Maandelijks archief: september 2013

Marc Devijver: mijn zoon lijdt aan zelfmoordhoofdpijn

Ongeveer één op duizend personen, vooral jonge mannen, lijdt aan clusterhoofdpijn. Deze hoofdpijn bestaat in twee types: episodisch en chronisch. In de episodische vorm verschijnen de aanvallen in clusters van enkele weken tot maanden, waarna deze weer verdwijnen. Chronische patiënten (10 tot 15% van alle gevallen) kennen deze ‘rustperiodes’ niet en hun aanvallen blijven quasi dagelijks doorgaan.

Marc en Jelle Devijver

Marc en Jelle Devijver

Jelle Devijver lijdt aan de chronische vorm van clusterhoofdpijn. Meer dan drie jaar geleden begon voor hem een vreselijke en lange lijdensweg.

Marc, rots in de branding voor zijn zoon Jelle

Ik had een afspraak met Jelle Devijver en zijn vader Marc om te praten over clusterhoofdpijn en over ‘Hoofdzaak’, een project dat vrienden van Marc hebben opgestart om Jelle te steunen. Jelle moest in laatste instantie echter verstek laten gaan, zijn ziekte speelde hem weer eens parten.

‘Dat gebeurt regelmatig’, zegt Marc, ‘Jelle weet nooit op voorhand hoe hij zich zal voelen. Hij kan eigenlijk niets op voorhand plannen, de clusterhoofdpijn blijft nog altijd zijn doen en laten bepalen.’ Het is niet de eerste, en wellicht ook niet de laatste keer dat Marc als woordvoerder voor zijn zoon optreedt.

Clusterhoofdpijn of de ziekte van Horton

Patiënten met clusterhoofdpijn lijden extreme, borende, snijdende pijnen aan één zijde van het hoofd, achter het oog of in het voorhoofd bij de slaap. Het voelt aan alsof iemand met een brandende ijspriem herhaaldelijk in, achter of boven het oog steekt of het oog met een biljartkeu uitsteekt. Het brandend gevoel wordt steeds erger en verspreidt zich over de gezichtskant die begint te ‘trekken’. Een rood, tranend oog met een vernauwde pupil en een hangend en zwellend ooglid, een zwetend voorhoofd en een verstopte of loopneus
kunnen vervelende bijwerkingen zijn.

De hevige pijnaanvallen ontstaan vooral ’s nachts tijdens de remslaap waardoor de patiënt wakker wordt. Ze kunnen meerdere keren per dag voorkomen, merkwaardig genoeg op bijna precies dezelfde tijdstippen. Zonder behandeling duren ze gemiddeld een uur lang, met  variaties tussen vijftien minuten tot drie uur. De aanvallen treden meestal op in bepaalde periodes, clusters genaamd. Vandaar de naam ‘clusterhoofdpijn’.

Plots verandert je hele leven

Het leven lachte Jelle (29) toe: hij woonde zelfstandig, had vele vrienden, was al jarenlang geëngageerd in de leiding van de scouts te Drongen en hij had een leuke job. Tot hij op 9
mei 2010 op een terrasje zat en ineens vreselijke hoofdpijn kreeg. Niet uitzonderlijk, hoor ik u denken, iedereen heeft al eens hoofdpijn. Maar die week kreeg Jelle verschillende aanvallen per dag die zo heftig waren dat hij zich uiteindelijk, ten einde raad, liet opnemen op de spoedafdeling van het UZ.

Dit was het begin van een eindeloze reeks onderzoeken, ziekenhuisopnames en aanvallen van helse pijn die meermaals per dag terugkeerden. Dokters schreven hem allerlei soorten
medicatie en pijnstillers voor, maar niets hielp echt. Integendeel, op een bepaald moment ging Jelle zijn lever zelfs in chock door een teveel aan medicatie.

Een jaar lang leefde Jelle ’s nachts en droeg hij overdag een zonnebr i l en oordoppen. Elk geluid, elke pr ikkel was ondraaglijk en kon een aanval van migraine of van clusterhoofdpijn
veroorzaken. Soms verloor hij gewoon het bewustzijn door de heftige pijnen. Jelle raakte zijn werk kwijt, viel terug op een ziekteuitkering en verloor ook de moed.

Het is geen toeval dat de Engelse benaming van deze ziekte ‘suicide headache’ is.
‘Jelle had zijn afscheidsbrieven al klaar’, zucht Marc, ‘hij kon zijn pijn niet langer dragen.’
Toen vernam Jelle in de pijnkliniek te Sint-Niklaas dat er een mogelijkheid bestond om zijn leven draaglijker te maken, met name door de inplanting van een neurostimulator.

Toch een remedie gevonden tegen clusterhoofdpijn?

