De Elzas, parel in het hart van Europa

la Route des Vins d’Alsace3

Hou je van cultuur, natuur, lekkere wijntjes en gastronomie in een aangename en gezellige sfeer? Dan zal jij je zeker thuis voelen in de Elzas, in het hartje van Europa. Een regio met een microklimaat dank zij haar ligging tussen de bergen van het Zwarte Woud en de Vogezen.

De Elzas is beroemd om haar Wijnroute en haar vele brouwerijen. Het is een regio van authentieke tradities, met een rijke gastronomie en typische architectuur.

la Route des Vins d’Alsace4

Route des Vins d’Alsace

De ‘Route des Vins d’Alsace’ werd officieel ingehuldigd als toeristische route in 1953. Van noord naar zuid kronkelt ze over een afstand van meer dan 170 km langs valleien en heuvels. Ze doorkruist bijna 70 wijndorpen waar een duizendtal wijnbouwers hun deuren en wijnkelders openstellen om hun passie voor wijn te delen met de bezoekers. Wijnpaden, gezellige winstubs en gastvrije kelders nodigen uit om kennis te maken met de wijnen van de Elzas.Wijnkelder1

De Elzasser wijnroute leidt niet enkel langsheen wijngaarden, je ontdekt onderweg ook ontelbare bezienswaardigheden zoals middeleeuwse kastelen, Romaanse kerken en steden met een schatkist aan erfgoed en cultuur, denk maar aan Straatsburg, Colmar en Kaysersberg.

Les DiVINes d’Alsace

Les Divines d'Alsace1In 2011 stichtten een 70-tal vrouwen die op de een of andere manier betrokken waren bij de  wijnindustrie in de Elzas, de vereniging ‘Les DiVINes d’Alsace’. Deze dames zijn  producenten, wijnbouwers, commercieel verantwoordelijken, wijnhandelaars of sommeliers. Hun doel is het bevorderen van oenotoerisme via allerlei evenementen en proeverijen. Ze verstevigen ook de band tussen de wijnbouwers zelf door het creëren van een netwerk van wederzijdse bijstand.

Deze vereniging geeft een vrouwelijke toets aan het wijngebeuren, maar het valt niet te onderschatten wat zij door hun samenwerking allemaal realiseren.

Gastronomie

Wie Elzas zegt, denkt choucroute. Vanaf midden augustus is de nieuwe oogst binnen en heeft elk restaurant wel zijn unieke bereiding van deze zware maaltijd. De zuurkool wordt opgediend met varkensvlees: worst, spek en ham. Uiteraard overgoten met een Elzasser wijn.

Een andere specialiteit is de Baeckeoffe. De bereiding van dit stoofpotje in stenen pot duurt twee tot drie dagen en wordt bereid met aardappelen, groenten, varkens-, schaaps- en rundsvlees.

Ook de Munsterkaas is typisch voor de Elzas: een zachte kaassoort die artisanaal wordt bereid en in vele variaties te verkrijgen is.

Een typisch nagerecht voor de Elzas is de Kougelhopf: een ronde, hoge cake met een groot gat in, met rozijnen en amandelen.

Lekkerbekken kunnen terecht in de vele gezellige restaurants of wijnkelders, maar het is ook mogelijk deel te nemen aan een picknick bij de onafhankelijke wijnbouwers langsheen de Route des Vins. De meeste wijnbouwers zorgen voor muzikale animatie, een verteller, een rondleiding in het dorp, een bezoek aan een opmerkelijke site of een wandeling langs een wijnpad.

Sportief in de Elzas

De liefhebbers van nieuwe technologie ontdekken de Route des Vins met geocaching en GPS.

Sportieve bezoekers kunnen fietsen langs de nieuwe ‘Véloroute du Vignoble’ tussen Marlenheim en Thann, die het hele jaar toegankelijk is. Het fietstoerisme biedt een unieke manier om de spectaculaire landschappen te ontdekken langs de Wijnroute. Onderweg kan men halt houden bij talloze culturele, toeristische en gastronomische sites.

Van maart tot eind oktober nodigen de schattenjachten de bezoeker, en vooral de gezinnen, uit om ‘schatten’ te zoeken in de gemeenten van de Elzas en langs de Wijnroute. Het is een ludieke manier om de streek te ontdekken, met behulp van een boekje en een spel, dat gratis beschikbaar is in de Offices de Tourisme.

GeocachingGeocaching situeert zich halfweg tussen een moderne schattenjacht en een oriëntatietocht. Het is een originele manier om ongewone plekjes te ontdekken, tijdens wandelingen in de wijngaarden. Voorzien van een GPS, trekt de ‘geocacher’ van etappe naar etappe, op zoek naar ‘caches’.

Praktische informatie

Wij reisden naar Straatsburg met de NMBS, die elke dag drie rechtstreekse verbindingen vanuit Brussel Zuid voorziet. Info op www.nmbs.eu.

Alle informatie over toerisme in de Elzas in het algemeen: www.tourisme-alsace.com

Les DiVINes d’Alsace: www.divinesdalsace.com

Lekker eten:

Le Tire-Bouchon te Straatsburg – www.letirebouchon.fr

Côté Cour te Colmar – http://www.cotecour-cotefour.fr

Logeren :

Hostellerie des Châteaux – www.hostellerie-chateaux.fr

Hotel Constantin – www.hotel-constantin.com

Campana dei Caduti – de vredesklok van Rovereto

Rovereto is een stad in de Italiaanse provincie Trente. Het centrum van de stad is gelegen in het dal van de Adige, de tweede langste rivier van Italië. De Adige is onbevaarbaar omwille van de vele stroomversnellingen en de grote schommelingen van de rivierstand, veroorzaakt door smeltwater dat vanuit de bergen in de rivier vloeit. De rivier ontwatert immers bijna de volledige provincie Zuid-Tirol.

Op de top van de Colle di Miravalle, hoog boven de stad, staat het Ossario di Castel Dante als herinneringsmonument van de Eerste Wereldoorlog. Hier vind je het graf van 21.000 Italiaanse en Oostenrijkse soldaten. Vroeger stond hier een kasteel, waar Dante na zijn verbanning uit Firenze zijn toevlucht nam (begin 14e eeuw), vandaar de naam.

campana_4

Niet ver daar vandaan bevindt zich een tweede oorlogsmonument, de Campana dei Caduti (letterlijk: klok van de gevallenen), Maria Dolens genoemd. Dit is de grootste klok ter wereld, die na de Grote Oorlog (op initiatief van Antonio Rossaro) werd gegoten met stukken brons van kanonnen die hiervoor waren geschonken door verschillende naties die aan de oorlog hadden deelgenomen. De Campana dei Caduti werd opgedragen aan alle gesneuvelden, niet enkel die van de Eerste Wereldoorlog, maar van alle oorlogen.

 

Op het terrein waar de vredesklok van Rovereto staat, is ook een museum gevestigd, dat een permanente fototentoonstelling herbergt over de geschiedenis van de Maria Dolens, van 1925 tot op heden.

Op de weg van het museum naar de klok staan de vlaggen van 85 landen (jawel, ook van België), waarbij zelfs die van Israel en Palestina naast elkaar staan.

