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging met dat rare bestek te eten, het duurde lang eer ik door had waarom iedereen aan tafel zoveel plezier had. Die avond had ik ook voor het eerst in heel mijn leven het gevoel dat ik nog nooit iemand zo graag had gezien.

Kerst 1979. Ronny zijn moeder was eerder die maand overleden. Waar ik twee jaar voordien voor het eerst bij haar te gast was geweest, zat ik nu aan dezelfde tafel als gastvrouw.

Kerst 1980. Mijn eerste kerst als moeder. Behoeft geen verdere uitleg.

Kerst 2006. We zaten met onze kinderen aan het kerstdiner, toen we het gevreesde telefoontje kregen. Milan, het vier jaar oude zoontje van mijn nicht, was die avond thuis overleden na een maandenlang gevecht tegen kanker. Hij had zo naar het feest, zíjn kerstfeest, uitgekeken en had net dat moment gekozen om te gaan, omringd door zijn naaste familieleden. Ook onze jongste schoondochter bracht slecht nieuws: bij haar broer was een hersentumor vastgesteld die niet operatief kon worden verwijderd. Een kerst die ons altijd zal bijblijven, evenals de gevoelens van verdriet, machteloosheid en zelfs boosheid.

Kerst 2016. Deze kerst staat in het teken van onze kinderen en kleinkinderen. De broer van onze schoondochter is vorige maand overleden, ten gevolge van zijn hersentumor. Hij was de peter van de enige dochter van zijn zus en deze kerst nam ik het meterschap van hem over. In ons dialect noemen ze dat “meetje lap”. Onlangs nam ik Lisa mee naar het toneel en voortaan hebben we dit als gemeenschappelijke hobby.

De oudste kleindochter gaf dit weekend haar eerste concertje op viool met de muziekschool, een gebeurtenis die ik ook voor geen geld wou missen. Laure, haar naam betekent zon en zij was het eerste zonnetje in ons leven als grootouders. Met de oudste kleinzoon Rune heb ik de liefde voor het lezen gemeen, ik herken bij hem de gretigheid naar boeken. Ik kijk ernaar uit om hem later met mijn lievelingsboeken te laten kennis maken. Met de jongste kleinzoon deel ik tot nu toe enkel nog maar knuffels en gekke spelletjes, ik ben benieuwd of ik ook met hem gemeenschappelijke interesses zal hebben. En dan is er nog ons vijfde kleinkind, een kleindochter die in de lente zal worden geboren en die voorlopig het koosnaampje “Zulma” kreeg van Ronny. Tot nu toe weet enkel haar onlangs overleden nonkel Damir hoe haar echte naam zal zijn.  Voor ons is zij voorlopig Zulma, wat betekent: “vrede, hemels”, het meisje van de hemelse vrede.

Ik wens deze kerst aan iedereen een Zulma om naar uit te kijken.