Voor de verlichting van pijn bij zeer ernstige gevallen van rugpijn is er een nieuwe technologie ontwikkeld: de neurostimulator, een klein apparaat dat operatief onder de huid
wordt ingebracht en dat nauwkeurig gecontroleerde lichte elektrische pulsen stuurt naar bepaalde gebieden van het zenuwstelsel waardoor het gevoel van pijn wordt verlicht.

Veel rugpijnpatiënten hebben er baat bij en kunnen hun leven weer aan. Sinds enige tijd passen neurologen deze technologie toe op hoofdpijnpatiënten. Jelle kreeg op zijn 27ste
verjaardag, 19 juli 2011, een neurostimulator ingeplant in de pijnkliniek te Sint-Niklaas.

Helaas wordt een neurostimulator voor hoofdpijnbehandeling, in tegenstelling tot rugpijnbehandeling, niet terugbetaald door de ziekteverzekering. De patiënt moet alle kosten (tot € 20.000 voor de inplanting en een herhaalde kost voor vervanging van de batterij van € 8.000 om de paar jaar) dan ook zelf betalen.

Het wetenschappelijk onderzoek om deze technologie een brede onderbouw te geven
staat nog in een beginfase. Jelle twijfelde echter geen ogenblik om een neurostimulator te laten plaatsen. Hij kon bij deze beslissing op de steun van zijn familie rekenen, ook financieel want Jelle leeft van een kleine ziekte-uitkering.

Na de operatie

Jelle nam met zijn gsm deze foto - na de operatie

Jelle nam met zijn gsm deze foto – na de operatie

Jelle is sedert de eerste aanval van clusterhoofdpijn werkonbekwaam en zal zijn leven lang pijnpatiënt blijven, ongeacht de resultaten van de stimulator. En toen deze resultaten uitbleven, was er wel even paniek. Jelle voelde een half jaar na de operatie nog geen verschil en hij verloor opnieuw de levensmoed. Hij liet zich opnemen in het psychiatrisch centrum Sint Camillus, omdat hij vreesde dat hij zonder psychologische hulp het leven niet meer zou aankunnen.

Ondertussen is gebleken dat Jelle wel geholpen is met de stimulator. De migraine en de clusterhoofdpijn zijn er nog altijd, maar de pijn is sterk verminderd en daardoor kon de medicatie naar lagere doses worden teruggebracht. Er schijnt weer licht aan het eind van de tunnel!

Hoofdzaak

Jelle heeft altijd kunnen rekenen op de steun van vrienden en familie, die het initiatief namen om met benefietacties de financiële last te verlichten. Zo bijvoorbeeld de scouts van Drongen, die onder andere een fuif en een badgeverkoop startten of vrienden die een spaghetti-avond organiseerden.

Marc: ‘De vrienden van Jelle hebben hem nooit laten vallen, wel integendeel. In de periode dat Jelle overdag in een hoekje zat, ver weg van elk geluid, gingen ze zelfs om beurten ‘s nachts met hem een wandeling maken, ze lieten hem nooit alleen. Wij appreciëren dat enorm. Ook mijn vrienden hebben projecten georganiseerd om steun te bieden.’

Het uitbrengen van ‘Hoofdzaak’ is een van die projecten: een kunstboek waarin rond het thema ‘hoofdpijn’ werk van dichters en vooral fotografen werd verzameld. Tientallen fotografen en dichters werkten belangeloos mee aan dit unieke project, dat de pijn, maar ook de zorg en de hoop die het leven van chronische hoofdpijnpatiënten tekent, illustreert en evoceert in een lijvig boek. Zowel jong en aanstormend talent, als artiesten met klinkende namen zoals Carl De Keyzer, Dirk Braeckman, Lieve Blancquaert, Filip Claus, Filip Naudts, immy Kets, Lieven Nollet en Kamagurka.

De openingsfoto uit het boek ‘Hoofdzaak’. Deze foto van Danny Van der Elst won de Qualified European Photographer-award (QEP), uitgereikt door de Europese Federatie van Beroepsfotografen (FEP)

De openingsfoto uit het boek ‘Hoofdzaak’. Deze foto van Danny Van der Elst won de Qualified European Photographer-award (QEP), uitgereikt door de Europese Federatie van Beroepsfotografen (FEP)

Het boek verscheen begin september 2012, kost € 28,50 en is te koop in de winkels van Standaard Boekhandel. Elke foto, elk gedicht in dit kunstboek is een verhaal op zich. Het
zijn pareltjes van momentopnames, waarbij pijn heel tastbaar en herkenbaar in beeld wordt gebracht.