Elke avond om 21.30 uur luidt de Campana dei Caduti honderd keer, 100 klokslagen voor de vrede, waar ook ter wereld.

campana_1Toen we op de avond van 4 september 2014 met de vrienden van In Flanders Fields (VIFF) deze ceremonie bijwoonden, was het al pikdonker. In het dal fonkelden de lichten van de stad Rovereto, maar hier boven was het donker en stil. En stipt om half tien kwam de klok in beweging …

Het deed me denken aan de Menenpoort, waar ook dag na dag, jaar in jaar uit, elke avond een ceremonie plaatsvindt ter ere van de slachtoffers van de Oorlog. Maar wat in Rovereto gebeurt, vond ik nog veel soberder en aangrijpender. Misschien komt dit omdat ik geen West-Vlaming ben, misschien had het vakantiegevoel er iets mee te maken, maar vooral het feit dat er geen militair vertoon was, enkel de klok die luidde …

Na de honderd klokslagen legden wij een bloemenkrans neer, ter ere van alle slachtoffers van alle oorlogen, van vroeger én nu. Ik dacht meteen aan de vlaggen van Israel en Palestina.

De bedenker van de Campana dei Caduti, aalmoezenier Antonio Rossaro uit Rovereto, wou dat deze klok voor altijd symbool zou staan voor de veroordeling van conflicten, de bevordering van de pacificatie en de solidariteit tussen alle naties onderling.

©  Fondazione Opera Campana dei Caduti

© Fondazione Opera Campana dei Caduti

Wij hopen dat het meer dan een symbool wordt en dat de oproep van de Maria Dolens tot in alle hoeken van de wereld weerklank vindt.

For whom the bell tolls.

Video van de Fondazione Opera Campana dei Caduti:

In: Slagveldreis met de Vrienden van In Flanders Fields museum – wordt vervolgd

 

Lichtfront ’14

Op 17 oktober 2014 organiseerde de Provincie West-Vlaanderen een groots project onder de naam ‘Lichtfront’. Over 84 kilometer, van Nieuwpoort tot Ploegsteert, stonden 8.750 mensen met een lichtfakkel in de hand: een eenmalige en unieke evocatie van de frontlijn zoals die tot stand kwam in oktober 1914, na de onderwaterzetting van de IJzervlakte en na de Eerste Slag om Ieper.

(Minstens) vier van deze meer dan achtduizend fakkeldragers waren Mellenaars: een bevriend koppel, mijn echtgenoot en ik. Wij stonden samen met de andere Vrienden van het In Flanders Fields Museum (VIFF) in de zone IE3, te Ieper. Voor de fakkeldragers van de VIFF waren 11 deelzones voorzien, hierbij sloten nog eens 9 andere deelzones aan om de volledige hoofdzone IE3 te vormen.

De zone die de VIFF voor zich nam strekte zich uit van de Komenseweg (vanaf kruispunt met de Palingbeekstraat – toegangsweg naar de Grote parking Palingbeek), Zwarteleenstraat (Hill 60), Werviksestraat en Pappotstraat. In deze laatste straat zouden wij gaan staan.

De lijn van het Lichtfront ‘14 doorkruiste het grondgebied van tien gemeenten: Nieuwpoort, Diksmuide, Lo-Reninge, Houthulst, Langemark-Poelkapelle, Ieper, Zonnebeke, Heuvelland, Mesen, Komen-Waasten.

Hill 60

Vanaf de parking aan de Palingbeek stapten we samen met de twintig leden van onze deelzone naar de Pappotstraat, onder leiding van onze deelzoneverantwoordelijke Jan Breyne. We stapten onderweg voorbij Hill 60. Rond Hill 60 is tijdens de Eerste Wereldoorlog hevig strijd geleverd, waarbij ook gifgas werd ingezet en waarbij ondergrondse tunnels tot ontploffing werden gebracht.

Lichtfront4

Iets voor half acht was het donker genoeg om de fakkels aan te steken en kregen wij een plaatsje toegewezen, met telkens een afstand van zo’n tiental meter tussen ons in.

De meeste fakkeldragers waren West-Vlamingen, maar er waren ook mensen uit andere provincies, zelfs uit andere landen. In onze groep was ook Jack uit Groot-Brittannië en wij, de vier Mellenaars.

Wij waren echter niet de enige Mellenaars die waren betrokken bij deze grootse evocatie. Naast de frontlinie met de fakkels, werden er in negen betrokken West-Vlaamse gemeenten ook artistieke vuurinstallaties opgesteld, geïnspireerd op de historische achtergrond van negen historische plaatsen. En deze vuurkunstwerken waren creaties van De Vuurmeesters uit Melle.

Eén zo’n kunstvuurwerk werd gerealiseerd op een paar honderd meter van ons vandaan, op Hill 60: paarden en dansers voerden er een choreografie uit tussen vijftig brandende boomstammen. De uitvoerders wilden hiermee benadrukken dat zowel het landschap, de soldaten als de dieren sterk onder de oorlog hebben geleden.

artistieke vuurinstallatie op Hill 60 - © Kris Jacobs, Toerisme Vlaanderen

artistieke vuurinstallatie op Hill 60 – © Kris Jacobs, Toerisme Vlaanderen

De andere vuurkunstwerken stonden aan het Sluizencomplex in Nieuwpoort, de IIzertorensite in Diksmuide, Drie Grachten in Houthulst, het Soldatenfriedhof in Langemark-Poelkapelle, Tyne Cot Cemetery in Zonnebeke, Pool of Peace in Heuvelland, het voetbalveld in Mesen en Memorial to the Missing in Ploegsteert.

En toen werd het stil

Wij zagen geen van deze spektakels, omdat we op dat moment zelf één van de duizenden lichtjes droegen. Wij stonden stil, met de fakkel in de hand. Eerst wat onwennig links en rechts kijkend, onze ogen moesten nog wennen aan het duister, waar zich een lint van lichtjes doorheen slingerde. Eerst werd er hier en daar nog wat gepraat, al was dat niet eenvoudig – als je op tien meter van elkaar staat.

Lichtfront3

Toen wij eindelijk stil werden, hoorden we de vogels. Geen gewone nachtvogels, maar hele zwermen vogels die boven de bomen opvlogen en veel kabaal maakten. Mijn vriendin had een goede uitleg hiervoor: ‘bij het zien van de vele fakkels, denken de vogels dat er brand is uitgebroken in het bos, ze slaan alarm.’

Op dat moment dacht ik voor het eerst die avond aan honderd jaar geleden. Ook toen zal de rust van de vogels in dit oorlogsgebied zijn verstoord. In die tijd was het ’s nachts nog écht donker en stil, zonder het voortdurend aanwezige geluid (ver weg of dichtbij) van autowegen, vliegtuigen en andere machines – zoals we dat nu kennen. Toen moeten het lawaai, de stank en het vuur van de oorlog de vogels en andere dieren – en ook de mensen – de stuipen op het lijf gejaagd hebben.

Lichtfront2

Terug naar 2014. De vogels vlogen weg, de stilte kwam terug. En stil was het, daar in het bos in de Pappotstraat. Voor eventjes toch, want toen hoorden we de helikopters dichterbij komen. Ze vlogen tussen Nieuwpoort en Ploegsteert om opnames te maken van deze unieke herdenking, die de naam Lichtfront gekregen had.

Waar eens een vuurlinie was, het oorlogsfront, daar vormden nu duizenden een menselijke ketting met fakkels. Een lichtfront dat vrede symboliseert en respect voor wie hier honderd jaar geleden door de hel ging. Ik dacht aan Cesar Ongenae, de oudste broer van mijn grootvader. Honderd jaar geleden, op 11 oktober 1914, kwam Cesar met zijn regiment aan op de verdedigingslinie van de Ijzer. Eerst waren zij in Nieuwpoort gelegerd, later kwamen zij onder het bevel van de Franse Admiraal Ronarch, de commandant van de brigade Franse marinefuseliers. Tot 9 november 1914 streden Cesar en zijn kompanen samen met de Franse troepen aan het bruggenhoofd van Diksmuide.

