Terug naar Eden

Als kind had ik heel vaak het gevoel dat ik in een tuin van Eden leefde.

Tot mijn zevende was ik enig kind en mijn ouders werkten allebei in een ploegensysteem. Dus woonde ik een groot deel van de tijd bij mijn grootouders (langs vaders kant). Zij hadden een grote moestuin en een “land”. Dit land was een stuk akker dat ze van een naburige boer mochten gebruiken, of huurden – dat weet ik niet precies. Mijn grootvader nam me regelmatig mee naar het land. We vertrokken – naar gelang het seizoen – met zaad- en plantgoed of met rieten loofmanden, ook harken en spades die pepe over zijn schouders meedroeg. Soms mocht ik in een mand zitten en droeg hij me zo mee. Ik vond het heerlijk daarin mee te deinen op de maat van zijn stappen.

In mijn herinnering is het altijd zomer. We stappen langs een wegeltje tussen het akkerland en de moestuinen van de buren naar de achterkant van de akker. Op deze akker staan afwisselend het ene jaar aardappelen en het andere jaar koren. Het ruikt er heerlijk, de hitte zindert boven de korenaren en ik hou van het blauw van de bloemen, korenbloemblauw. Op terugweg naar huis mag ik een ruikertje plukken. Ik wil er ook rode klaprozen bij en begrijp niet waarom de rode blaadjes altijd loslaten van zodra het steeltje wordt geplukt.

Het ruikertje is voor mijn overgrootmoeder, bij wie we dagelijks langs gaan. Ze is de pleegmoeder van mijn grootvader en zij woont samen met zijn vader, mijn bompa, in een huisje met een prachtige tuin. Eigenlijk zijn het drie tuinen: in deze dicht bij het huis staan twee kerselaars, een met witte kersen en een met donkerrode. Daaronder een houten bank waarop we gaan zitten om koffie of limonade te drinken. Ik krijg bij elk bezoek een snoepje van “Bomma Spek” en zij zet mijn bloemen altijd onmiddellijk in een vaasje, haar tuintje en keuken staan vol bloempotten die ze zelf heeft geschilderd, met bolletjes in verschillende kleuren. De andere tuin is bompa zijn domein: een moestuin waar alles netjes in bedden groeit. Tussen die twee tuinen staat een duivenhok van mijn grootvader. Die duiventil is de reden van de dagelijkse bezoekjes. Helemaal achteraan is het derde gedeelte van de tuin, waar enkel hoge sparren staan, met er middenin een overdekte houten bank. Daar is het ‘s zomers zalig zitten als het zachtjes regent en de natuur bedwelmend geurt.

Enkele maanden geleden zijn we verhuisd naar “de buiten” dicht bij de Watermolen te Massemen. En hier komen alle geuren en kleuren van vroeger, alle herinneringen terug tot leven. Na honderd meter wandelen loop ik tussen de velden en weiden, ik zou er kunnen over grachten springen – zoals vroeger met de buurjongens van mijn grootouders.

Het is een feest de natuur te zien ontwaken na de kale winter, vanuit mijn zetel zie ik door het grote raam veel vogels vliegen, een koppel eksters maakt een nest in een populier. Bij de watermolen zien we af en toe de ijsvogel, de torenvalk cirkelt soms hoog in de staalblauwe lucht. Ik geniet van de romig witte en donkergrijze wolken die prachtig contrasteren. Als het regent, gaan de vensters open om de geur van de natuur binnen te laten. Ik volg ‘s avonds de maan en denk aan mijn grootvader, die pas zaaide of oogstte als de maan “goed zat”.

De lievelingsbloemen uit mijn jeugd bloeien nu in ons kleine tuintje: viooltjes, fuchsia en blauwe druifjes. Ik leef te midden van de geuren en kleuren die me als kind omringden. En ik denk heel vaak aan mijn grootouders, wiens naam we ons hebben aangemeten: nu zijn wij op onze beurt meme en pepe.

De cirkel is rond. Ik waan me weer in Eden.

4 gedachten over “Terug naar Eden

  1. Katrien

    Wat een mooi eerbetoon aan een warme kindertijd, schreef je neer Linda… en wat fijn dat je nu op zo’n goeie plek terechtgekomen bent.
    Zijn het de corona-tijden die het hem doen, maar ook ik verzink vaak in nostalgie de laatste weken en blijf ik graag hangen in die dagen waarop ik ‘op vakantie’ was bij mijn grootouders en inwonende tante met haar gezin. Zo heb ik ook het boerenleven wat meegemaakt: eten brengen naar de akkers waar mijn grote nichten (14, 15 jaar ?!) meehielpen met aardappelen rooien, de geuren van de stallen met een paar koeien en varkens, de immer prachtige zomers van buiten spelen… Zo herkenbaar wat je schrijft! Dank!

    Liked by 1 persoon

  2. Roseline

    Dag Linda, ik ben blij dat je “terug” bent. Het is prachtig je verhaal. Ik waan me zo 50 jaar terug. Ik laat me meeslepen. Je voelt je ginder goed op de buiten. Laat corona maar gauw verdwijnen dan ga ik letterlijk mee op pad. Nu in gedachten.

    Liked by 1 persoon

  3. Annemie De Smet

    Wat een mooi verhaal. Het kon wel het begin van een roman zijn. En dat is het misschien ook: een verhaal over een nieuwe start vanuit een hele mooie kindertijd. Een terugkeer naar die verwondering omdat het leven toen zoveel eenvoudiger leek. Een terugkeer naar die bewondering voor de kleine mooie dingen: de natuur, een lieve familie.
    Je schrijft het prachtig neer
    Annemie

    Liked by 1 persoon

  4. Peggy

    Een heel mooi verhaal. Het doet me terugdenken aan de kindertijd bij de grootouders. Vanuit mijn appartement zie ik het huis waar ze hebben gewoond . Ook ik kan mezelf verliezen in geuren en geluiden … dan denk ik met veel weemoed terug naar die mooie tijd.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s