Marc: ‘De bedoeling van dit boek is niet enkel financiële middelen in te zamelen om de operaties te bekostigen, we willen hiermee ook clusterhoofdpijn bekend maken, want de meeste mensen hebben daar nog nooit van gehoord. We hopen dat de inplanting van de neurostimulator in de toekomst door het ziekenfonds kan worden terugbetaald, niet enkel voor mijn zoon, maar voor alle mensen die ermee geconfronteerd worden. Wat we met het ingezamelde geld gaan doen als blijkt dat terugbetaling binnenkort toch mogelijk zou zijn? Dan schenken we het aan een goed doel, uiteraard!’

Verdere informatie kan u terugvinden op de website van Hoofdzaak: www.kunstboekhoofdzaak.be

Interview: Wim Delvoye

Een van de bekendste hedendaagse kunstenaars woont in Melle: beeldend kunstenaar Wim Delvoye. In het najaar van 2012 vroegen wij een gesprek met hem en werden we heel gastvrij ontvangen op zijn kasteel ‘de Bueren’.

WimDelvoye

Wim Delvoye is net terug uit Shangai, waar na Venetie (2008 – Peggy Guggenheim), Parijs (2009 – Musée Rodin) en Brussel (2010 – Horta’s Bozar ) zijn ‘Torre’ (foto nr 2) werd tentoongesteld. ‘Jawel, dezelfde toren die in de tuin van mijn kasteel in Melle niet mocht overeind staan omdat hij te hoog is (12 meter)’, zegt Delvoye en wijst daarbij naar de drie windturbines (135 meter hoog) die boven de bomen van de kasteeltuin uittorenen.

‘Het is allemaal een kwestie van twee maten en twee gewichten.,’ zucht Wim Delvoye.
De toon is gezet.

We lieten ons tijdens het bezoek aan ‘de Bueren’ bijstaan door twee deskundigen: Hendrik Hendrickx, professor architect, professor faculty engeneering, departement of architectural engeneering (op rust) aan de VUB, en Dany Cottenie, voormalig stedenbouwkundig ambtenaar-bouwinspecteur aan de stad Gent met 38 jaar ervaring. Dany leerde Wim Delvoye kennen toen hij als eerste schepen bevoegd was voor vergunningenbeleid. Dany was destijds als waarnemend burgemeester ter plaatse bij een eerste politiebezoek voor stillegging.

Wim Delvoye en professor Hendrik Hendrickx, voor kasteel 'de Bueren'

Wim Delvoye en professor Hendrik Hendrickx voor kasteel ‘de Bueren’

Dany: ‘Omdat ik dit ongelooflijk betreurde en ook besefte dat deze wereldkunstenaar geen slechte bedoelingen had, heb ik hem medegedeeld dat ik mijn ervaring en mandaat zou aanwenden om zijn zaak te steunen. Ik heb hem daarbij uitgelegd dat ik dit zou doen door de wetgeving op de ruimtelijke ordening niet als pestinstrument te gebruiken, maar veeleer door het als een ad hoc benadering te hanteren, gezien zo’n dossier geenszins een courante stedenbouwkundige aangelegenheid omvat. ‘

Waar het fout liep

Delvoye wou ‘de Bueren’ in zijn originele staat herstellen en het domein uitbouwen tot een sculpturenpark. Maar bij de eerste werken, het dreggen van de vijver, liep het al meteen fout. Er bleek iets niet in orde te zijn met de vergunningen voor het baggeren zelf en voor het verwerken van het slib.

Bovendien kwam er protest vanwege het Agentschap Natuur en Bos, omdat door het dreggen het niveau van de watertafel daalde en dit volgens hen een te grote impact had op de plaatselijke fauna en flora.

Dany Cottenie: ‘De slibmassa was afkomstig van oeverinkalving en vooral van rottende bladeren. Door de uitgraving kreeg de vijver een grotere buffercapaciteit. Bovendien kon door het reinigen van de duikers (doorstromingsbuizen) het water ook beter afvloeien naar de Schelde. Hierdoor is een massa water uit de vijver en – gelet op de wet van de communicerende vaten – ook water uit de wijde omgeving, blijven afvloeien naar de Schelde toe. De waterspiegel is door de baggerwerken inderdaad een dertigtal centimeter gezakt, wat in feite veel is, gezien hierdoor de watertafel ondergronds in de zeer ruime omgeving lager komt te liggen. Maar zo keert men ook terug naar de originele fauna en flora zoals die bestonden ten tijde van de bouw van het kasteel in de achttiende eeuw.’

Wim Delvoye: ‘De broer en zus die hier nog woonden toen ik eigenaar werd, waren verpauperde adel. Hun enige bezit was het kasteel en het park, zij leefden armtierig en teruggetrokken. Er was ook meer dan dertig jaar niets gedaan aan de grachten of de gebouwen. Elke verbouwing of renovatie die ik hier uitvoer kost handenvol geld en wordt volledig door mezelf gefinancierd, ik vraag aan niemand subsidies. En ik ga echt niet onbezonnen tewerk.’