Lichtfront1Ik kan me niet half voorstellen hoe Cesar de oorlog heeft beleefd, hij en de vele andere soldaten met zoveel verschillende nationaliteiten. Maar de fakkel droeg ik dat ene uur vooral voor hem. Met fierheid, met verdriet, met respect en met spijt. Voor hem en voor de miljoenen slachtoffers van de Grote Oorlog.

Een uur lang stonden we daar met onze fakkel. De kilte kroop in mijn lijf, maar in mijn hart was er een warme gloed door de verbondenheid met de duizenden mensen die daar die avond samengekomen waren in het teken van de vrede.

Lichtfront5

In naam van de vrede.

Namenlijst

Tijdens het Lichtfront startte ook de projectie van de ‘Namenlijst’. Een lijst van 600.000 namen van slachtoffers die vielen op Belgische bodem, ongeacht hun nationaliteit, ongeacht of ze burgers of militairen waren. Hun namen werden als stille hommage geprojecteerd op drie iconische gebouwen in de Westhoek: op het Albert-I monument in Nieuwpoort, de IJzertoren in Diksmuide en de Belforttoren in Ieper.

Luxemburg in 48 uur

Het Groothertogdom Luxemburg heeft veel moois te bieden op gebied van natuur, cultuur, erfgoed en gastronomie. Van het noorden tot het zuiden varieert het landschap van hoogvlakten met steile glooiende valleien in de Ardennen, bezaaid met natuurparken, bizarre rotsformaties in de Mullerthal, tot pittoreske wijndorpjes in de Moezelvallei. Luxemburg is gewoon perfect voor wandelen, fietsen en outdoor activiteiten. De steden zijn stuk voor stuk juweeltjes, niet in het minst de hoofdstad.

Luxemburg

De stad Luxemburg is erkend als UNESCO-werelderfgoed. Haar 110 bruggen, haar prachtige panorama’s en het contrast tussen de bovenstad en de dieper gelegen oude stad geven Luxemburg een bijzonder karakter. De stad ligt in een ravijn en op de twee aansluitende flanken. Op de ene helling ligt de oude stad, op de andere de moderne.

corniche-vieille-ville

De oude stad

In 1994 zijn het oude centrum de stadswallen en de opgravingen in de ‘Lucilinburhuc’ op de Bockrots, opgenomen op de Werelderfgoedlijst. Over de oude muren loopt de Chemin de Corniche, die een prachtig uitzicht over de stad biedt.

Kazematten2Ook de kazematten, de Casemates du Bock, staan op die lijst. De eerste onderaardse gangen kwamen er in 1644 tijdens de Spaanse overheersing. Oorspronkelijk werden ze gebruikt als verdedigingsmiddel, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog deden ze dienst als schuilplaats. Nu vormen ze één van de grootste toeristische trekpleisters van de stad.

 

In de oude stadskern zijn er enkele gezellige pleinen. Zo is er Place d’Armes, dat in de voetgangerszone ligt. Op de talrijke terrasjes onder de bomen is het heerlijk genieten van een drankje of een hapje.

Het Groothertogelijk Paleis, de officiële residentie van de Groothertog van Luxemburg, is in de zomer beperkt toegankelijk voor het publiek. Dit gebouw werd in 1572 in gebruik genomen als stadhuis. Vanaf 1817 ging het fungeren als residentie van het staatshoofd.

Groothertogelijk Paleis

 

Een aanrader: rechtover het Paleis vind je Nathalie Bonn’s befaamde Chocolate House, waar je overheerlijke taarten en ander lekkers kan proeven, terwijl je kijkt naar de wisseling van de wacht, of de prachtige Renaissancegevel met de sierlijke bas-reliëfs van het Paleis bewondert.

Chocolate House Nathalie Bonn

Ook telt de stad enkele religieus getinte architecturale parels. Zo is er de Onze-Lieve-Vrouw-kathedraal van Luxemburg uit het begin van de 17e eeuw. Rond 1935 kreeg de laatgotische kathedraal een uitbreiding. Ook de Sint-Michielskerk stamt uit de 17e eeuw. Ander religieus erfgoed vind je in de Neumünsterabdij.

stadhuis

Het stadhuis van Luxemburg stamt dan weer uit de neogotische periode. Het gebouw van de Luikse architect Justin Remont, werd opgetrokken in 1828 op de voormalige ruïnes van een Franciscanenklooster. Napoleon had het in 1804 cadeau gedaan aan de Luxemburgse bevolking. Voor de hoofdingang staan twee leeuwen van dierenbeeldhouwer Auguste Trémont. Voor het stadhuis staat het ruiterstandbeeld van Willem II van Oranje-Nassau, die van 1840 tot 1849 over het Groothertogdom regeerde.

De moderne stad

De Pont d’Adolphe brengt je over het ravijn van de oude naar de moderne stad. De brug is 95 meter lang en gebouwd in het begin van de twintigste eeuw. Ze was ooit de grootste stenen brug ter wereld. Van op de brug heb je een prachtig uitzicht over de vallei.

In het moderne stadsdeel, ook wel Kirchberg genoemd, liggen heel wat Europese instellingen. Toch ligt er te midden van al die nieuwbouw ook nog een oud gebouw: het Fort Thüngen uit de 18e eeuw, ook bekend als‘Les Trois Glands’.  Het bouwwerk ligt in het Dräi Eechelen-natuurpark.  Op de oude restanten van het fort is in 2006 het Mudam, het Musée d’Art Moderne du Grand-Duc Jean, gebouwd.

Mudam1

In dit bijzondere museum vind je internationale tentoonstellingen en projecten uit alle gebieden van de hedendaagse kunst. Het gebouw waarin dit museum is gehuisvest, is op zich al een bezoekje waard. Kunst en architectuur komen samen in dit prachtige bouwwerk dat werd ontworpen door Ieoh Ming Pei, de architect van de glazen piramide van het Louvre. Ook voor zijn ontwerp in Luxemburg heeft de architect veel glas in combinatie met natuursteen gebruikt. De collectie bevat werk van tal van hedendaagse kunstenaars zoals Jan Fabre, Wim Delvoye en Cindy Sherman. Mudam3-interieur

De zandkleurige ronde Philharmonie Luxembourg, van de hand van Christian de Portzamprac, ligt op het Europaplein. De meer dan 800 stalen zuilen rondom, de enorme glaspartijen en de sfeervolle verlichting maken dit concertgebouw tot een architecturale parel van formaat. Het gebouw staat ook bekend als Grand-Duchesse Josephine-Charlotte Concert Hall. Dit extravagante gebouw heeft een ongekend perfecte akoestiek met schoen-box concertzalen.

Place de l'Europe Philharmonie Luxembourg

Vianden

IMG_7666Een belangrijke bezienswaardigheid van de stad is het kasteel van Vianden. Hoogtepunten van bouwkunst zijn het Trinitariërsklooster en de bijbehorende kloosterkerk uit het midden van de 11e eeuw. Inmiddels is dit kasteel nagenoeg geheel gerestaureerd en ook van binnen compleet ingericht.

 

Clervaux

IMG_7729

Het markante witte kasteel van Clervaux, dat stamt uit de twaalfde en en de zeventiende eeuw, herbergt een klein oorlogsmuseum, een maquette museum van diverse kastelen in Luxemburg en een expositie van Edward Steichen: ‘The Family of Man’ die door hem in 1955 werd samengesteld voor het Museum of Modern Art in New York.

 

De tentoonstelling omvat 503 schitterende foto’s en is een aangrijpende evocatie over de geschiedenis van de mens. Na de hele wereld te hebben rondgereisd, heeft ‘The Family of Man’ sedert 1964 een vaste stek gevonden in het kasteel van Clervaux. In 2003 werd ‘The Family of Man’ op de Werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst.

