Maandelijks archief: juni 2019

De garnaalvisser

Als je me ziet trekken, mag je altijd afkomen!

Even situeren: het strand tussen Nieuwpoort en Oostduinkerke, op een zonnige avond in juni, bij laagtij. Ik loop blootsvoets en met de zoom van mijn lange zomerrok in de handen langs het strand, met de golven tot aan mijn kuiten. Ik zie een visser langsheen de kustlijn stappen, dieper de zee in, hij sleept een net achter zich aan. Een garnaalvisser, zonder paard.

Het strand is enorm breed en er lopen hier en daar wel mensen, maar ze lijken ver weg. De golven die op het strand komen aanrollen zijn warm. Ik denk eraan hoe heerlijk het zou zijn in die golven te gaan liggen, me te laten meevoeren … terug het strand op, of misschien de andere richting uit, net dieper de zee in. Zou ik het erg vinden niet terug te keren? Eigenlijk niet. De laatste drie dagen waren zo mooi en intens, dat ze een moeilijke periode een beetje verzachten. Zo mooi mogen ook mijn laatste dagen ooit zijn. Maar er zijn mensen die het wellicht heel erg zouden vinden als ik nu niet zou terugkeren, dus zet ik die gedachte maar weer snel van me af. En ik keer op mijn stappen terug.

Ik zie de garnaalvisser uit de zee komen, het strand op met zijn net achter zich aan. Iets gevangen, vraag ik? Ach een paar sliptongen, maar ze zijn te klein en moeten terug het water in, zegt hij. Wil je ze zien? Ja uiteraard.

Het krioelt in het net: krabben, steurgarnalen en inderdaad ook twee kleine sliptongen, té kleine sliptongen. De visser gooit ze in de golven terug en meteen komen er een aantal meeuwen aanvliegen, die hij wegjaagt, al roepend: sloebers! Laat die visjes nog maar eventjes groeien! Ik vraag wat hij met zijn vangst doet: aan viswinkels verkopen? Neen hoor, zegt hij, ik verkoop ze aan mensen zoals jij! Oei, ik heb geen geld bij, geen gsm, enkel maar mijn sleutel.

Een sleutel, zegt hij, dat is iets heel belangrijks! Er zijn mensen die geen sleutel hebben en ook geen thuis. Zolang je een sleutel hebt, kan je meestal wel ergens terecht.

Een mooie gedachte om mee naar huis te nemen.

Ik ga terug de zee in, zegt hij, mijn netten zijn nog niet vol genoeg. Maar als je me ziet trekken, mag je altijd afkomen, je kan niets bestellen want ik weet op voorhand niet wat ik zal vangen. Maar als ik iets vang, verkoop ik het, levende vers!

Hij stapt terug de zee in en wuift nog even. Achter hem zie ik hoe de zon net het water raakt aan de einder. Soms is een ondergang een nieuw begin.