Professor Hendrickx: ‘Als kind woonde ik hier in de buurt en kwam ik veel spelen in het bos en rond het kasteel. Ik maakte het verval van het kasteel mee en vreesde dat dit mooie gebouw verder zou verkommeren en uiteindelijk verloren zou gaan door een gebrek aan onderhoud en bewoning. Ik was dan ook heel blij toen ik vernam dat Wim Delvoye de nieuwe eigenaar werd en toen ik zag dat hij het kasteel begon te renoveren met respect voor het oorspronkelijke concept. Groot was mijn verbazing toen hij bijvoorbeeld geen toelating kreeg om dubbel glas te plaatsen in de ramen, terwijl dit perfect mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de authenticiteit van het gebouw.’

Diverse Vlaamse agentschappen, waaronder het Agentschap Natuur en Bos, Stedenbouw en Ruimtelijke ordening volgen elke beweging op en rond het kasteel met argusogen en zien blijkbaar elk herstel als een overtreding. Het kasteelpark is op het gewestplan ingekleurd als parkzone. Dat wil zeggen dat enkel park-gelinkte constructies en ditto gebruik toegelaten is: er wonen mag, een hotel uitbaten niet. Er mogen bijvoorbeeld wel banken en beelden worden geplaatst omdat die ook thuishoren in een park.

Geen bescherming

Wim Delvoye: ‘Mijn bedoeling is inderdaad alles, zowel het kasteel als het park, zo goed als mogelijk terug te brengen tot de oorspronkelijke staat. Ik beschik over originele plannen en archiefmateriaal die daarbij als referentie dienen.

Wim_Delvoye_buurtweg1

Maar er zijn ook wetten en verboden die een rechtstreekse bedreiging uitmaken voor mijn eigen veiligheid. Zo mag ik bijvoorbeeld geen beveiliging rondom het kasteel plaatsen. Ik voel me niet veilig in het kasteel, net als de vorige bewoners die destijds zelfs gehomejacked werden. Ik voel me hier als een conciërge van een gemeentepark. Van op de buurtweg nét achter het kasteel heeft iedereen een rechtstreekse inkijk, of erger nog: rechtstreeks toegang tot de woning. ik voel me echt onveilig.

WimDelvoye_zwerfvuil2.jpg.

De helft van het park, aan de andere kant van de buurtweg (zo’n 9 ha) ben ik omzeggens kwijt aan het publiek. Bovendien laten sommige wandelaars zwerfvuil achter. Ook die vervuiling stemt me moedeloos.

Er is zogenaamd bescherming overdag – niet ’s nachts – maar ik mag niet op eigen initiatief voorzien in bescherming, zelfs niet ’s nachts. Ook mijn aanvraag tot het verplaatsen van de buurtweg naar de achterkant van het park (met eveneens toegang tot de beukendreef) werd afgewezen.

En de provincie wil bovendien dat ik belastingen betaal voor die buurtweg – ieder jaar opnieuw 30.000 euro. Het kan toch niet zijn dat ik zo gestraft wordt, iedere dag opnieuw, dat ze me afpersen en uitbuiten. Een kafkaiaanse vorm van regelneverij noem ik het.’

Respect voor de natuur

Delvoye betaalt zich blauw aan advocaten en procedures waarin hij is gedagvaard door milieuorganisaties.

Wim Delvoye: ‘Ik weet niet waarom iedereen denkt dat ik de natuur en het milieu niet zou respecteren – het tegendeel is waar. Onlangs nog heb ik kunnen verhinderen dat een naburige boer acht rode beukenbomen zou rooien, al heeft het me veel moeite en geld gekost.

Ieder jaar brengt de ‘Vleermuizenwerkgroep’ een bezoek aan de ijskelder voor de jaarlijkse wintertelling van vleermuizen. Sinds de aankoop van ‘de Bueren’ hebben wij veel maatregelen getroffen om de spreidingskansen van de vleermuis te bevorderen. Ik maakte daar een erezaak van.

Ieder jaar telt de werkgroep minder vleermuizen, en de uitzonderlijke soorten zijn er de laatste tijd niet meer bij. De boosdoeners zijn de windmolens: er sneuvelen heel veel vleermuizen omdat ze in de buurt van de wieken getroffen worden door onderdruk, met inwendige bloedingen tot gevolg. Vleermuizen ontwijken wel de wieken, maar niet de luchtstromen die door de wieken worden veroorzaakt. En dit leidt tot inwendige bloedingen. Eigenlijk mogen er geen windmolens komen in vleermuisgevoelige gebieden.
Het is dus niet enkel omwille van de visuele esthetiek dat ik iets heb tegen de drie windmolens die hier in Melle werden geplaatst. Zij brengen meer schade toe aan het milieu dan we vermoeden. En ik daarentegen mag nog geen betonnen sokkel plaatsen om te vermijden dat mijn beelden scheefzakken …

Nog een voorbeeld van twee maten en twee gewichten: op de velden rondom mijn park wordt met pesticiden gewerkt. Het gebruik van giftige stoffen trekt het grondwater naar beneden, zodat er het jaar daarop nog meer onkruid groeit tussen de maïs, en de boer het jaar daarop nog meer giftige stoffen moet gebruiken. Het is een vicieuze cirkel.
Maar ik mag nog geen grintweg opkuisen of er komt protest.’