IMG_7744

 

 

 

1654584_10203569317977541_1576764874_o

The walk to paradise garden, 1946, W.Eugene Smith

1525297_10203569316737510_699809633_n

Foto genomen tijdens Koreaanse oorlog, Al Chang

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Praktische info

Slapen:

Hotel Simoncini, Luxemburg: www.simoncini.lu

Hotel Belle Vue, Vianden: www.hotelbv.com

Hotel-restaurant Le Clervaux: www.le-clervaux.com

 Eten:

Nathalie Bonn’s Chocolate House  – http://www.visitluxembourg.com/en/place/restaurant/chocolate-house

Bar-lounge-restaurant ‚Original’ – www.original.lu

Hotel-restaurant Le Clervaux: www.le-clervaux.com

 Bezoeken:

Musée d’Art Moderne du Grand-Duc Jean  – www.mudam.lu

Philharmonie Luxembourg – http://www.philharmonie.lu

‘The Family of Man’ – www.steichencollections.lu

 

Logeertip: Gîte ‘La Loctais’ in Bretagne

Leven als God in Frankrijk, dat proberen we allemaal tijdens onze vakantie. Eigenlijk is daarvoor niet zoveel nodig: een beetje zon, een leuke plek om te verblijven, leuke dingen om te doen … en deze kunnen voor iedereen verschillend zijn. Wat voor jou ‘mooi’ weer is, is voor mij misschien te heet of net niet heet genoeg. Om maar te zeggen dat er heel veel factoren meespelen om van een reis een schitterende vakantie te maken.

LaLoctais1

Wij huurden begin deze maand een huisje in Bretagne: La Loctais in Saint Ouen la Rouerie, halverwege tussen de Mont Saint Michel en het vestingstadje Fougères. We hadden het gekozen uit de brochure van Novasol Vakantiehuizen, louter afgaand op onze intuïtie. Onze enige voorwaarde was dat het huisje in Bretagne moest gelegen zijn en niet al te ver van Dinard, dat ik om persoonlijke redenen wou gaan bezoeken. Daaraan voldeed La Loctais en volgens de foto’s in de brochure zag het er prachtig uit. We hielden natuurlijk wel rekening met het gezegde ‘papier is geduldig’: wellicht zou het allemaal iets minder mooi zijn dan de foto’s deden vermoeden.

Maar niets bleek minder waar!

Geschiedenis

De oorspronkelijke hoeve ‘La Loctais’ dateert uit 1724. In 2004 kochten Christine en David Smith een eerste bijgebouw van de hoeve, dat door David werd gerenoveerd tot vakantiehuis en door Christine smaakvol ingericht.

Toen de vader van de boer kwam te overlijden, kochten Christine en David ook het huis met bijgebouw waarin deze had gewoond, zodat er een tweede vakantiewoning én een woning voor zichzelf kon worden ingericht.

LaLoctais7 LaLoctais6

 

 

 

 

 

 

De twee vakantiehuisjes liggen dus naast een oude boerderij en vlakbij het huis van de eigenaars. Er is een gemeenschappelijke tuin en elk huisje heeft zijn eigen terras met tuinmeubelen en een barbecuestel.

 

Praktisch

Elk van de twee gîtes is geschikt voor vijf personen, voor groepen tot tien personen kunnen beide huisjes tegelijk gehuurd worden..

LaLoctais2Op de benedenverdieping is er de woonruimte met open keuken. Wat onmiddellijk opvalt is de vloer in natuursteen, de open haard met houtkachel, de prachtige lederen zetels en de stijlvolle inrichting. In de keuken is alle moderne comfort voorzien, tot een wasmachine toe. Onder de trap is een berging, waar je ook een wasmand, strijkplank en strijkijzer aantreft.

LaLoctais3

Op de eerste verdieping bevindt zich de slaapkamer en de twee badkamers: de ene met toegang vanuit de slaapkamer, de andere geeft uit op de overloop. Elke badkamer met douche, wastafel en toilet, de grote ook met zitbad. Op de tweede verdieping is de tweede ruime slaapkamer met een één- en een tweepersoonsbed.

Ook aan de kleinste kinderen is gedacht: een kinderstoel en een hekje om de trap af te sluiten zijn aanwezig.

LaLoctais5

 

De prachtige tuin mag door de gasten vrij gebruikt worden, zij het om te zonnebaden, in de schaduw van een boom te zitten lezen of koffieklets te houden aan één van de tafeltjes. Achteraan de tuin is er een ren met kippen en eenden, altijd handig om restjes van groenten en brood op een milieuvriendelijke manier te ‘dumpen’.

 

 

Welkom

Dat we welkom waren, bleek al bij het eerste contact. Toen we hadden geboekt, kregen we een telefoontje van Christine ons om te zeggen dat we hen mochten bellen van zodra we in het dorp aankwamen, zij zouden ons daar komen ophalen want het huisje ligt afgelegen tussen de velden en is niet met elke GPS te vinden. (Onze tip: er zijn GPS-toestellen die niet ‘La Loctais’ herkennen, maar wel ‘lieu dit La Loquetais.)

Als welkomstgeschenk stond er een fles wijn klaar met een doosje Bretoense koekjes, in de frigo stond een fles melk. De bedden waren opgemaakt, in de badkamer lagen de handdoeken klaar. Alles in de prijs inbegrepen.

Gastvrouw en gastheer

Zoals hun familienaam het al laat vermoeden, zijn de eigenaars afkomstig uit Engeland. Toen ze vervroegd in pensioen konden gaan, twijfelden ze geen ogenblik om van hun vakantieverblijf hun vaste stek te maken.

Zij zorgen echt voor een surplus door hun vriendelijke bezorgdheid om het hun gasten naar de zin te maken. Nooit opdringerig, altijd op de achtergrond, maar altijd aanwezig als je hen nodig hebt.

Toen we bij aankomst autopech hadden (gelukkig niets ergs) vergezelde David ons naar zijn garagist die voor ons een check-up deed. Daardoor zaten we een avond zonder vervoer en boden zij ons aan met hen mee te rijden naar de naburige stad, waar ze ons de leukste en beste restaurants, crêperies, pubs en winkels toonden.

Bezienswaardigheden in de buurt

De Mont Saint Michel is vlakbij. In Fougères kan je het prachtige middeleeuwse kasteel bezoeken met een van de machtigste omwallingen van Europa. De oude, ommuurde stad van  Dinan is een juweeltje. Dinard – het Nice van het noorden – met zijn grillige kust, groeide in de 19de eeuw uit tot een van de mondainste Franse badplaatsen. In Cancale, het vermaarde oesterstadje met zijn vissershaven, eet je zeevruchten in een van de vele restaurantjes of oesterbars, of je koopt je oesters op het marktje bij de pier.

Fougères

Mont St. Michel Dinard Cancale

Of je laat de auto staan, kiest voor een wandeling in nabije omgeving van La Loctais en sluit de dag af met een barbecue op je terras.

LaLoctais4

Contact

De gîtes van La Loctais kan je rechtstreeks boeken bij de eigenaars:

Tel.: 0033 987 87 83 99 / GSM: 044 7887 744 688 / E-mail: smithdavid-et-christine@wibox.fr

Arnhem en Nijmegen in 48 uren

John Frostbrug

John Frostbrug

In het hartje van de provincie Gelderland liggen Arnhem en Nijmegen, op amper een boogscheut afstand van elkaar. Door hun gestadige groei zullen ze uiteindelijk één groot stedelijk gebied gaan vormen: Arnhem de groenste, en Nijmegen de oudste stad van Nederland. Ze delen een rijke geschiedenis die terug te vinden is in de vele musea.

