Tagarchief: De Abt

Mijn Gent – enkele herinneringen

“Mijn” Gent klinkt bezitterig want neen, Gent is natuurlijk niet van mij – al voelt het af en toe wel zo aan want Gent is de stad waar ik geboren ben, waar ik school liep en mijn studententijd doorbracht, waar ik nachten lang uithing en waar ik meerdere stamkroegen had. De stad van “mijn” Gentse Fieste. De stad waar ik nu nog altijd graag naar terugkeer om er een concert, een toneelstuk of een musical bij te wonen. Of om er in de bibliotheek of in één van de vele boekenwinkels te vertoeven.

Mijn eerste herinneringen aan Gent dateren uit mijn prille kindertijd, toen ik een tweetal keer per jaar met mijn ma in Heusden de bus nam naar Gent Dampoort (de bus Gent-Wetteren). Vanaf de Dampoort gingen we te voet via Dampoortstraat, Steendam, Sint-Jacobs, Vrijdagmarkt, de Lange Munte en Groentemarkt naar de Korenmarkt.

Daar begon het shoppen pas. Eerst de Sarma binnen en daarna liepen we door alle grote winkels in de Veldstraat met als laatste de C&A – toen nog op het einde van deze straat. Als we hadden gekocht wat we nodig hadden – en dat was meestal zomerkledij rond Pasen en winterkledij rond Allerheiligen – stapten we het hele eind te voet terug tot de Dampoort, waar we op de bus huiswaarts moesten wachten. In mijn herinnering duurde dat wachten altijd heel lang. Doodmoe was ik daar elke keer van en ik ben ervan overtuigd dat die uitputtende winkelnamiddagen aan de basis liggen van mijn aversie voor shoppen. Ik ga nu nog maar enkel winkelen als ik echt iets nodig heb.

Soms namen we de bus naar Gent om iemand te bezoeken in één van de ziekenhuizen aan de Groenebriel. Toen mijn zus werd geboren (in kliniek De Heilige Familie of “de Briel”, nu Sint Lucas), namen mijn beide grootmoeders me elk afzonderlijk mee om ma en zusje in het moederhuis te gaan bezoeken. Met de ene grootmoeder nam ik daarvoor de gekende bus in Heusden, met de andere de tram in Melle.

Onderweg naar de Briel of naar Sint Vincentius werd me meermaals de Augustijnenkerk aangewezen waar ik destijds was gedoopt – ik werd in de Bond Moyson rechtover de kerk geboren.

Toen ik in 1969 was ingeschreven in Nieuwen Bosch fietste mijn vader met mij naar Standaard Boekhandel op de hoek van het Sint-Baafsplein en de Lange Kruisstraat. De bedoeling was daar mijn boeken voor het eerste jaar middelbaar te kopen en tegelijk mij een beetje vertrouwd te maken met Gent, want ik zou bij volgende bezoeken aan de boekenwinkel mijn plan moeten trekken, met de fiets of te voet. Ontelbaar veel uren heb ik later doorgebracht in deze boekhandel.

 ©  Gentdekuip.com

De eerste twee jaren op Nieuwen Bosch had ik een busabonnement, maar evident was dat niet. Ofwel was ik ‘s morgens al om 7u25 op school (en opvang was er niet voorzien in die tijd), ofwel pas om 8u30 en dat was dan weer te laat … Dus vanaf het derde jaar nam ik mijn toevlucht tot de fiets en de daarop volgende jaren fietste ik bijna dagelijks naar Gent, tot in 1979. Al had ik op het HIVET enige tijd een brommertje, een Flandria, die meer in panne stond dan dat ik er kon mee rijden.

Zaal Van Eyck – nu De Abt in de Lange Kruisstraat ( © beeldbank.stad.gent)

Het hoger onderwijs volgde ik dus aan het HIVET (Hoger instituut voor Vertalers en Tolken) dat eerst in het Klein Seminarie was gevestigd, later in de Brusselsepoortstraat. De studentenvereniging van de tolkenschool organiseerde één donderdagavond per maand een Thé Dansant. De eerste jaren was dat in café “Saint Tropez” bij Eugène op de Brabantdam, later eerst in de zaal van de Roode Hoed (Klein Turkije) en dan in het Middenstandshuis (toen heette het Zaal Van Eyck) in de Lange Kruisstraat, waar in die tijd nog altijd de Standaard Boekhandel was gevestigd op de hoek met het Sint-Baafsplein.

Ik herinner me een kerstvakantie, ik denk in 1977. Overdag moest ik blokken voor de tentamens in januari en elke avond ging ik met vrienden rond het haardvuur zitten in café De Martiko van Walter De Buck. Mooie avonden hebben we daar beleefd.

Na mijn studententijd bleef ik Gent trouw en al woonde ik er nooit, tijdens de Gentse Feesten leek het wel zo: onder de ochtend naar huis om een paar uur te slapen en in de late namiddag terug naar Gent. De stad en haar feesten zag ik jaar na jaar veranderen: van een volksfeest werden de Gentse Feesten een internationaal evenement, grootschaliger en anders maar daarom niet minder leuk.

De stad zelf werd “opgekuist”: er kwamen verkeersvrije straten, de oude gebouwen werden opgesmukt, de grote pleinen werden gezellige ontmoetingsplaatsen, de parkeerplaatsen moesten er plaats ruimen voor terrasjes en fonteinen. De draak op het Belfort werd opgeblonken en Gent ging terug schitteren als weleer. Er kwamen nieuwe projecten zoals de Gentse stadshal (Schaapstal) en het nieuwe gebouw waarin de bibliotheek werd gehuisvest (de Krook) beide opgehemeld door de ene en vergruisd door de andere.

 © De Abt

De zomer van 2020 was er een zonder Gentse Feesten, maar hier en daar werden er alternatieve, coronaveilige alternatieven op kleine schaal georganiseerd. Op een zomeravond hadden we een tafeltje gereserveerd voor een concert à la carte in het kader van de Artistieke Zomer van De Abt. Groot was mijn verbazing toen ik vaststelde dat De Abt is gehuisvest in het gebouw waar wij in onze studententijd onze Thé Dansants hadden, toen het Middenstandshuis nog Van Eyck heette. Vijfenveertig jaar later en pas nu ontdek ik de rijke geschiedenis van dit historisch belangrijke gebouw. (Zie: website van De Abt).

Tijden veranderen, mensen veranderen en ook Gent verandert constant. Maar mijn stad blijft me boeien en verbazen. En Gent laat me ook dromen, dromen van betere tijden … na corona.