Een oplossing in zicht

Stakingsbevelen, dwangbevelen, boetes, administratieve sancties, … Wim Delvoye kreeg en krijgt er nog bijna dagelijks mee te maken: ‘Ik ben nochtans echt geen milieudelinquent, maar ik voel me wel geviseerd. Ik heb echt het gevoel dat de wetgeving als pestinstrument tegen mij wordt gebruikt.’

Wim Delvoye, Dany Cottenie en professor Hendrickx

Wim Delvoye, Dany Cottenie en professor Hendrickx

Dany Cottenie: ‘Minister Van Mechelen antwoordde ooit op een vraag van toenmalig
parlementslid Joke Schauwvlieghe, met betrekking tot kasteelparken, dat dergelijke zaken ad hoc dienen te worden behandeld. Er zijn buitensporig veel regels en wijzigingen in de stedenbouwwetgeving, regels die er gekomen zijn door gebrek aan burgerzin binnen een alsmaar slordiger en steeds meer respectloos wordende maatschappij.

Geen enkele wet is opgewassen tegen slechte wil. Het gezond verstand gebiedt de wetgeving te gebruiken waarvoor ze eigenlijk is gemaakt: het oplossen van
problemen. Kortom op een flexibele wijze deze wetten toepassen, met gevoel voor rede, rekening houdend met alle omstandigheden: plaats, tijd, tijdsgeest, goede wil van alle betrokkenen, omgevingsfactoren, het algemeen belang. Gezond verstand is hier primordiaal.’

Professor Hendrickx: ‘Ik ben er ook van overtuigd dat enkel met gezond verstand en geduld tot een oplossing kan worden gekomen. Daarom heb ik ook positief geadviseerd toen Wim me zei dat hij overweegt om een masterplan op te stellen.’

Dany Cottenie: ‘Als er een masterplan wordt opgesteld met duidelijke vermelding waar welke kunstwerken precies zullen worden opgesteld in het park, kan de Vlaamse Overheid een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) opstarten.’

Wim Delvoye: ‘Ik geloof niet dat ik dat nog zal meemaken. Iedereen weet van mijn plannen en ik moet nog ruimte hebben voor improvisatie. Ik moet constant opboksen tegen regels en wetten waar niemand het nut van inziet. Deze administratieve mallemolen is de oorzaak van de verloedering van onze natuur en van ons erfgoed. De overheid maakt jacht op de mensen die zich verantwoordelijk opstellen. Het gebruik van een Engels woord moet de inefficiëntie van onze beleidsmakers verhullen. Klinkt allemaal zo professioneel ‘Masterplan’. De overheid moet nu eens stoppen met zinloos geweld te gebruiken tegen zijn eigen burgers.’

Dus je zal ‘de Bueren’ dan toch niet verkopen?

Delvoye: ‘Daarvoor heb ik er al te veel tijd, energie en geld in gestoken. Bovendien stel ik er mensen tewerk en wil ik ook die verantwoordelijkheid niet ontlopen. De vorige bewoners werden bang gemaakt, ze werden bedreigd en uitgescholden. Ik wil niet zoals die mensen worden. Ik wil niet angstig achter een gordijn staan gluren. Iedereen heeft toch het recht zich thuis veilig te voelen? En dat mis ik hier, ik heb ook te weinig vertrouwen in de omgeving om in kwaliteit te blijven investeren. Iedere keer als ik op het kasteel thuiskom, ga ik angstig kijken of al mijn bronzen er nog staan. Zo kan ik toch niet werken? Die situatie heeft een negatief effect op mijn creativiteit. We leven in een Marxistisch land.’

Zou het spreekwoord dan toch waar zijn: geen sant in eigen land … ?

Colisse&Co brengt schitterende interpretatie van Het Gezin van Paemel

MELLE/MERELBEKE/LAARNE – Colisse&Co bestaat tien jaar en opende het seizoen met een klassieker. Omdat vijftien acteurs op de planken staan in dit stuk, deed regisseur Van Den Bulcke een beroep op twee bevriende toneelgroepen: Parazar uit Laarne en de Sallys uit Merelbeke. Het is niet de eerste samenwerking tussen de drie, maar wellicht wel de eerste keer op deze schaal. Een voltreffer!