Nijmegen

Nijmegen

Arnhem en Nijmegen bieden naast een schat aan kunst en cultuur, een weelderig natuurschoon, een oase aan wellnessfaciliteiten en ontspanningsmogelijkheden, ook bruisende winkelstraten en een delicieus aanbod van culinaire verwennerijen.

In en rondom beide steden liggen groene bossen, glooiende heuvels en véél water: rivieren, venen en watersportgebieden. De Veluwe ligt op wandelafstand.

Klaar voor een ontdekkingstochtje door deze regio?

Park Sonsbeek

Na amper twee uur autorijden komen we in Arnhem aan, waar we worden opgewacht door Lut, onze gids voor de komende 48 uur. Zij neemt ons mee voor een korte wandeling, eerst door het stadscentrum  en dan richting Park Sonsbeek, waar je in het bezoekerscentrum terecht kan voor toeristische info of om een stepfiets te huren.

Midden in dit park ligt het Watermuseum, in een historisch pand met een oude watermolen. Hier kom je op een interactieve manier alles te weten over water. Het is een doe-museum waar je ook proeven mag uitvoeren in een echt labo. Het Nederlands Watermuseum richt zich op het gehele gezin en biedt leerzame ervaringen voor jong en oud.

Modestad Arnhem

Inge Uiitenbogaard

Inge Uiitenbogaard

In de namiddag staat een modewandeling op het programma. In Arnhem is de modeacademie ArtEZ gevestigd en vele afgestudeerden blijven ook na hun studie in de stad wonen, waar ze in originele en gezellige winkeltjes hun creaties te koop aanbieden. Het TrixenReeshuis is daar een mooi voorbeeld van.

Trix en Rees

Trix en Rees

De Hoedenmaker

De Hoedenmaker

In het Modekwartier Klarendal gaan we in enkele van deze winkels naar binnen en bewonderen er de uniek ontworpen hoeden, handtassen, schoenen en juwelen: De Hoedemaker, Irene Schaepman ‘Eva Luna Couture’, Het Paradijs, San Miguel hoes Europe,  Inge Uittenbogaard, Marck & Mo, … om er slechts enkele te noemen. Hier zouden we dagenlang willen rondhangen, maar het is tijd voor onze volgende afspraak:

Airborne museum ‘Hartenstein’

In september 1944 was de brug over de Rijn in Arnhem het einddoel van de Operation Market Garden. Ze bleek echter ‘a bridge too far’. In Oosterbeek, zes kilometer verwijderd van deze beroemde (John Frost)brug, bevindt zich het Airborne museum. Het is gehuisvest in Villa Hartenstein, een pand waar tijdens de Tweede Wereldoorlog het Britse hoofdkwartier was gevestigd. Hier wordt het hele verhaal van de Slag om Arnhem verteld en heel waarheidsgetrouw voorgesteld.

Airborne museum

Op hetzelfde domein als het museum is een restaurant gelegen met de naam Hartenstein@Laurie waar we met een borrel de emoties van het indrukwekkende museumbezoek wegspoelen en genieten van een heerlijk diner.

Het Openluchtmuseum

Het Nederlands Openluchtmuseum Arnhem doet ons een beetje denken aan Bokrijk  Het is een nationaal museum dat in 1912 werd opgericht. In 2005 werd het openluchtmuseum verkozen tot European Museum of the Year omwille van zijn originele en creatieve ideeën.

openluchtmuseumOp de erven, in de boerderijen, huizen en molens, in het boerencafé en in de winkeltjes. beelden figuranten de dagelijkse bezigheden uit van mensen uit vroegere tijden. Ook door de talrijke interactieve presentaties komt de geschiedenis weer tot leven.

Het Openluchtmuseum is gecertificeerd voor het EKO-keurmerk Horeca. Dit betekent dat een aanzienlijk deel van de inkoop van gecontroleerd biologische herkomst is. De museumkoks serveren smakelijke biologische pannenkoeken en stevige huisgemaakte kost in restaurant De Hanekamp. In de koffiehuizen en cafés kan je terecht voor een drankje of een snack, op het Zaanse plein staat een authentiek poffertjeskraam, waar je deze typische Nederlandse lekkerij kan proeven.

Zaanseplein

Zaanseplein

Wijnhoeve De Colonjes

We verlaten de stad Arnhem en Lut neemt ons mee naar Groesbeek, waar we  een wijngaard gaan bezoeken. Verbaasd dat er in Nederland wijn wordt gemaakt? Waren wij ook!

Decolonjes1

De gemeente Groesbeek heeft een totaal van 19 hectare wijnbouw en brengt zowel witte als rode wijnen, grappa’s en likeuren op de markt. Wijnhoeve de Colonjes is een biologische wijngaard  en één van de toonaangevende producenten van Nederlandse wijnen.

DeColonjesDe Colonjes biedt rondleidingen en speciale arrangementen aan, die beslist een aanrader zijn. Ook wie geen wijn lust, zal ongetwijfeld wel genieten van het verhaal over het ontstaan van de wijnhoeve: Freek Verhoeven zocht een bezigheid om zijn dagen aangenaam door te brengen eens hij met pensioen ging. Het resultaat vertaalt zich enkele jaren later in een biologische wijngaard die al vele internationale prijzen op zijn palmares heeft staan.

Scandic Sanadome Nijmegen 

In de vooravond worden we verwacht in Spa & Wellness Hotel Sanadome te Nijmegen. Dit is een erkend kuuroord met thermaal water uit eigen bronnen. Het thermaal water bevat zouten, mineralen en metaalionen en geven het bronwater een heilzame werking.

Sanadome thermen buiten 60x80 72 DPI pand buiten tuin achter Terras Breeze 3

Ook op je bord krijg je in Sanadome wellness geserveerd, er zijn vier culinaire restaurants met elk een eigen menukaart. Overal worden zorgvuldig geselecteerde producten geserveerd, met aandacht voor oorsprong en ecologische kwaliteit.

Golfbaan Het Rijk van Nijmegen

Heerlijk ontspannen na ons verblijf in Sanadome, rijden we naar Het Rijk van Nijmegen in Groesbeek. Daar worden we hartelijk onthaald door Hans Blaauw, algemeen directeur van vier ‘Het Rijk’ golfbanen.

golfbaan2

Het Rijk van Nijmegen is met zijn 45 holes de grootste golfbaan van Nederland, het is één van de vier golfbanen die deel uitmaken van ‘Het Rijk’. Hans Blaauw neemt ons in een golf buggy mee naar het domein, waar we genieten van de schitterende natuur en de adembenemende vergezichten. Rust en ruimte maken deel uit van de passie van het golfspel, zoveel is duidelijk.

In Nederland hoef je geen lid te zijn van een golfclub, het volstaat dat je over een GVB (golfvaardigheidsbewijs) beschikt om te mogen golfen.  Het Rijk van Nijmegen draagt gastvrijheid hoog in het vaandel, zo zijn ook niet-golfers welkom op het terrein, er wordt enkel gevraagd dat ze de wandelwegen in acht nemen. Ook in het restaurant Green 46 zijn zowel greenfeespelers als niet-golfers welkom.

Modewandeling

Ook in Nijmegen neemt onze gids ons mee op een modewandeling. Want ook hier zijn er tientallen leuke adresjes waar je allerlei origineels kan kopen en waar je telkens op een persoonlijke service kan rekenen, een echte shoppingstad dus.