Creatieve interpretatie van een klassieker

Het stuk werd op Colisse& Co-maat geschreven door Herman Van Den Bulcke. Herman: ‘Ik baseerde me op het stuk dat NTGent in 1990 opvoerde én op de film. Ik vond het belangrijk het sociale aspect aan bod te laten komen, wat in de film veel meer benadrukt wordt dan in het boek van Cyriel Buysse. Ook de relatie tussen Romanie en mijnheer Maurice vond ik belangrijk om naar de voorgrond te brengen.’

Het stuk werd ingekort tot een 90-tal minuten, zonder pauze. Een goede keuze, want pauzes zijn een onderbreking, die ook letterlijk toch altijd de sfeer een beetje (onder)breken.

Herman laat Désiré (de zoon die invalide werd door een jachtongeval) het verhaal vertellen, dit is de rode draad. Daardoor kan het op een vlotte en ongedwongen manier worden ‘ingekort’ zonder afbreuk te doen aan het verloop van het oorspronkelijke verhaal. Wel integendeel, de synthese maakt het mogelijk de nadruk te leggen op de kern van het verhaal: de sociaal-economische problematiek van de Vlaamse negentiende-eeuwse pachter, de emigratie, de opkomst van het socialisme.

De acteurs

Giel Vandierendonck speelt Désiré, hij ís Désiré, punt. Giel kwam twee jaar geleden als heel jong talent bij Colisse&Co en is sedertdien enorm gegroeid. Niet letterlijk, want groot (zeg maar lang) was de jongen twee jaar geleden al, hij is gegroeid in zijn acteur zijn. Giel kan veel (zoniet bijna alle) rollen aan, hij zet op een verdienstelijke manier een invalide man neer, die van aan de zijlijn alle gebeurtenissen observeert en analyseert.

Het zou ons te ver brengen elke acteur afzonderlijk te bespreken, maar we willen graag even de opvallende acteerprestaties aanstippen van Johan Galle en Bea De Roeck als vader en moeder Van Paemel, KSJ-ster Annelies Vander Putten als Cordule en Lode Demetter als Masco.

Samen sterker

We zien ook enkele acteurs terug die in maart dit jaar meespeelden in ‘Alleen op de Wijde Wereld’.

Herman: ‘Het is vanaf het begin mijn bedoeling geweest Mellenaars nader tot elkaar te brengen, het totaalspektakel begin dit jaar is hiervoor de perfecte aanzet geweest. Ook de samenwerking met Parasar en de Sallys werpt zijn vruchten af, niet enkel voor Colisse&Co, maar ook voor de twee andere toneelverenigingen. Samen staan we sterker en kunnen we op een creatieve manier bijdragen tot elkaars succes.’

De 3de Colonne brengt theater in je huiskamer

Dirk Pauwels

De 3e Colonne is een initiatief van Dirk Pauwels, die wij ons nog herinneren van Radeis, het Nieuwpoorttheater en als artistiek leider van het Gentse kunstencentrum Campo. Tot hij twee jaar geleden met pensioen ging. Maar stilzitten staat niet in Dirk zijn woordenboek en ongeveer negen maanden geleden stichtte hij De 3e Colonne.

Zijn bedoeling? Theatervoorstellingen door beroepskunstenaars bij mensen thuis brengen, toneel in de huiskamer voor een beperkt publiek en in intieme kring.

Ann Saelens

AnnSaelens1

Het eerste project van De 3e Colonne is de monoloog ‘Ballast’ van en door Ann Saelens. De monoloog werd al vijftig keer werd gespeeld, onder andere deze zomer tijdens Theater aan Zee. Ann schreef zelf dit aangrijpend stuk vol herkenbare situaties.

Ze houdt het publiek een spiegel voor, die niet enkel je fysieke persoon, maar ook en vooral je ziel reflecteert. Ann Saelens spreekt openhartig over intieme gedachten en gevoelens die ze had als kind, die ze heeft als moeder. Ze brengt alles met een lach en een traan, maar o zó confronterend.

Het einde is even verrassend als onthutsend en bundelt alle aspecten die in de loop van de monoloog aan bod kwamen tot één harmonisch geheel. We hebben zelden na een theaterstuk het publiek zozeer onder de indruk gezien.

Ann Saelens is actrice. Ze geeft ook les aan de Hogeschool Gent en aan het Koninklijk Conservatorium. ‘Ballast’ is haar eerste werk, ondertussen is ze al aan haar derde monoloog aan het schrijven.

Praktisch

De 3e Colonne vraagt aan elke genodigde op een huiskamervoorstelling om een bijdrage van vijf euro in een kous te stoppen. ‘Dat geld is van de artiesten’, zegt Dirk Pauwels, ‘en zodra de kous propvol zit, gaan we met alle kunstenaars die hebben meegewerkt aan tafel zitten en mogen zij bepalen wat er met dit geld zal gebeuren.’

Een vernieuwend concept, zoveel is zeker.

Er staan momenteel nog een tweetal voorstellingen op stapel, telkens met een andere kunstenaar, die ook uitsluitend in huiskamers zullen worden opgevoerd. Originaliteit en variëteit troef dus, zoals we van Dirk Pauwels gewend zijn.

Al even uniek is dat De 3e Colonne bewust niet aan communicatie doet … We kunnen dus niet verwijzen naar een website waar je info kan vinden over verdere producties. Je kan nu enkel maar hopen dat iemand uit jouw kennissenkring op het briljante idee komt een huiskamervoorstelling te geven en hij of zij jou daarop uitnodigt.

Antje De Boeck vertolkt Louis Paul Boon op muziek van Rony Verbiest

Meer dan 150 toeschouwers waren in februari 2012 naar de Raadzaal van het gemeentehuis gekomen om ‘Boon’ bij te wonen. Na de voorstelling bleek dat iedereen iets anders had verwacht: de ene dacht dat Rony Verbiest meer accordeon zou spelen, de ander had verwacht dat Antje De Boeck meer zou zingen en minder zou praten. Maar als ode aan Louis Paul Boon kan deze beklijvende voorstelling door Antje en echtgenoot Rony zeker tellen.

Antje_en_Rony

Mijn beschrijving van dit optreden zal dus even subjectief zijn als de mening van de 150 andere toeschouwers. Ik denk dat je Louis Paul Boon en zijn werk een beetje moet kennen om een rode draad te vinden in het verhaal van Antje en Ronny.

Hoe beginnen?

In 2012 – het jaar waarin Boon 100 zou zijn geworden – bracht Antje De Boeck, samen met de fantastische accordeonist Rony Verbiest, een stuk over ‘Boon’. ‘Maar hoe begint ge daar in godsnaam aan?’, vraagt ze zich luidop af aan het begin van de voorstelling. ‘Om te beginnen heb ik me mooi gemaakt voor jou’. Voor jou: Louis Paul Boon!

Antje houdt de toeschouwer een spiegel voor van de wereld zoals hij is, zoals ook Louis Paul Boon in ruwe, soms platte bewoordingen het leven beschreef. Geen fraai beeld dus. ‘En jullie zitten daar maar te zwijgen’, zegt Antje De Boeck enkele keren. Want ze spreekt haar publiek rechtstreeks aan. Inderdaad, wij zwijgen, wij laten maar begaan.

Brieven aan Louis Paul Boon

Antje De Boeck heeft brieven geschreven aan Louis Paul Boon, waarin ze hem vertelt hoe de wereld is geëvolueerd. We hebben facebook vrienden, we hebben de computer, maar stelt ons sociaal leven wel zoveel voor? Ze spreekt de toeschouwers aan in de stijl waarin Boon dat zou hebben gedaan. Soms plat, maar altijd confronterend.

De vrouwen (in het werk) van Boon

Dan weer is De Boeck de actrice die in het vel kruipt van één van de personages van Boon. Ze heeft er immers heel wat vertolkt in theater, film of fictiereeks: Ondine uit ‘De Kapellensbaan’, Rosa uit ‘Vergeten Straat’, Nette uit ‘Daens’.

Er is een stukje over Bessie Smith, een zwarte blueszangeres die in 1937 overleed omdat de ziekenhuizen waar ze haar naartoe brachten om verzorgd te worden na een ongeval, haar moesten weigeren omdat ze enkel blanken mochten behandelen. Toen ze uiteindelijk een ziekenboeg bereikten waar negerinnen wel mochten geholpen worden, was het te laat.

Frustratie, opstandigheid, berusting. De tristesse van de accordeon en de mondharmonica. Als fado, zo triest en vol gevoel.

Een stukje musette, het levensverhaal van een meisje van plezier dat verliefd wordt op een heer van aanzien, maar door hem even vlug weer wordt gedumpt en terugkeert naar het leven aan de rand van de maatschappij. Antje De Boeck zingt niet echt, maar declameert. Haar diepe stem is muzikaal genoeg op zichzelf, ook en vooral in de Franse taal, ze draagt de weemoed uit van de achterbuurten van Parijs.

Slot: de Kapellekensbaan

Aan het einde van de voorstelling vertolkt Antje De Boeck het slot van ‘De Kapellekensbaan’. De oude bultkarkas, een personage uit dat boek, vindt het verhaal waarin hij figureert maar niks. Mocht hij zelf een boek schrijven, dan zou dat gaan over een straatarm maar schoon weesmeiske dat verliefd wordt op de zoon van de notaris of van de burgemeester of schepen. Als ze zwanger is, wordt ze opzij geschoven omdat diezelfde zoon voor dokter gaat studeren aan de universiteit. Op het einde van zijn boek, als het arm maar schoon meiske op haar sterfbed ligt, zou alles in orde komen: de vader van haar kind zit als dokter aan haar sterfbed, de pastoor aan de andere kant van haar bed blijkt hun zoon te zijn die ze aan de instelling afstond waar ze zelf opgroeide en kwam sterven. De oude bultkarkas zegt tegen Boon: ‘Dat zou pas een mooi boek zijn, gelijk het leven is.’