Zeker niet te missen: Cappello, de grootste hoeden- en tassenspeciaalzaak van Europa, waar je naast gewone petten, mutsen en hoeden ook designontwerpen vindt van zowel Nederlandse als buitenlandse ontwerpers, en ook sjaals, tassen en andere accessoires.

standbeeld van Mariken Van Nieumeghen - Grote Markt

standbeeld van Mariken Van Nieumeghen – Grote Markt

We wisselen het shoppen af met genieten van deze gezellige stad, waar historische panden prachtig geïntegreerd staan tussen mooie avant-gardistische architectuur. En we kunnen niet nalaten even Mariken van Nieumeghen te gaan opzoeken, de beroemde – zij het fictieve – inwoonster van Nijmeghen die op de Grote Markt werd vereeuwigd door Vera van Hasselt,. Een beeld van Moenen (de duivel), gemaakt door Piet Killaers, staat aan de voet van de Grote of Sint-Stevenskerk.

Het Valkhof

Museum Het Valkhof - godenpijler

Museum Het Valkhof – godenpijler

Voor een duik in het verleden van Nijmegen is museum Het Valkhof the place to be. In 1999 is dit museum geopend in een ultramodern gebouw met honderden vierkante meters turkoois glazen wanden. Dit zorgt voor veel licht en helderheid in het interieur, en een schitterend uitzicht op het omliggende park met de imposante kastanjebomen.  Hier gaan natuur en cultuur hand in hand.

museum_buitenkant

 

Het museum herbergt archeologische vondsten uit de Romeinse tijd, schilderijen die het Nijmegen uit de 16de en 17de eeuw afbeelden, maar ook moderne kunst. Het museum is zo ingericht dat je uit een groot aantal routes kan kiezen om de ene collectie na de andere te bezichtigen.

Reisinfo:

Websites van de bezochte musea en bezienswaardigheden:

www.watermuseum.nl / www.airbornemuseum.nl / www.openluchtmuseum.nl / www.wijnhoevedecolonjes.nl / www.golfenophetrijk.nl / www.museumhetvalkhof.nl / www.sanadome.nl

Shopping:

www.funshopgids.nl / www.cappello.nl

Onze aanbevelingen voor overnachting:

Sanadome, Nijmegen – 4 sterren Spa & Wellness hotel www.sanadome.nl

Hotel Haarhuis, in het centrum van Arnhem – 4 sterren Best Western Plus hotel http://www.hotelhaarhuis.nl

Op deze adresjes hebben we lekker gegeten:

Brasserie Aquarium – brasserie@watermuseum.nl
Restaurant Hartenstein@Laurie – www.restauranthartenstein.nl
Restaurant De Hanekamp – www.openluchtmuseum.nl
Restaurant Flow – www.sanadome.nl
Museumcafé Het Valkhof – www.museumhetvalkhof.nl

Algemene info:

RBT KAN – Regionaal Bureau voor Toerisme Arnhem Nijmegen: www.regioarnhemnijmegen.nl

Wie het hoedje past …

Vest: Inti Knitwear

Vest: Inti Knitwear

Ik heb iets met hoeden. Met hoofddeksels in het algemeen eigenlijk. Ik kan geen hoedenwinkel of –kraam voorbijlopen of de drang wordt me te sterk om enkele modelletjes te ‘proberen’, ook al weet ik ondertussen wel dat er maar weinig kans is dat ik iets passends vind. Mijn gewaagdste aankoop tot nu toe was een eenvoudige, gebreide wintermuts – maar wél in een opvallend kleurtje.

Tot ik onlangs in Nijmegen Cappello ontdekte, zowat de grootste hoeden- en tassenspeciaalzaak van Europa, waar je naast gewone petten, mutsen en hoeden ook designontwerpen vindt van zowel Nederlandse als buitenlandse ontwerpers, maar ook sjaals, tassen en andere accessoires.

Cappello

De winkel ligt twee straten ver van het beroemde Kronenburgerpark, in de Houtstraat. Een heus hoedenparadijs waar Truus Stuiver ons hartelijk begroet en vrolijk over haar enorme collectie dames- en herenhoeden, warme baretten en bijpassende sjaals vertelt.

Truus Stuiver

Truus Stuiver

Als we willen passen, geeft ze raad en zoekt ze bij elk hoofddeksel een bijpassende sjaal. Als ik zeg dat op mijn hoofd eigenlijk geen enkele hoed past, lacht ze dat weg met het antwoord dat op élk hoofd een hoed past, maar dat er mensen zijn die alles kunnen dragen, terwijl anderen maar met één of twee modellen staan. En warempel, ze past me een knalrode, asymetrische klokhoed aan en ik schrik zelf van het mooie effect als ik in de spiegel kijk. Jammer dat er in de nabije toekomst geen plechtigheid in mijn agenda staat waar ik met deze hoofdtooi zou kunnen uitpakken. Een hoed is immers méér dan een hoofddeksel dat je draagt om je hoofd te beschermen tegen kou, regen of wind.

Truus zegt hierover: ‘Modieuze hoeden geven – sinds mode en status in de jaren zestig na eeuwen werden losgekoppeld – uiting aan de individualiteit van de drager. Met een hoed benadrukt men zijn of haar persoonlijke identiteit.’

Uiteindelijk kies ik voor een fuchsia baret voor de winter. Truus toont me op welke manieren ik de bijpassende sjaal kan omslaan en hoe ik de baret best draag. Ik vraag mij af wie het meest tevreden is met het resultaat: Truus of ik?

goed gemutst een maatje eten in Kronenburgerpark

goed gemutst een maatje eten bij Kronenburgerpark

Exposities

Af en toe exposeren bekende ontwerpers of aankomende talenten bij Cappello, in thematische exposities. Soms gebeurt dit in samenwerking met galeries of musea, zoals bijvoorbeeld het Museum Het Valkhof in Nijmegen.

Truus Stuiver toont ons enkele hoeden die deelnamen aan dergelijke tentoonstellingen. Ze neemt ze vast alsof het breekbare juweeltjes zijn, ze koestert elk ontwerp. Maar dat wil niet zeggen dat de klanten ze niet mogen aanraken, integendeel: passen mág!

In 2008 liep de tentoonstelling ‘Luxe en Decadentie in roomwit, goud en zilver’, waaraan onder andere volgende hoeden deelnamen:

Ratrace, een ontwerp van Liesbeth van Well

Ratrace, ontwerp van Liesbeth van Well

Ama, een ontwerp van Tiny Meihuizen

Ama, een ontwerp van Tiny Meihuizen

Celtic, een ontwerp van Eugenie van Oirschot

Celtic, ontwerp: Eugenie van Oirschot

‘Ode aan Marianne Jongkind’, hoedenontwerpster en leermeester

Dit jaar viert Cappello haar vijftig jaar vakmanschap en organiseert ter gelegenheid daarvan in samenwerking met Museum Het Valkhof, een overzichtstentoonstelling van het werk van Marianne Jongkind – van 6 september tot 31 december 2014 in Museum Het Valkhof.

Tezelfdertijd zal er in Cappello een expositie lopen van vijftien unieke, recent ontworpen, bijzondere hoofddeksels van Marianne Jongkind.

Haaruitval

Cappello engageert zich ook om mensen te helpen die lijden aan haaruitval als gevolg van ziekte of chemotherapie. Cappello heeft een uitgebreide collectie baretten, hoeden, mutsjes en sjaals die geschikt zijn om het hoofd in die periode te beschermen, zowel in de zomer als in de winter. Schoonheid en functionaliteit gaan daarbij hand in hand.

ontwerp: Marly's Mutsen

ontwerp: Marly’s Mutsen

Turban - ontwerp: la tribu des Oiseaux

Turban – ontwerp: la tribu des Oiseaux

Cappello verkoopt niet enkel deze bijzondere collectie, er wordt ook aangeleerd hoe de sjaals mooi rond het hoofd kunnen worden geknoopt en op eenvoudig verzoek wordt er voorlichting gegeven op de oncologische afdeling van ziekenhuizen.

Cappello maakt er een erezaak van dat iedereen het hoofddeksel vindt dat bij hem of haar past. Wees ervan overtuigd: op elk hoofd past een dekseltje! Of verwar ik met een ander spreekwoord?

Meer informatie op de website: www.cappello.nl

Saint-Symphorien, waar de oorlog rust in vrede

StSymphorien10

Op 4 augustus 2014 wordt in Luik herdacht dat daar honderd jaar geleden voor België de Eerste Wereldoorlog begon. Diezelfde dag zal er in de namiddag een plechtigheid worden gehouden op de militaire begraafplaats van Saint-Symphorien, die in het bijzonder voor de Britten een historische plek is. Hier liggen naar verluidt de twee Britse soldaten begraven die respectievelijk als eerste en als laatste sneuvelden tijdens de Eerste Wereldoorlog:

StSymphorien4

StSymphorien5

 John Parr (4th Bn Middlesex Regiment) overleden op 21 augustus 1914 en George Ellison (5th Royal Irish Lancers) overleden op 11 november 1918.

Hun graven liggen recht tegenover elkaar. Tussen hen in liggen slechts een paar meters … en honderdduizenden doden.

Het kerkhof van Saint-Symphorien ontstond na de de slag van Bergen, die begon op 23 augustus 1914. Dit was de allereerste confrontatie tussen Britse en Duitse troepen aan het westelijke front.

De slag van Bergen 23-24 augustus 1914

Het Britse expeditieleger (BEF) onder het opperbevel van Sir John French, was pas op 14 augustus (veel later dan de bedoeling was) in Frankrijk aangekomen. Het vertrok naar Charleroi aan de Sambre, met de bedoeling aan te sluiten bij het vijfde Franse leger, dat onder bevel stond van generaal Charles Lanrezac. Toen de BEF echter op 22 augustus in de buurt van Soignies op cavaleriepatrouilles van het Duitse eerste leger stootten, gaf French zijn vijf divisies bevel om een verdedigende stelling in te nemen bij het kanaal van Bergen. Op die manier kon hij de Duitsers nog gedurende 24 uur tegenhouden.

De Duitsers waren verrast bij Bergen al de Britse troepen tegen te komen, ze waren in de veronderstelling dat deze nog aan de Kanaalkust aan het ontschepen waren. De Britten waren op hun beurt verrast door de omvang van de troepenmacht waar ze tegenaan waren gelopen.

’s Anderendaags begon de slag van Bergen. De Britten hadden hun defensielinie ingericht langs het Mons-Condékanaal. Zij kregen op zondagmorgen 23 augustus de aanval van regimenten van drie Duitse korpsen te verduren. De Britse schutters schoten zo nauwkeurig dat de Duitse generaal Alexander Von Kluck zelfs dacht dat de vijand machinegeweren gebruikte.

Maar de druk werd voor de Britten te groot en in de middag moesten zij terugvallen op een tweede verdedigingslijn ten zuiden van Bergen. Omdat niet alle bruggen over het kanaal konden worden opgeblazen kwam het Duitse leger massaal over het kanaal. De strijd van Bergen was toén in feite al beslist.

Op 24 augustus trok de BEF zich vechtend terug richting Maubeuge en vervolgens nog verder naar Le Cateau, waar op 26 augustus nogmaals slag werd geleverd. Het belangrijkste is dat de Britse interventie bij Bergen de voortgang van de Duitsers absoluut heeft vertraagd.

De slag van Bergen kostte het Britse expeditieleger op 23 augustus 1.600 man, op 24 augustus zelfs 2.600 man. Aanzienlijk, maar in geen verhouding tot de totale Franse verliezen in de slag om de grenzen. De Duitse verliezen van de slag van Bergen zijn onbekend gebleven maar worden hoger geschat dan die van de Britten, in de literatuur spreekt men over vijf- tot achtduizend man.

De stad Mons zou ruim vier jaar in handen blijven van de Duitsers.

StSymphorien2

Begraafplaats voor Duitsers en voor Britten

Al deze slachtoffers moesten worden begraven …

Na de slag van Bergen schonk Jean Houzeau de Lehaie een stuk grond aan de Duiters om er een militaire begraafplaats van te maken, maar hij deed dit op de uitdrukkelijke voorwaarde dat ook Britse soldaten daar een graf zouden krijgen. In de dood zijn we allen gelijk, moet hij hebben gedacht.

En zo geschiedde. De begraafplaats werd in 1916 ingericht om er de resten van soldaten te verzamelen die waren gesneuveld tijdens de Slag van Bergen en die tot dan toe verspreid in de regio waren begraven.

StSymphorien3

De militaire begraafplaats Saint-Symphorien is één van de mooiste die ik ooit zag, er heerst daar een trieste, doodse stilte die je naar de keel grijpt.

Het kerkhof is een beboste heuvel die omgeven is door weiland. Op de heuvel in het midden van het terrein staat een obelisk die door de Duitsers werd opgericht ter ere van de Duitse en Britse militairen die het leven lieten bij de slag.  Elders op de begraafplaats zijn er nog meer Duitse gedenktekens voor officieren en manschappen van het Middlesex Regiment, de Royal Fusiliers en het Royal Irish Regiment.

StSymphorien7Trappen en paadjes leiden je door een park vol graven, waar bomen en struiken in de herfst de geladen stilte en tristesse accentueren met hun roestig-gele keurenpracht. Er staan ook talloze soorten coniferen. Een bos vol oorlogsdoden, hoe verwoordt Willem Vermandere het ook weer: ‘altijd iemands vader, altijd iemands kind’?

Naast de slachtoffers van de slag van Bergen in 1914 liggen hier ook de soldaten begraven die sneuvelden bij de bevrijding van de stad, in november 1918.

Op Wapenstilstand waren hier 245 Duitsers begraven en 188 militairen van het Gemenebest. Later werden er nog graven naar hier overgebracht van andere kerkhoven. Momenteel liggen hier 229 Commonwealth militairen uit de Eerste Wereldoorlog begraven, naast 284 Duitsers. In 105 graven liggen niet geïdentificeerde soldaten.

StSymphorien9

Vandaag

De begraafplaats van Saint-Symphorien wordt beheerd door de C.W.G.C. (Commonwealth War Graves Commission) en wordt uitstekend onderhouden. Het kerkhof is gelegen op 2 kilometer ten oosten van Bergen langsheen de N90 naar Charleroi, in de Nestor Dehonstraat.

Guy Timmerman zegt het met beelden

Guy Timmerman exposeert de komende weken in de tentoonstellingsruimte Transept (en in de tuin er rond) van PC Caritas. We gingen twee keer kijken: een keer overdag en een keer ’s avonds – want de beelden van Guy Timmerman leven mee met licht en duisternis. We hadden ook een gesprek met de kunstenaar. 

Armen omphoog 2

De mens

De sculpturen van Guy Timmerman stellen allemaal ‘de mens’ voor, in alle mogelijke houdingen en dimensies, groot of klein, met of zonder attributen. Meestal kloppen de proporties niet en toch zijn ze op de een of andere manier harmonisch. Wat opvalt: elk beeld ademt een unieke sfeer uit, drukt een emotie uit, en geen twee beelden zijn dezelfde.

peren

‘Het is logisch dat ik beelden maak van mensen, vanuit mijn mens-zijn’, zegt Guy, ‘ons lichaam is zó belangrijk. We willen graag geloven dat ons lichaam van ons is, wij dénken dat,  maar niets is minder waar … plots wordt ons lichaam ziek of begint het een kanker te ontwikkelen en wij hebben daar absoluut geen vat op.’