‘Boon’ is een aaneenrijging van personages en indrukken, geen toneelstuk met begin, midden en einde. Maar wel een eigen en persoonlijke interpretatie van de actrice die zoveel van zijn vrouwelijke personages vertolkte, daarbij begeleid door een van België’s beste accordeonisten. Boon hield van accordeon en van musette.

Toen Antje De Boeck een piepjonge actrice was, straalde ze rijpheid uit. Nu ze een rijpe vrouw is, straalt ze jeugdigheid uit. Ik denk dat Boontje nog niet weinig vereerd zou zijn als hij wist dat zo’n schoon meiske zo’n persoonlijke ode brengt aan hem en zijn werk.

Interview: Astrid Nijgh

Naar aanleiding van haar 35-jarig jubileum creëerde Astrid Nijgh het miniconcert ‘Astrid Nijgh ten voeten uit’, waarbij ze enkel met gitaar voor een klein publiek optreedt. In februari 2011 bracht ze haar kleinkunstprogramma in de raadzaal van het gemeentehuis te Melle: intiem, ingetogen, uitbundig, maar vooral eerlijk en heerlijk zichzelf.

Astrid Nijgh

Het eerste lied dat Astrid brengt is ‘In het teken van de Ram’ Maar soms ben ik alleen, eenzaam met mezelf, onhandig met m’n kracht en bang voor m’n geluk. Grillig als een lam. Ik ben geboren in het teken van de Ram. De toon is gezet.

Astrid Nijgh heeft een prachtige diepe contra-alt stem, die het haar als kind en tiener niet makkelijk maakte, ze wist al vroeg dat zij zangeres zou worden en nam les bij de beroemde zangpedagoge Bep Ogterop. Ze ging gitaar spelen en schreef muziek bij de teksten van Lennaert Nijgh. Het echtpaar Nijgh schreef songs voor artiesten als Adèle Bloemendaal, Jenny Arean, Conny Vandenbos en Rob de Nijs. In 1973 scoorde Astrid haar eerste hit met ‘Ik doe wat ik doe’. Astrid Nijgh bleef naast het zingen altijd verder componeren en tekstschrijven, voor onder meer Fred Piek, André Hazes, Ria Valk en Saskia en Serge.

Tijdens het optreden neemt Astrid het publiek mee langs belangrijke momenten in haar leven en illustreert deze met liederen. Haar leven met Lennaert Nijgh, hoe zij na hun scheiding als schrijversduo bleven samenwerken, haar liefde voor vrouwen. De anekdotes zijn spontaan en eerlijk.

Na het optreden heeft Astrid Nijgh even tijd voor een babbel. ‘Heb ik de mannen in het publiek niet te hard aangepakt?’ lacht ze. (Kerels, da’s niks als rottigheid: zou ze dat echt menen?)

Astrid Nijgh houdt van Vlaanderen, ze heeft ook Vlaamse roots langs vaders zijde (haar naam is Astrid De Backer). ‘Ik sta met één been in Nederland en het andere in Vlaanderen’ zegt ze. ‘Ik treed hier ook vaak op met het Willy Claes Quartet. Ik hou van Vlaanderen, hier houden mensen nog van kleinkunst, veel meer dan in Nederland.’

Over het verschil tussen het schrijven en zingen van liederen: ‘Een schrijver wordt altijd vergeten.’ Inderdaad, mensen kennen meestal wel de zanger, de uitvoerder van het lied. Maar wie de muziek en tekst geschreven heeft: geen haan die ernaar kraait. Hebben mensen nog wel oor naar een tekst? ‘Jawel hoor’ volgens Astrid ‘dank zij de rappers luisteren mensen nu weer beter naar de teksten. Toen ik voor het eerst een rapper bezig hoorde, dacht ik meteen: wat is dit goed, nu gaan ze weer meer aandacht voor de teksten hebben!

Of ze vanavond nog naar Nederland terugrijdt? ‘Jawel, lekker alleen in de auto, even het optreden laten bezinken, met het radiootje aan, terug naar mijn vrouw.’

Na ons gesprek ging Astrid nog haar publiek begroeten, er waren fans gekomen uit Laarne, Oudenaarde, Lokeren en Ninove. We hadden een 70tal toeschouwers geteld, maar blijkbaar waren dit niet allemaal Mellenaars. De afwezigen hadden eens te meer ongelijk.