Guy Timmerman houdt een pleidooi voor de taal van het beeld, voor de zintuiglijke waarneming. ‘Ik hou van verrassingseffecten,’ zegt Guy, ‘ik zeg altijd aan mijn leerlingen dat ze naar hun creaties moeten kijken als stonden die op een rond punt: je mag nooit aan één kant alles prijsgeven, telkens je het van een andere invalshoek bekijkt, moet je iets nieuws kunnen (laten) zien.’

beeld3 beeld2beeld1

Het ontstaan van een beeld

‘Voor ik beelden maakte, heb ik tien jaar getekend, mijn tekeningen blijven het kloppend hart van mijn werk.’ Op deze schetsen kan je letterlijk zien hoe een werk tot stand komt, er worden als het ware verschillende houdingen uitgetest. De houding van het beeld is enorm belangrijk.

‘Ik zit soms lang te broeden op een creatie’, verduidelijkt Guy. ‘Er zit een wereld in mijn hoofd waar het lekker vertoeven is, die in veel verschilt van de wereld waarin wij leven. Maar mijn ontwerpen moeten wel kloppen met de wereld buiten mijn hoofd. Wat ik zie, bijvoorbeeld in het televisiejournaal, heeft soms een grote impact op mij, ik neem veel indrukken zwaar binnen.’

Verwoorden wij het juist dat Guy Timmerman de indrukken die hij binnenkrijgt van de wereld rond hem en de gevoelens die hij daarbij ervaart, tot uitdrukking probeert te brengen in zijn beeldhouwwerken?

Uitdaging

Waar Guy enorm van houdt, zijn fysieke uitdagingen: ‘Bepaalde beelden vragen gewoon om in groot formaat te worden uitgevoerd. Een beeld dat groter is dan de mens die het creëerde kan heel imposant zijn.’

de wolken doorprikkend de wolken doorprikkend3

‘Wat ook enorm boeiend is’, zegt Guy, ‘is dat bij grote kunstwerken vaak met heel veel factoren moet rekening gehouden worden: de stabiliteit van het beeld, de interactie met de omgeving waarin het zal geplaatst worden, de fysieke mogelijkheid om het uit te voeren tout court: soms moet ik raad vragen aan ingenieurs en komen er ingewikkelde berekeningen aan te pas, maar daar hou ik dus van.’

bellenblazerZo denkt Guy er bijvoorbeeld over na om een beeld te creëren van enkele meters hoog dat echt bellen blaast. Er bestaat al een machine die bellen blaast, maar die is te groot en te zwaar om in het hoofd van een beeld geplaatst te worden, bovendien moet het mogelijk zijn de bellenblazer regelmatig bij te vullen zonder telkens weer een hoge ladder te moeten opklimmen. Dit is een project waar grondig denkwerk en studies zullen aan voorafgaan vooraleer met de creatie ervan kan worden gestart.

Voorbeelden

Timmerman liet zich voor zijn tekeningen in het begin vooral inspireren door René Magritte (La Condition Humaine) en hij heeft veel bewondering voor het werk van Auguste Rodin.kijk omhoog blauw

Hij vertelt hoe Rodin ooit de opdracht kreeg een standbeeld te maken van Honoré de Balzac en daaraan begon door eerst onderzoek te doen en materiaal te verzamelen. Hij maakte talloze versies van het beeld, maar worstelde met de impasse een sierlijk beeld te maken van de kleine en corpulente Balzac. Tot hij op een avond bij kaarslicht zag hoe zijn kamerjas rond zijn eigen lichaam gedrapeerd was en hij zijn oplossing had gevonden.

Een heerlijk verhaal dat Guy met passie vertelt, al beweert hij zelf dat hij de taal van het woord niet zo goed beheerst als de taal van het beeld. De vraag is of dat ook nodig is, als je de kunst bezit om je gedachten en gevoelens op zo’n doorleefde manier in en door beelden tot uiting te brengen.

(Verder informatie vind je op de website van Guy Timmerman)

Zeven Dubbeltjes en een Trein – Fran Bambust

uitgeverij Clavis

uitgeverij Clavis

Zeven Dubbeltjes en een Trein leest als een droom. Je droomt soms over iets wat je bezig houdt, maar de situaties waarin je verzeild geraakt lijken onwezenlijk, je gaat met iemand op stap die plots iemand anders blijkt te zijn, je krijgt oplossingen aangereikt die je niet meteen begrijpt, je blijft je afvragen wat de onderliggende betekenis ervan kan zijn. Zo gaat het ook met dit boek, het blijft als een droom dagenlang in je hoofd en in je hart hangen, het laat je niet los.

Het voordeel van Zeven Dubbeltjes en een Trein is dat je het kan herlezen en herbeleven, wat bij een droom meestal niet mogelijk is.

Het leest ook als een trein, het is geschreven in beeldende, kleurrijke taal die bol staat van associaties, woordspelingen en grappige perspectieven. Zoals elk sprookje is het ook een thriller, waarbij aan het eind de rol van elk personage duidelijk wordt, elke verhaallijn in de juiste plooi valt en het slot alles (of toch heel veel) duidelijk maakt.

Zeven Dubbeltjes en een Trein staat gecatalogeerd als een jeugdboek, voor jongeren van 13 tot 15 jaar. Door veel mensen zal het boek ook als een leuk kinderboek worden gelezen – of voorgelezen. Maar wie Fran kent of wie het curriculum van haar (zeg maar stormachtige) vita gelezen heeft, krijgt met dit boek een inkijkje in de ziel van Fran. Het is autobiografisch in het kwadraat, een open boek in alle betekenissen van het woord.

Foto: Roos Groeneke - boekenbeurs 2013

Foto: Roos Groeneke – boekenbeurs 2013

Gelukkig heeft Fran haar ‘verhaal’ als een vertelsel, als een sprookje neergeschreven. Zo doet het minder pijn, zo lijkt het alsof het allemaal gefantaseerd werd, enkel een boze droom. Alleen … Fran heeft dit wel echt meegemaakt, zij wás een meisje in een jongenslichaam, zij kwam in angstwekkende dieptes terecht en zij was voortdurend op zoek naar wie zij werkelijk was. Gelukkig had zij een broer en ouders die haar mee hielpen zoeken als zij zichzelf weer eens kwijt raakte, gelukkig liet zij meestal ‘sporen’ achter als haar leven net als een trein ontspoorde, en … gelukkig liet zij zich vinden.

Zeven Dubbeltjes en een Trein is een boek dat je fantasie prikkelt, je stelt je alles in geuren en kleuren voor. Alles is bijna tastbaar beschreven, ook de gevoelens. Je voelt gewoon de ontreddering als de trein door de donkere, kille tunnel naar beneden dendert, de adrenaline stroomt door je lijf als Dries en Tess moeten vluchten voor de brekende spiegels, of als ze de kluizenquiz moeten spelen. Je houdt je hart vast als je plots beseft wie de Witte Prinses precies is.

Sprookjes zijn niet lief, ze zijn wreedaardig – de stiefmoeder van Sneeuwwitje wil haar laten doden, Hans en Grietje worden door hun ouders gedumpt in een bos, enz. – maar gelukkig hebben ze allemaal een happy end. Ook het ‘sprookje’ van Fran loopt goed af, ze voelt zich éindelijk goed in haar vel, ze straalt. Anders had ze dit verhaal, dat ze al jaren in haar hoofd had zitten, nooit kunnen neerschrijven. Fran Bambust stelt zich in dit boek heel kwetsbaar op, maar ze komt eruit als een ijzersterke dame.

Zeven Dubbeltjes en een Trein is dan ook een pareltje van woordkunst dat in veel dimensies kan worden gelezen.

*

Wie graag mijn interview met Fran Bambust leest naar aanleiding van het verschijnen van Zeven Dubbeltjes en een Trein kan dat via Het Nieuwsblad online – Melle